Grebbelinie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Grebbelinie was een voorverdediging van de Hollandse Waterlinie, een Nederlandse verdedigingslinie, gebaseerd op inundatie.
De Grebbelinie liep vanaf de Neder-Rijn bij de Grebbeberg te Rhenen langs het Valleikanaal (of de Grift) en de Eem tot aan het IJsselmeer (voorheen de Zuiderzee).
Inhoud |
[bewerken] 18e eeuw
In 1745 is Nederland begonnen met de aanleg van de Grebbelinie om Holland te beschermen tegen inval van vijanden. Diverse onderdelen van de Grebbelinie uit die tijd zijn nog steeds in het landschap te herkennen, zoals de Groeperkade en fort Daatselaar in de omgeving van Renswoude. In 1794 is de linie voor het eerst gebruikt tegen de inval van de Fransen.
[bewerken] 19e eeuw
Tot laat in de 19e eeuw werd de Grebbelinie onderhouden. Hoe langer echter de linie ongebruikt werd gelaten, hoe minder de noodzaak ervan werd gevoeld. In 1926 werd een groot deel van de vestingwerken opgeheven.
[bewerken] 20e eeuw
In 1939 is de in onbruik geraakte linie toch nog een keer in werking gesteld. In de plannen van de opperbevelhebber van het leger, generaal Reijnders, nam de linie de rol in van voorverdediging van het Oost-front Vesting Holland. Op het laatste moment (februari 1940) besloot de nieuwe bevelhebber generaal Henri Winkelman de hoofdverdediging in de Grebbelinie te voeren. De innundaties werden in werking gesteld tussen de Grebbeberg bij Rhenen en het IJsselmeer. Bij de Duitse invasie in Nederland werd hier enkele dagen standgehouden door het Nederlandse leger. Op verschillende plaatsen, zoals bij fort Engelaar moest de strijd opgegeven worden door gebrek aan munitie. De zwaarste strijd is gevoerd tijdens de Slag om de Grebbeberg.
Tijdens de Duitse bezetting leek het er lange tijd op dat de rol van de Grebbelinie als verdedigingslijn was uitgespeeld. De versperringen werden opgeruimd en Duitse troepen werden ingezet, om samen met Nederlandse burgers en werkeloze militairen de aanwezige stellingen af te breken. Maar in oktober 1944 vestigde de Organisatie Todt zich in de Gelderse vallei. Deze organisatie werd belast met het herstellen van de Grebbelinie die van de Duitse bezetter de naam de Pantherstellung kreeg. De Pantherstelling werd voornamelijk door Nederlandse dwangarbeiders maar ook door Russische krijgsgevangenen opgebouwd. In maart 1945 waren meer dan 12 duizend mensen aan het werk voor 1 kom soep per dag en 1 brood in de week. Tot echte gevechten om de stelling is het niet gekomen, het Canadese leger staakte haar opmars naar West Nederland net voor de Grebbelinie.
In 1951 werd de Grebbelinie als verdedigingswerk opgeheven. Aan het begin van de twintigste eeuw hebben veel resterende landschapselementen van de Grebbelinie een beschermde status gekregen vanwege zowel hun cultuurhistorische als natuurwaarde.