Jacob J. Hinlopen (1582-1629)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jacob J. Hinlopen (1582 – 11 september 1629) handelde in laken en Oostindische waren en was medeoprichter van de VOC in Enkhuizen.
Jacob was de tweede zoon van Jacob J. Hinlopen. Hij trouwde in 1618 met Sara de Wael en werd lid van de vroedschap van Amsterdam. Als remonstrantsgezinde steunde Jacob Vondel, die een gedicht bij zijn huwelijk had geschreven. Het echtpaar bewoonde Herengracht 130. Uit dit huwelijk werden de broers Jacob (1621-1679) en Jan (1626-1666) geboren. Hun zuster Catalina of Lijntje (1619-) trouwde in 1642 met Michiel Popta; Sara (1623-), de andere dochter trouwde in 1646 Hendrick Reael, Pietersz. Hun jongste broer Frans (1629-1656), overleed in zijn rijtuig op weg van Naarden naar Amsterdam, zonder een woord te zeggen.[1] Hij was getrouwd met Cornelia Oetgens, een dochter van Frans Hendricksz. Oetgens.
Na de dood van Sara de Wael, eigenares van een brouwerij op de Keizersgracht, niet ver van de Rode Hoed, erfden de beide zonen het door Philips Vingboons ontworpen buiten Pijnenburg, in de omgeving van Soest.[2] Nadat het voorvaderlijk huis Nieuwendijk 155 en de lakenhandel in de Warmoesstraat was verkocht, kochten de beide broers grond in de Jordaan.
[bewerken] Noten
- ↑ RAU 1002-919, familiearchief Martens van Sevenhoven.
- ↑ Landgoed Pijnenburg