Het Gooi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Gooi (regio))
Ga naar: navigatie, zoeken
Historische kaart

Het Gooi is een Nederlandse landstreek in het zuidoosten van de provincie Noord-Holland. De naam, soms ook geschreven als 't Gooi (het lidwoord maakt vast deel uit van de naam), maar op literaire wijze of ter afwisseling soms ook aangevuld tot Gooiland, gaat terug op het woord Gooi, een oude nevenvorm van gouw. Een oude naam voor Gooiland is ook Naerdincklant (Naardensland, Land van Naarden), genoemd naar de enige oude stad in de regio, die gedurende een bepaalde periode als hoofdplaats fungeerde en de zetel was van de baljuw. In andere perioden was het Muiderslot de zetel, onder andere ten tijde van P.C. Hooft.

Historisch gezien is het Gooi of Gooiland het gebied dat gelegen is op de hoge zandgronden: de gemeenten Naarden, Huizen, Bussum, Blaricum, Laren en Hilversum, alsmede het dorp Muiderberg (gemeente Muiden). De enige latere toevoeging was het dorp 's-Graveland. Voor de stichting van dat dorp (omstreeks 1625) hoorde dit gebied ook al onder Gooiland. Gooiland viel vanouds samen met het gebied van de marke van de zogenaamde erfgooiers. In de dertiende eeuw ontstond hier deze bijzondere boeren-zelforganisatie (of liever marke-organisatie), die vanaf 1912 bij wet genoemd werd: Vereniging Stad en Lande van Gooiland. (tot 1912 was de naam " Vergadering van Stad en Lande van Gooiland". )

Inhoud

[bewerken] Oudste bewoning

Al zeer diep in de prehistorie woonden hier mensen. Archeologen hebben zelfs bewoning door Neanderthalers aangetoond, circa 120.000 jaar geleden. Bewoning door de huidige mens is aangetoond uit de steentijd, maar vooral ook uit de late IJzertijd en de Bronstijd (Hilversumcultuur).

[bewerken] Landschap

Landschappelijk is Het Gooi vrij uniek. De streek bezit een hoge zandrug, de licht heuvelachtige noordelijke uitloper van de Utrechtse Heuvelrug, waarvan het een zanderig en bosrijk gedeelte vormt. Het hoogste punt in het Gooi is de Tafelberg (36,4 m) halverwege Blaricum en Huizen. Verder is het landschap vlak aan oost- en westzijde, met meest weilanden.

Goois landschapstype: Weitje omgeven door bebossing

De vele overgangen van hoog naar laag, en van droog naar nat zijn belangrijk voor veel dieren en planten. Het hedendaagse Gooi was destijds omringd met verraderlijke hoog- en laagveengebieden die een natuurlijke grens vormden en het Gooi isoleerden van de Utrechtse gebieden in het zuiden, die langs de Vecht in het westen en langs de Eem in het oosten. Het Gooi biedt zo een grote variatie in landschapstypen met wateren aan de randen, gevoed door kwelwater van de hoge zandrug. Er zijn nog loof-, naald-, gemengde bossen, heide, grasland met zanderijsloten, landgoederen en unieke restanten van engen en meenten. Veel terreinen krijgen nu rijksbescherming (Naardermeer, Goois Natuurreservaat) en vormen waardevolle buffers tussen de oprukkende bebouwing. Ook uniek voor het Gooi is het consequent omzomen van veel heidegebieden met groene bosranden tot één vrijwel onafgebroken illusielandschap dat het zicht op de bebouwing voorkomt.

Vanwege haar landschappelijke waarden is de regio zeer geliefd: naast veel beschermde natuurgebieden bevat zij een zestal verspreid liggende kleinere tot middelgrote plaatsen met veel villabouw, zonder een echte centrumstad. Kenmerkend voor het Gooi is juist dat de zes plaatsen samen een soort parkstad vormen. Het gebied wordt tegenwoordig doorsneden door twee snelwegen: de A1 van oost naar west en de A27 van noord naar zuid. Bovendien ligt er de spoorweg van Amsterdam naar Utrecht via Hilversum, plus de lijn Amsterdam-Amersfoort en de Gooiboog, de directe lijn van Almere naar Bussum en verder.

[bewerken] Oprekbare grenzen?

