Paleis Soestdijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Paleis Soestdijk

Paleis Soestdijk is een paleis in het Baarnse gedeelte van Soestdijk. Het ligt tussen de plaatsen Soest en Baarn in.
Vanaf 1937 was het de residentie van prinses en later koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard. Sinds 1971 is het eigendom van de Staat der Nederlanden.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Cornelis de Graeff te Soestdijk. (Cornelis de Graeff, zijn echtgenote Catharina Hooft en hun zonen Pieter en Jacob de Graeff, de staande figuren zijn v.l.n.r. Willem Schrijver, Pieter Trip en Andries de Graeff.) Het Landschap is aan Jacob van Ruisdael toegeschreven, en het portretten aan Thomas de Keyser, tussen 1656 en 1660, (National Gallery of Ireland)

Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, de toenmalige burgemeester van Amsterdam aan de weg tussen Baarn en Soest een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck. De Graeff is in de jaren 1655-1660 druk bezig, zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt, met de opvoeding van Willem III van Oranje-Nassau. In 1674 verkoopt De Graeffs zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan zijn jeugdvriend stadhouder Willem III. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot, ontworpen door Maurits Post, zoon van Pieter Post. Toen Willem III en Koningin Mary in 1684 het landgoed het Oude Loo verwierven, liet het paar daar een nieuw jachtslot bouwen. Soestdijk werd daardoor niet meer zo vaak gebruikt.

In 1702 erfde de Friese stadhouder Johan Willem Friso Soestdijk doordat Willem III kinderloos overleed. Na het overlijden van Johan Willem Friso in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw en zoon bleven in de zomer op Soestdijk wonen. Landgoed de Eult, aan de overkant van de Amsterdamsestraatweg, tegenwoordig het Baarnse Bos, is door de erven van Willem Gideon Deutz op 17 juli 1758 voor 319.000 gulden verkocht aan de prinses-gouvernante Anna van Hannover.

In 1787 kwam het bij Soestdijk tot een handgemeen tussen patriotten en Oranjegezinden, waarbij een dode en enkele gewonden vielen. De Utrechtse Staten beloonden de officieren van de wacht met een bijzondere gouden of zilveren medaille.

Tijdens de Franse oorlog werd Paleis Soestdijk in 1795 door de patriotten als oorlogsbuit in beslag genomen. In 1799 werd het verkocht. Het werd bestemd tot logement. Lodewijk Bonaparte, de broer van de Franse keizer Napoleon, nam het in 1806 in bezit en liet een nieuwe uitbreiding aan het paleis bouwen. Hij gebruikte het tot 1810.

Na de bevrijding werd het paleis uitgebreid met twee vleugels aan weerszijden van het hoofdgebouw met kenmerkende halfronde colonnades: de Soester vleugel aan de linkerkant gezien vanaf de straat, en de Baarnse vleugel aan de rechterzijde. Het paleis werd 's zomers bewoond door Willem II en zijn echtgenote Anna Paulowna, die het opnieuw inrichtte. Na haar dood in 1865 ging het over naar Prins Hendrik, broer van koning Willem III. Deze was stadhouder van Luxemburg, maar gebruikte Soestdijk als Nederlands pied-à-terre.

Koningin-moeder Emma heeft Paleis Soestdijk gebruikt als zomerverblijf tot haar dood in 1934. Er werden enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading. Verder werden er twee kleedkamers op de eerste verdieping van het hoofdgebouw aangebouwd.

Na de dood van koningin-moeder Emma werd het paleis verbouwd om als woning te gaan dienen voor prinses Juliana en prins Bernhard. De grootschalige verbouwing gebeurde met name aan de Baarnse vleugel. Er werd een grotendeels ondergrondse bioscoopzaal aangebouwd voor prins Bernhard. Verder kwam er in het souterrain een grote keuken. Op de begane grond werden werkkamers voor Juliana en Bernhard, een eetkamer, een bibliotheek en een turnzaal ingericht. Verder kwamen er vier gastenappartementen. De eerste verdieping werd uitgebreid met slaap-, bad- en kleedkamers voor Juliana en Bernhard en hun kinderen. Ook werden er vertrekken ingericht voor het personeel.

[bewerken] Bewoners prinses Juliana en prins Bernhard

Het beeld van Kees Verkade

In 1937 betrokken prinses Juliana en prins Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de woning van een jong gezin. Alle prinsessen, met uitzondering van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren. Hoewel Juliana als koningin haar werkzaamheden officieel in Huis Ten Bosch te Den Haag verrichtte, gebeurde dit in de praktijk maar weinig; de koninklijke familie maakte tijdens de regeerperiode van Juliana voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Paleis Het Loo ging dienen als buitenverbijf, terwijl in dit laatste prinses Wilhelmina ging wonen. Om als werkpaleis te kunnen dienen werden in de Soestervleugel de secretariaten van Juliana en Bernhard ondergebracht.

