Bernardus Alfrink
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Bernardus Johannes Kardinaal Alfrink | ||
| Kardinaal van de rooms-katholieke Kerk | ||
| Ambt | Aartsbisschop van Utrecht | |
| Gecreëerd door | Johannes XXIII | |
| Consistorie | 28 maart 1960 | |
| Titelkerk | San Gioacchino ai Prati di Castello | |
Bernardus Johannes Alfrink (Nijkerk, 5 juli 1900 — Nieuwegein, 17 december 1987) was een Nederlands aartsbisschop, kardinaal en metropoliet.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
Bernardus was de jongste in een gezin met drie jongens. Zijn moeder overleed bij zijn geboorte en hij werd daarom verzorgd door een kinderloze tante uit Barneveld. Na het staatsexamen gymnasium-A in 1919 volgde hij nog een jaar filosofiestudie in Culemborg. In de vroege zomer van 1929 kon Alfrink een eigen manuscript aanbieden aan de Pauselijke Bijbelcommissie over de Babylonische en Israëlitische voorstellingen van het leven na de dood, maar die keurde het af, omdat het op enkele punten strijdig zou zijn met de katholieke theologie. In Nederland werkte hij daarop verder aan een nieuwe versie, die hij in 1930 verdedigde.
In 1930 werd Alfrink tot kapelaan benoemd te Maarssen. Vanaf oktober 1933 doceerde hij exegese aan het grootseminarie in Rijsenburg. Toen in de zomer van 1942 Rijsenburg door de Duitse bezetter werd gevorderd, verhuisde het grootseminarie naar een kasteel in Laag-Keppel in de Achterhoek, waar de leefomstandigheden primitief waren. Van 1945 tot in 1951 was Alfrink hoogleraar exegese van het Oude Testament en in het Hebreeuws aan de Universiteit van Nijmegen.
[bewerken] Bisschopswijding
In mei 1951 werd hij titulair bisschop van Tyana gewijd en bisschop-coadjutor van kardinaal De Jong. Deze was niet meer in staat zelf als hoofdconsecrator op te treden en daarom werd deze taak vervuld door monseigneur Paolo Giobbe(1880-1972), sinds jaar en dag de pauselijke internuntius in Den Haag. Alfrink koos als wapenspreuk Evangelizare divitias Christi (Christus' rijkdommen verkondigen). Wegens de slechte gezondheid van De Jong nam Alfrink vrijwel alle lopende zaken van hem over. Alfrink speelde van meet af aan een leidende rol. Hij had een matigende invloed op de formulering van het omstreden Bisschoppelijk mandement van 1954.
[bewerken] Aartsbisschop
Na het overlijden van De Jong in 1955 werd hij aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht en daarmee metropoliet van de Nederlandse kerkprovincie. In 1957 werd hij benoemd tot eerste legerbisschop van het nieuw opgerichte Nederlands militair ordinariaat. Door paus Johannes XXIII werd hij in 1960 kardinaal gecreëerd. Sommigen hadden deze verheffing eerder verwacht, maar aannemelijk is dat paus Johannes pas in de loop van zijn korte pontificaat realiseerde dat het hem vrij stond om het tot dan toe maximaal toegestane aantal kardinalen (70) te overschrijden.
[bewerken] Tweede Vaticaans Concilie
Alfrink werd lid van de commissie van voorbereiding voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en gekozen in het tienkoppige presidium. Tijdens het Concilie was hij betrokken bij een incident met kardinaal Ottaviani (1890-1979). Tijdens Ottaviani's pleidooi op het concilie om de liturgie met de nodige omzichtigheid te behandelen overschreed Ottaviani de voorgeschreven limiettijd van tien minuten. Toen kardinaal Alfrink de microfoon liet afsnijden werd dit met applaus ontvangen. De vernederde Ottaviani bleef twee weken weg van het concilie maar hervatte daarna onverstoorbaar zijn werk.[1][2][3] Diens wraak zou trouwens nog zoet zijn, toen paus Paulus VI Alfrink dwong om in Rome de aan laatstgenoemde zeer onwelgevallige bisschop Joannes Gijsen van Roermond de bisschopswijding te komen toedienen[bron?].
In 1966 gaf hij het imprimatur aan de Nieuwe Katechismus, die later door een commissie van kardinalen op vele punten werd bijgesteld.
Van 1965 tot 1978 was hij de internationaal voorzitter van Pax Christi en van 1952 tot 1976 voorzitter van Pax Christi Nederland. Wat de kardinaal het meeste heeft geërgerd in die tijd was de suggestie dat Pax Christi betaald werd door de Russen, zo vertelde hij in Leven in de Kerk, een gesprek met Michel van der Plas (Ambo). ,,Ieder betaalde de onkosten voor de onvangst...de reiskosten werden door iedere club zelf gedragen. De laatste keer in Moskou heb ik mijn ticket uit mijn eigen zak betaald," aldus de nog steeds geërgerde kardinaal.
Alfrink kwam in de jaren 1970 in conflict met de pater assumptionist Winand Kotte, toen deze de Sint-Willibrordusgemeenschap oprichtte en de neogotische Sint-Willibrorduskerk in Utrecht vrijwaarde van de sloop. Dit conflict zou pas in 2008 met Mgr. Eijk bijgelegd worden.[4].
