Hof van Holland
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het Hof van Holland, ook wel Raad van Holland of Hof van Holland, Zeeland (en West-Friesland) genoemd, was een instelling met voornamelijk raadslieden die de landsheer, de graaf van Holland bijstond bij het uitoefenen van zijn gezag in het graafschap Holland. In specifieke zin wordt deze naam ook gebruikt voor het hoogste gerechtshof in het graafschap Holland.
Inhoud |
[bewerken] De Raad
Bij bijna alle uitoefenaars van gezag in Europa is het bekend dat ze werden bijgestaan door raadslieden. Deze raadslieden werden aan geduid als de Raad. Deze raad had een tijdelijk karakter in zoverre dat hij alleen bijeenkwam op verzoek van de heer. Hij was in zoverre permanent dat iedereen wist dat hij bestond en men niet om de raad heen kon. Afhankelijk van tijd en plaats en persoonlijkheid van de heer had een raad meer of minder macht. In het graafschap Holland had de Raad over het algemeen redelijk wat macht. In Spanje had de raad van de koning veel minder macht. De historische verschillen van de gebieden liggen hieraan ten grondslag en dat leidde in de 16e eeuw tot een conflict tussen de Nederlanden en de koning van Spanje.
[bewerken] Raad van Holland
Voor de Raad van Holland dienden zaken die niet door andere rechtbanken konden worden berecht, bijvoorbeeld misdrijven tegen het land of de landsheer, zware criminele misdrijven en zaken van edelen, steden en geestelijken. We moeten dit ook zien als berechting door gelijken. Mensen van een bepaalde stand konden alleen door leden van dezelfde stand berecht worden. Omdat de heer het hoogste gezag was, kwam het voor hem en zijn raad. In sommige gevallen was om die laatste reden ook appel mogelijk, wat wij tegenwoordig hoger beroep noemen.
[bewerken] Hof van Holland
De Zoen van Delft van 1428 zorgde ervoor dat de tijdelijke raad werd omgevormd tot een permanente raad van negen leden. De voorzitter van het hof was de heer of zijn plaatsvervanger, de stadhouder. Eind 15e eeuw kwamen er permanente voorzitters voor de rechtbank. Een van de bekendste voorzitters was Nicolaas Everaerts, die dit hof tussen 1510 en 1528 voorzat.
Enkele jaren na de Zoen van Delft werd de rekenkamer afgesplitst van het Hof.
[bewerken] Veranderende rol
Na de Eerste Vrije Statenvergadering van 1572 namen de Staten van Holland het bestuur over van de toenmalige graaf, Filips II. Het nam de bestuurlijke rol over van het hof, dat nog tot ver in de zestiende eeuw politieke bevoegdheden hield, maar zich steeds meer beperkte tot gerechtelijke aangelegenheden.
[bewerken] Opheffing
Bij de invoering van de Franse rechterlijke organisatie werd per 1 maart 1811 het Hof van Holland opgegeven, evenals de andere bestaande gerechtelijke instanties. Aan het bijna vier eeuwen lange bestaan van het oudste rechtscollege van Nederland kwam hiermee een einde.
[bewerken] Literatuur
- M.-Ch. Le Bailly, Procesgids Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland (Hilversum 2008; Procesgidsen, 7).
- S. ter Braake, Met recht en rekenschap. De ambtenaren van het Hof van Holland en de Haagse Rekenkamer in de Habsburgse tijd, 1483-1558 (Hilversum 2007).
- M.-Ch. Le Bailly, Recht voor de Raad. Rechtspraak voor het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland in het midden van de vijftiende eeuw (Hilversum 2001).
- M.J.M. Damen, De Staat van Dienst. De gewestelijke ambtenaren van Holland en Zeeland in de Bourgondische Tijd (1428-1482) (Hilversum 2000)
- Tracy, J.D., Holland under Habsburg rule. The formation of a Body Politic (Berkely 1990)