Orgel Grote Kerk Nijkerk
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het orgel van de Grote Kerk in Nijkerk is een kerkorgel dat in 1756 gebouwd werd door Matthijs van Deventer voor de Grote of Sint-Catharinakerk in de Nederlandse plaats Nijkerk.
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving
Het behoort tot de top van de historische orgels in Nederland. De klank is voller dan men zou verwachten bij een orgel van 22 registers. Dit komt mede doordat de zijkanten van het orgel opengewerkt zijn. Het wordt beschreven als een veelzijdig instrument.
Het orgel bestaat uit een hoofdwerk en een rugwerk in een klassieke Hollandse opstelling. De orgelkas heeft een eenvoudig ontwerp met drie torens. De middentoren is hoger dan de zijtorens en de middentoren van het hoofdwerk draagt sinds 1779 een klok met een kloek, gekroond wapen van Nijkerk. Alle torens worden bekroond met houtsnijwerk. Dit rococosnijwerk is gemaakt door Andries van Bolder uit Arnhem.
In 1846 werd het orgel wit geschilderd. In 1937 werd de witte verflaag weer verwijderd.
Er vonden meerdere restauraties plaats. Hierbij werden ook verschillende stemmen door andere vervangen.
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] 1540-1800
Op 15 augustus 1540 ging bij een grote stadsbrand de kerk van Nijkerk in vlammen op. De kerk werd in gotische stijl gerestaureerd. Er werd ook een nieuw orgel gebouwd. Over dit orgel is verder bijna niets bekend. Op 16 september 1754 besluit het Ambt Nijkerk om een nieuw orgel te laten bouwen. Dit orgel wordt gebouwd door de Nijmegenaar Matthijs van Deventer. Het houtsnijwerk werd gemaakt door Andries van Bolder uit Arnhem. In 1756 wordt het orgel voltooid. Tot 1800 is alleen bekend dat de orgelmaker Paradijs uit Amsterdam aan het orgel heeft gewerkt.
[bewerken] 1800-1858
Vanaf 1812 is het onderhoud van het orgel in handen van de Utrechtse orgelmaker Abraham Meere. In 1813 restaureert hij het orgel. Omstreeks 1844 geeft de toenmalige organist de volgende dispositie:
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Deze dispositie is bijna de oorspronkelijke. Alleen de Fluit travers 8' discant en de Carillon III zijn niet origineel. Deze registers waren respectievelijk Quint 1 1/2 en Cornet III. De orgelbouwer C.F.A. Naber verricht vervolgens reparaties waarbij de stemming gelijkzwevend gemaakt werd. De oorspronkelijke lage toonhoogte blijft daarbij behouden.
In 1855 is er weer een restauratie nodig. Deze wordt gedaan door de orgelmaker Bätz (Witte). Hij vindt dat het orgel veel te veel vulstemmen heeft en brengt een aantal veranderingen aan. Allereerst vervangt hij op het rugwerk de Carillon III door een Viola di Gamba 8'. De Van Deventer-Woudfluit werd naar het hoofdwerk verplaatst waardoor de Tertiaan moest wijken, en er werd uit de Carillon en de Sexquialter bas. De Mixtuur van het hoofdwerk werk verkleind van VI naar III-IV sterk. Deze veranderingen vonden waarschijnlijk rond 1855 of in 1885 plaats.
[bewerken] 1858-1885
In 1863 werd het orgel opnieuw geschilderd in witte kleur. Ook werden de pijpen schoongemaakt. In 1884 stuurt orgelmaker J.F. Witte (Fa. Bätz en Co.) een brief aan de kerkvoogdij waarin hij zegt dat hij het beter vindt als het orgel vervangen wordt. Het lukte Witte echter niet om een nieuw orgel te laten bouwen. Hij restaureert het orgel. Inmiddels was de dispositie als volgt:
[bewerken] 1885-1937
Het orgel is 1910 in onderhoud bij fa. J. de Koff uit Utrecht. Hij heeft in 1910 een ingrijpende reparatie uitgevoerd. In het hoofdwerk werd in plaats van de Woudfluit 2' een Violon 8' geplaatst, de 'schreeuwerige' octaaf is veranderd in een 'molliger' geluid. De Fluit travers in het rugwerk wordt weggehaald en vervangen door een Prestant 8' vanaf c klein. De technische veranderingen waren nog ingrijpender. Op het (voorheen aangehangen) pedaal werd een Subbas 16'geplaatst. De klavieren, het pedaalkoppelwellenbord, de winkeleregels, het pedaalklavier, en de manuaalkoppel werden vervangen. Nu was de dispositie als volgt:
In 1936 is er een orgelcommissie. Ze laten de witte verflaag van het orgel verwijderen. Ze laten door de fa. Koch uit Apeldoorn een restauratie uitvoeren. De pijpen werden schoongemaakt, de balgen werden hersteld, de tongwerken werden gerepareerd, er werd een elektromotor aangebracht, de pijpen werden gestemd en de mechaniek werd gerepareerd.
