Henschoten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Koepel van Stoop

Henschoten is een landgoed bij Woudenberg en Maarn in de Nederlandse provincie Utrecht, sinds 1919 deel van Den Treek-Henschoten.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Huis De Hoogt

De naam Henschoten wordt voor het eerst genoemd in het jaar 777 bij een schenking van vier foreesten in de buurt van Leusden door Karel de Grote aan de Martinuskerk te Utrecht. Eén van deze foreesten was Hengestcoten.

In 1131 schenkt de bisschop van Utrecht aan de St. Laurensabdij te Oostbroek het gebied Hengistcoto. Hier bouwen de monniken van de abdij een curtis (boerderij met omwalling). Deze lag ter hoogte van de huidige Viersprong, het kruispunt van de wegen van Austerlitz naar Woudenberg (N224) en Doorn naar Amersfoort (N227), bij de latere Constantiahoeve. Het ligt aan de voet van de heuvel waar in 1804 de Pyramide van Austerlitz verrijst.

[bewerken] Landgoed Henschoten

In 1816 is de bouwer van de Pyramide, de franse generaal de Marmont, genoodzaakt om zijn piramide met de bijbehorende grond aan de Utrechtse burgemeester Hubert M.A.J. van Asch van Wijk te verkopen. Diens landgoed Henschoten bestaat nu uit een strook land van de hofstede De Meent bij Woudenberg tot aan de Pyramide. Aan het oosteinde, ter plaatse van het huidige meest oostelijke bosperceel, stond het huis Hemschooten. Een huis Heischoten is nog aangegeven op de topografische kaart uit 1898, op de kaart uit 1909 is dit verdwenen.[1].

In 1887 laat Jhr. H.J.M. van Asch van Wijck aan de viersprong de Constantiahoeve bouwen. Het kruispunt heet tegenwoordig ook wel Quatre-Bras, naar het gelijknamige restaurant (vernoemd naar de Slag bij Quatre-Bras) dat daar vanaf 1921 gevestigd was[2].

[bewerken] De Hoogt

Het Berghuis

Sinds 1826 is de bankier J.B. Stoop eigenaar van de heidegronden ten zuiden van de huidige N224. Hij laat de heide bebossen en vraagt tuinarchitect J.D. Zocher om op een hoog punt met weids uitzicht een buitenplaats aan te leggen: het landgoed De Hoogt. In 1840 laat hij door Zocher een theekoepel bouwen, en begint een landschapspark aan te leggen met daarin het, nooit afgebouwde, huis De Hoogt (niet te verwarren met het latere Huis De Hoogt bij Maarn) en een jachthuis, het huidige Berghuis. Omdat het echter vanwege de lage grondwaterstand niet mogelijk blijkt een vijver aan te leggen, ziet hij van zijn verdere plannen af. In 1849 koopt Stoop een andere locatie in Zeist en laat daar het huis Molenbosch bouwen. De koepel op landgoed Henschoten gaat de geschiedenis in als de Koepel van Stoop[3].

Na de dood van Jan Bernard Stoop erft zijn dochter Anna al zijn bezittingen, waaronder De Hoogt. Arnoud Jan de Beaufort, eigenaar van Den Treek, trouwt met Anna Aleida Stoop en komt zo in het bezit van het landgoed[4].

[bewerken] Verdeling en Hereniging

Na het overlijden van Arnoud Jan de Beaufort in 1866 wordt Den Treek verdeeld onder zijn vier zonen. Johannes Bernardus de Beaufort (1847-1924) erft onder andere het landgoed Rumelaer en De Hoogt. Via zijn huwelijk met Cornelia Maria Van Asch van Wijck krijgt hij ook Henschoten in zijn bezit. Na zijn dood in 1908 gaat Henschoten-De Hoogt naar zijn zoon Willem Hendrik III. Deze laat 1,1 km zuidelijker een nieuw Huis De Hoogt bouwen. In 1919 neemt hij ook het beheer van Den Treek over, waardoor de landgoederen herenigd worden.

[bewerken] Henschotermeer

De woeste gronden ten zuidoosten van de viersprong vormden een enigzins marginaal deel van het landgoed Henschoten. Tijdens de mobilisatie in 1939-40 wordt er zand gewonnen ter versterking van de Grebbelinie. Er ontstaat een ondiepe zandplas die vanaf 1972 grootschalig wordt uitgediept en vergroot tot de recreatieplas Henschotermeer.

Bronnen en noten
Persoonlijke instellingen