[bewerken] Crisis in de Nederlandse Kerkprovincie
Alfrink was aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht in een zeer onrustige tijd. Er was een crisis in de Katholieke Kerk, in het geloof en in de relatie met het Vaticaan. Het katholieke volksdeel werd steeds kleiner. Alfrink stond bekend als een progressistische aartsbisschop die er neomodernistische denkbeelden op na zou houden. Deze indruk lijkt echter minder juist. Alfrink was een traditioneel ingestelde katholiek. Afschaffing van het celibaat hoefde van hem niet zo nodig. Echter: Alfrink wenste een open oog en oor te houden voor de noden van zijn geloofsgemeenschap en pleitte voor die hervormingen die nodig waren voor het welzijn van zijn kudde. Ingrijpen tegen in zijn ogen al te progressief optredende gelovigen deed hij niet vaak, maar wel toen pastores van de Utrechtse studentenparochie celebreerden in een oecumenische tafelviering.
De aanvaarding van het 'ambtsrapport' in januari 1970 tijdens de vijfde zitting van het in 1968 begonnen Concilie van Noordwijkerhout betekende voor Alfrink persoonlijk en voor de kerkprovincie echter een keerpunt. De Nederlandse kerkprovincie dolf het onderspit tegen Rome en kardinaal Alfrink verloor er zijn al fors verminderde krediet. De spanningen binnen de kerkprovincie namen zeer toe, mede door benoemingen van enkele Rome-getrouwe bisschoppen onder wie Ad Simonis in 1970, Joannes Gijsen in 1972, Henny Bomers en (in mindere mate) Joseph Lescrauwaet in 1983 en Johannes ter Schure in 1984.
Alfrink heeft erg onder de polarisatie geleden en trachtte meerdere vleugels te verzoenen, maar effectieve verzoening bleef uit. Eenzaamheid en een zeker isolement is wellicht verbonden met deze functie, zei hij eens. Zijn rechterhand als vicaris, pater dr. H.M. van Munster O.F.M. zei eens, toen Alfrink nog leefde: ,,Over de kardinaal valt veel goeds te vertellen maar aardig was hij niet. Kardinaal Simonis is aardig." Alfrink was ook een man die voor zover bekend door niemand werd getutoyeerd, ook niet privé door collega-bisschoppen.
[bewerken] Onderscheiding
Kort voor Alfrinks emeritaat stond minister-president Den Uyl (PvdA) erop dat hijzelf de kardinaal de versierselen zou uitreiken van Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw, de hoogste Nederlandse onderscheiding. Alfrink kreeg op deze wijze dezelfde eer die was toegevallen aan zijn voorganger De Jong om diens onverzettelijke houding tegenover de Duitsers. Alfrinks opvolgers Johannes Willebrands en Ad Simonis werden onderscheiden met het grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau, een lagere onderscheiding die ook niet door de premier werd uitgereikt.
[bewerken] Laatste jaren
Op 5 juli 1975 legde Alfrink het bisschopsambt neer, per kerende post door paus Paulus VI geaccepteerd. Als zijn opvolger werd benoemd Kardinaal Johannes Willebrands (1909-2006), die zijn taak als President van de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen in Rome niet wilde opgeven en Utrecht 'erbij' deed. Deze situatie duurde zeven jaar. Willebrands keerde weer terug naar Rome. Pas in 1982 lukte het deze om twee hulpbisschoppen, dr. Johannes Antonius de Kok O.F.M. en drs. Johannes Bernardus Niënhaus, naast zich te krijgen.
Alfrink bleef de laatste jaren van zijn leven in zijn bungalow in Dijnselburg bij Huis ter Heide. Hij verscheen voor het laatst in het openbaar toen Paus Johannes Paulus II in 1985 de kardinaal bezocht tijdens zijn bezoek aan Nederland en België. Bernardus Johannes Alfrink was de vijfde Nederlandse kardinaal sinds de Reformatie. Hij overleed in het Sint Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en rust op het kerkhof St. Barbara te Utrecht, waar hij begraven is naast zijn voorganger Kardinaal De Jong.
[bewerken] Varia
In Nederland zijn er vele scholen naar deze kardinaal vernoemd, zoals het Alfrink College te Zoetermeer, het Alfrink College te Deurne, de Kardinaal Alfrinkschool in Wageningen en de Kardinaal Alfrinkschool in Wierden (nu Het Galjoen).
[bewerken] Zie ook
| Voorganger: Pietro Doimo Munzani |
Titulair bisschop van Tyana 1951-1955 |
Opvolger: Primo Principi |
| Voorganger: Johannes de Jong |
Aartsbisschop van Utrecht 1955-1975 |
Opvolger: Johannes Willebrands |
| Voorganger: - |
Legerbisschop 1957-1975 |
Opvolger: Johannes Willebrands |
[bewerken] Externe links
- Biografisch Woordenboek van Nederland - biografie
- Bernardus Johannes kardinaal Alfrink (1900-1987): gezaghebbend vanaf leerstoel en bisschopszetel, J.Y.H.A. Jacobs
- Gegevens over kardinaal Alfrink op www.catholic-hierarchy.org
| Referenties: |
|