Herenhuis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een herenhuis is een -meestal chique- woningtype dat bestaat uit minimaal twee volledige woonlagen (dus zonder schuine wanden) en een zolder. De dakgoot ligt minimaal op plafondhoogte van de eerste verdieping. Een herenhuis heeft een 'hoge gootlijn'.
Een herenhuis kan zowel vrijstaand zijn, als een rijtjeshuis. Door de bouwwijze heeft een herenhuis veel woonruimte.
Een herenhuis heeft een ruime inhoud, hetgeen betekent dat de bouwkosten ook hoog zijn. Om die reden werden herenhuizen in het verleden door de rijken, de heren, bewoond. Het interieur kenmerkt zich vaak door hoge plafonds, sierlijk lijstwerk en andere ornamenten, glas in lood, en grote schouwen. De term herenhuis beantwoordt daarmee aan een bepaalde verwachting en geeft meteen enige status aan een huis.
In oude Hollandse steden als Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Delft en West-Friese steden als Enkhuizen en Hoorn zijn nog vele voorbeelden vanuit de tijd van de VOC.
Andere plaatsen met herenhuizen zijn onder andere Leiden, Gouda, Middelburg, Utrecht, Groningen en Nijmegen. Het kunnen ook grachtenhuizen zijn zoals in Amsterdam.
In de universiteitssteden zijn in de loop der tijd veel herenhuizen van binnen flink verbouwd om ze geschikt te maken voor studentenhuisvesting.
In Vlaanderen treft men in de steden als Antwerpen, Gent, Brugge, Mechelen, Leuven, Lier en Kortrijk heel veel herenhuizen aan die twee verdiepingen of meer hebben, de zolderverdieping niet meegeteld. Ook in Brussel zijn ze talrijk aanwezig. Aangezien zij vooral in de stadskernen voorkomen en daar een grote vraag bestaat naar kleinere woningen, werden zij in veel gevallen heringericht tot drie- of vier-flats-woningen: één per verdieping. Zo'n herenhuisflat werd vaak een kwartier genoemd, niet zozeer omdat het een kwart van een woning was maar omdat de mensen (vaak werkzoekende inwijkelingen van het platteland) in afwachting van de overkomst van hun familie en het betrekken van een complete woonst niets meer wilden dan "inkwartieren".