Werkloosheidswet
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Werkloosheidswet of WW is een Nederlandse wet, en een werknemersverzekering die daarin wordt geregeld, die werkloze werknemers, met voldoende arbeidsverleden (voldoen aan de weken-eis) en beschikbaar voor arbeid, een werkloosheidsuitkering garandeert. De eerste versie van de wet dateert van 1949.
Per 1 januari 1987 is met de zg. "stelselherziening sociale zekerheid" de Werkloosheidswet ingrijpend gewijzigd. De Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV) die voorzag in een uitkering na afloop van de WW, is toen afgeschaft.
De uitvoering geschiedt door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). De WW wordt gefinancierd met de premies die sinds 2009 uitsluitend door de werkgevers worden betaald. [1]
Inhoud |
[bewerken] Recht op WW
Er bestaat recht op WW als de aanvrager in de afgelopen 36 weken in tenminste 26 weken heeft gewerkt. Als dat zo is voldoet men aan de 'wekeneis'.
Om in aanmerking te komen voor een WW-uitkering mag de aanvrager niet verwijtbaar werkloos zijn geworden. Verwijtbaar werkloos is een persoon die zelf een baan heeft opgezegd (tenzij dit op basis van een sociaal plan is gebeurd), of als het gedrag dusdanig is geweest dat dit heeft geleid tot ontslag. Verwijtbaar werkloos is men in ieder geval als men op staande voet is ontslagen, en dit ontslag is niet aangevochten of wel aangevochten en terecht beoordeeld door de kantonrechter. Andere gevallen van verwijtbare werkloosheid kunnen zijn:
- Het opzeggen van een vaste baan voor een tijdelijk contract, waarna de aanvrager vanuit het tijdelijke contract werkloos wordt, tenzij de aanvrager in de vaste betrekking sowieso werkloos zou zijn geworden;
- Zelf ontslag nemen zonder dat daar een acute noodzaak voor is. Gepest worden of het op andere wijze niet naar de zin hebben is geen acute noodzaak;
- Een ontslag niet aanvechten of aangeven het "er wel mee eens" te zijn.
De gevolgen zijn dat men pas weer een WW-uitkering zal kunnen ontvangen als er opnieuw WW-rechten zijn "opgebouwd". In de bezwaarprocedure zal in een hoorzitting het recht op WW nogmaals beoordeeld worden.
[bewerken] Duur van de WW-uitkering
De duur van de WW-uitkering is in ieder geval drie maanden.Tot 2006 was de maximale uitkeringsduur vijf jaar, in 2006 is de 'nieuwe WW' van kracht geworden, de maximale uitkeringsduur is toen verkort naar 3 jaar en 2 maanden. [2]
De uitkeringsduur is langer als men naast de wekeneis voldoet aan de jareneis: men heeft in de afgelopen 5 jaar tenminste in 4 jaar gewerkt. In dit geval ontvangt men, inclusief de eerste drie maanden, per gewerkt jaar 1 maand uitkering, met een maximum van 38 maanden uitkering. Als "gewerkt jaar" tellen alle jaren vanaf het kalenderjaar waarin men 18 jaar werd tot en met 1997 sowieso mee als zg. fictief arbeidsverleden, vanaf 1998 tellen alleen de jaren mee waarin men werkelijk gewerkt heeft. Indien de werkloosheid begon op minstens 50-jarige leeftijd krijgt men in dit geval na afloop van de WW-uitkering recht op IOAW (een uitkering tot uiterlijk de 65-jarige leeftijd, vergelijkbaar met bijstand, maar dan zonder vermogenstoets; de behandeling van het wetsvoorstel vermogenstoets voor IOAW-ers van 50-55 jaar is tot een nader te bepalen datum aangehouden). Werknemers van zestig jaar of ouder die tussen 1 oktober 2006 en 1 juli 2011 werkloos worden en die langer dan drie maanden recht hebben op een WW-uitkering krijgen een IOW-uitkering totdat zij 65 jaar worden. De IOW is een tijdelijke regeling die vervalt per 1 juli 2016. Een verschil met de IOAW is dat bij de IOAW naar het inkomen van de partner wordt gekeken, en bij de IOW niet.
[bewerken] Hoogte van de WW-uitkering
De WW-uitkering wordt gebaseerd op het laatstverdiende loon, waarbij als maximum het maximum dagloon geldt. De eerste twee maanden ontvangt men 75%, daarna 70%. Als men voor een deel van de uren weer werk heeft, wordt de uitkering berekend over de uren dat men nog werkloos is, onafhankelijk van het loon dat men met het nieuwe werk verdient.[3]
[bewerken] Voorwaarden tijdens WW
Aan toegang tot de WW is een aantal voorwaarden gesteld, maar ook tijdens het ontvangen van de uitkering zal de werkloze, of uitkeringsgerechtigde, alles moeten doen om weer aan het werk te kunnen. Per 1 januari 2009 geldt het Besluit sollicitatieplicht werknemers WW 2009. De werknemer moet gemiddeld één keer per week een concrete verifieerbare sollicitatie-activiteit verrichten, tenzij iets anders met het UWV is afgesproken. Hoe langer men werkloos is, hoe minder kieskeurig men zal kunnen zijn. Het UWV beoordeelt of men zich genoeg heeft ingespannen.
De sollicitatieplicht geldt voor alle WW-uitkeringsgerechtigden. In sommige gevallen kun je gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de sollicitatieplicht krijgen. Bijvoorbeeld als je mantelzorg of vrijwilligerswerk doet of een eigen bedrijf start.[4]
Indien er sprake is van onvoldoende inspanning, bedrog, of het anderszins niet naleven van de regels, kan de uitkering worden stopgezet of door het UWV worden verlaagd door daarop een maatregel toe te passen. Ook kan een boete worden opgelegd.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ WW-premie in 2009 definitief op nul procent Nu Zakelijk, 16 oktober 2008
- ↑ Kamerstuk 2004-2005, 30109, nr. 1
- ↑ http://ikregeer.nl/document/KVR37414
- ↑ UWV Sollicitatieplicht en vrijstelling