[bewerken] 1937-1975
In 1952 wordt door de orgelcommissie een restauratie voorgesteld. Het is een reëel voorstel: herstel van de oude dispositie, herstel van de laden en de mechaniek, nieuwe klavieren in oude stijl, herstel van de balgen, en herstel van de orgelkas. De fa. Koch levert 3 nieuwe registers: Sexquialter II, Tertiaan II, en Mixtuur VI. Verder werd nieuw pijpwerk gekocht voor de rugwerkregisters Carillon III, Woudfluit II, Quint 1 1/2. Het orgel had erg aan vitaliteit ingeboet, en men was ook ontevreden over de fa. Koch. Daarom werd het onderhoud uitbesteed aan fa. Van Vulpen te Utrecht.
[bewerken] 1975-heden
Het orgel ging in de periode 1960-1975 langzaam maar zeker achteruit. In 1975 werd besloten tot een restauratie van het orgel door fa. Van Vulpen. De windladen van en de mechaniek werden hersteld en de balgen werden gerestaureerd. De vulstemmen werden zo veel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld en ontbrekend pijpwerk werd nieuw bijgemaakt. De subbas 16' in het pedaal werd gehandhaafd. In 1988 is de restauratie voltooid.
[bewerken] Dispositie
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
- Koppels: Drie koppelingen, klavierkoppel gedeeld bas/discant.
- Speelhulpen:
- Sprekende pijpen: 1672
- Niet-sprekende frontpijpen: 56
- De registerknoppen van het rugwerk, zitten ook daadwerkelijk in de orgelkas van het rugwerk.
[bewerken] Organisten
- 1756-1763 M. La Verge
- 1763-1810 A. Bleumer
- 1812(?)-1815 P.I. Neunabel
- 1815-1821 S.A. Hempenius
- 1821 D. van Winkoop (waarnemend)
- 1822-1859 H.R. Reinold
- 1848-1850 F.W. Hageman jr.
- 1850 M. van den Hoorn (waarnemend)
- 1850-1854 J. Kwast
- 1854 V.P. Schoonderbeek (waarnemend)
- 1854-1907 W.F. Enderlé
- 1907-1945 Joh.W. Meyll
- 1945-1981 H. Bouwman sr.
- 1981-2007 H. Bouwman jr.
- 2007-heden B.C. Blankesteijn
Tot 1945 waren de organisten tevens stadsbeiaardier.
Tijdens de zondagse kerkdiensten wordt het orgel bespeeld door een van de organisten van de Hervormde Gemeente Nijkerk:
- Bas Blankesteijn (hoofdorganist)
- Herman Reijers
- Erik Simon
- Ineke Schaap
[bewerken] CD-opnamen
In de Grote Kerk van Nijkerk zijn de volgende cd's opgenomen:
- Ewald Kooiman: J.S. Bach: Orgelwerken, deel 4 en 5. Uitg. Coronata, z.j.
- Reitze Smits: J.S. Bach: Toccata's & Concerti. Uitg. Emergo, 1991
- Henk Bouwman: Nijkerkse klanken. J. Stanley en C.H. Rinck: Orgelwerken. (carillon en orgel van de Grote Kerk van Nijkerk) Uitg. Nijkerkse Klokkenspelvereniging, 2005
- Wim Bomhof: A.M. Brunckhorst, J.L. Krebs, W. Bomhof: Orgelwerken. Uitg. Wim Bomhof, 2005
- Arie Pronk: GOUDEN UREN, Samen zingen met Arie Pronk (nummer 8 en 13). Uitg. STB Studio Huizen i.s.m. de Evangelische Omroep.
[bewerken] Concerten
Elk jaar vindt - meestal op 29 april - het Oranjeconcert plaats in de Grote Kerk. Hierbij treedt het christelijk mannenkoor 'Noord-West Veluwe' op, onder leiding van dirigent Martin Mans.
De orgelcommissie van de Grote Kerk organiseert in de zomermaanden elke dinsdagavond een orgelconcert. Hierbij wordt het orgel bespeeld door bekende organisten, zoals Peter Eilander en Theo Jellema.
Op de jaarlijkse Open-monumentendag, 2e zaterdag in September, (tevens Nationale Orgeldag) wordt er een concert gegeven ter afsluiting. Dit concert wordt verzorgd door Nijkerkse organisten.
[bewerken] Literatuur
- Henk Bouwman, Het Matthijs van Deventer orgel in de Grote Kerk te Nijkerk (Nijkerk, 1988)
- Maarten Seijbel en Aart Veldman, Orgels rond het IJsselmeer (Houten, 1984)
- Jan Bijvank en Gerrit van de Veen, De Grote Kerk van Nijkerk, kerk & toren - orgel & carillon (Nijkerk, 2004)
[bewerken] Externe links
- Foto's van het orgel op www.orgelsite.nl
- Filmpjes van het orgel op www.youtube.com
- Info over organist H. Reijers