Juliana had haar voorkeur voor Paleis Het Loo als zomerverblijf en Paleis Soestdijk als woon- en werkpaleis. Zij voerde gesprekken met de minister-president meestal op Soestdijk, bij hoge uitzondering hield zij kantoor op Huis ten Bosch.

Vanuit het paleis werden in rechtstreekse televisie-uitzendingen de verlovingen van de prinsessen bekendgemaakt. Jaarlijks werd op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin.

De staatsbezoeken werden in de periode van Juliana zoveel mogelijk op het Paleis op de Dam ontvangen. Af en toe werd gebruikt gemaakt van Paleis Soestdijk, zoals in 1979 bij het officiële bezoek van de Japanse keizerlijke familie. Dit kwam mede door het feit dat eind jaren zeventig de paleizen Het Loo, Noordeinde en Huis ten Bosch alle in restauratie waren.

In de jaren zestig en zeventig vonden er enkele verbouwingen plaats, waarbij het paleis werd uitgebreid met een zonnekamer en een zwembad.

Na het overlijden van prinses Wilhelmina begon Juliana met de reorganisatie van de paleizen, kunstwerken en domeinen teneinde alles te beschermen en bijeen te houden.

In 1971 werd Paleis Soestdijk en het bijbehorende landgoed verkocht aan de Staat. Tegelijk werd afstand gedaan van het gebruik van Paleis Het Loo te Apeldoorn; het Kasteel Het Oude Loo werd weer in gebruik genomen. Alle koninklijke paleizen maken sindsdien onderdeel uit van de portefeuille van de Rijksgebouwendienst. Tot 1971 moest het staatshoofd ook de paleizen onderhouden die in eigendom van het Rijk waren. Verder werd grondwettelijk vastgelegd dat Juliana samen met haar man tot hun dood van Paleis Soestdijk gebruik kon maken zonder daar huur voor te betalen.

Verder kreeg Juliana ook een betere financiële positie, zodat de collecties binnen de familie Oranje-Nassau konden blijven. Alle kunstwerken werden in stichtingen ondergebracht die onder leiding staan van de familie. Daarnaast is er sindsdien een stabielere financiële huishouding, zodat het staatshoofd haar taak beter kan uitvoeren en het verleden goed bewaard kan worden.

In de jaren zeventig en begin jaren tachtig woonden naast Juliana en Bernhard ook de prinsessen Irene en Christina met hun gezinnen op het paleis. Voor hen werden appartementen ingericht in de Soestervleugel.

Na haar troonsafstand op 30 april 1980 bleven Juliana en Bernhard wonen op Paleis Soestdijk. Prinses Juliana overleed hier op 20 maart 2004. Prins Bernhard woonde hier nog tot 1 december 2004, toen ook hij overleed.

Op 19 mei 2009 onthulde koningin Beatrix in de voortuin voor het paleis een bronzen beeld van haar ouders. Het beeld is gemaakt door Kees Verkade.

[bewerken] Open voor publiek

Sinds het overlijden van prins Bernhard staat het paleis leeg. In oktober 2005 werd het paleis overgedragen aan de staat, in tijdelijk beheer van de Rijksgebouwendienst tot een toekomstige gebruiker is gevonden. Op 24 april 2006 werd bekend gemaakt dat Paleis Soestdijk voor een periode van drie jaar opengesteld zal worden [1]. In de daaropvolgende maanden werden het paleis en het park gereed gemaakt voor de openstelling. In een bosperceel van het park werden bomen gekapt voor de aanleg van 230 parkeerplaatsen. In de orangerie kwam een horecavoorziening en de watertoren werd omgebouwd tot museumwinkel. In het paleis kwam een expositie over de geschiedenis van het paleis en zijn inwoners. Deze is alleen met een rondleiding te bezoeken. Deze rondleiding voert door de staatsievertrekken van het paleis, die grotendeels oorspronkelijk ingericht zijn. Verder zijn er enkele privévertrekken van de laatste bewoners te zien, hoewel die ontdaan zijn van vrijwel alle privébezittingen. Tussen december 2006 en februari 2007 werden bewoners van Baarn en Soest als eerste uitgenodigd om een rondleiding te krijgen. Sindsdien is het paleis open voor iedereen. Kaarten voor de rondleiding in het paleis zijn alleen via de website van het paleis te koop. Het park is wel te bezoeken na betaling aan de kassa. Op 10 oktober 2007 verwelkomde de stichting de 100.000e bezoeker. In 2009 besloot de regering dat de openstelling van het paleis met een jaar wordt verlengd.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Voetnoten:


Persoonlijke instellingen