[bewerken] Traditionele begrenzing

De echte Gooise plaatsen zijn (in aflopende grootte): Hilversum (de grootste gemeente en min of meer de centrumplaats), Huizen, Bussum, Naarden, Laren en Blaricum. Beide laatste plaatsen bezitten nog het meest een dorpskarakter, compleet met een authentieke Gooise brink. Eigenlijk was van oudsher alleen Naarden een stad, de rest waren dorpjes. Nu is Hilversum de grootste gemeente, maar Huizen en de combinatie Naarden-Bussum doen er niet meer zoveel voor onder, qua inwoneraantallen en voorzieningen.

Ook het jongere 's-Graveland kan nog tot het echte Gooiland gerekend worden. Een paar gemeenten/dorpen die tegen de rand van Het Gooi aanschurken worden er in het spraakgebruik tegenwoordig ook onder begrepen, zoals Eemnes, Baarn, Lage Vuursche (gem. Baarn), Hollandsche Rading (gem. De Bildt) in de provincie Utrecht en Nieuw-Loosdrecht, 's-Graveland en Kortenhoef in de gemeente Wijdemeren (Noord-Holland). Het zijn vooral buitenstaanders en nieuwkomers die dit zo zien. De autochtone bevolking rekent zich niet tot de Gooiers.

[bewerken] (Te) ruime interpretatie

In de hedendaagse opvatting tendeert de regio soms naar een veel te ruime interpretatie. Het Gooi ligt dan globaal ergens tussen Amersfoort en Amsterdam, tussen de Utrechtse Vecht aan de westkant en de eveneens Utrechtse Eem aan de oostkant, het Gooimeer aan de noordkant en het Utrechtse plassengebied aan de zuidwestkant. Op die manier zou men in het Westen dan zelfs niet de rivier de Vecht, maar het Amsterdam-Rijnkanaal als feitelijke grens kunnen nemen, en in het oosten niet de historische Gooyergracht (en de daaraan ongeveer parallel liggende autoweg A27), maar het Utrechtse riviertje de Eem.
De provincie Noord-Holland lijkt deze ruime interpretatie aan te hangen. Dat blijkt onder meer uit het feit dat men inzake de gemeentelijke herindeling in het Gooi een nieuwe fusiegemeente wil creëren uit de Gooise gemeenten Naarden en Bussum tezamen met de Vechtstreek-gemeenten Weesp en Muiden. Aan twee zijden en op ten minste drie punten is er een tendens waarneembaar tot bestuurlijke overschrijding van de traditionele regiogrenzen. Op die manier vervagen de traditionele noties 'het Gooi' en Gooiland.

  • De Vechtstreek en het Eemland liggen historisch en landschappelijk buiten het Gooi. Ze worden thans wel betrokken in het bestuurlijk overleg over een gemeentelijke herindeling van het Gooi en de Vechtstreek gezamenlijk.
  • Bestuurlijk vallen Eemnes en Baarn onder de Utrechtse regio Eemland. De Gooyergracht, de autoweg A 27 en het riviertje de Eem vormen een scherpe fysieke grens met het Gooi. Niettemin werkt Eemnes bestuurlijk samen met de gemeenten Blaricum en Laren, welk informeel verband naar de beginletters wordt aangeduid als de 'drie BEL-gemeenten'. Als de plannen doorgaan zal het gemeentehuis van de nieuw te vormen fusiegemeente zelfs in Eemnes gevestigd worden.
  • Aan de zuidwestkant vallen de genoemde gemeenten/dorpen (Nieuw-Loosdrecht, 's-Graveland en Kortenhoef in de gemeente Wijdemeren) onder de Noord-Hollandse regio Gooi en Vechtstreek, met de nadruk op Vechtstreek. Daaronder vallen dan ook nog de westelijker gelegen Noord-Hollandse dorpen en stadjes Nederhorst den Berg, Ankeveen en de noordwestelijk gelegen plaatsen Weesp en Muiden. Grensoverschrijdend is de Vechtstreek nog weer groter. Hiervoor wordt ook wel de term 'Vechtplassengebied' gehanteerd.

[bewerken] Cultuurhistorische aspecten

Het Gooi bezit een aantal cultuurhistorische aspecten die van landelijk en soms van internationaal belang zijn:

[bewerken] Geschiedenis

Het hooggelegen Gooi met zijn zandbodem is één van de oudst bewoonde streken van Nederland, waarvan de prehistorische grafheuvels en vondsten uit de Hilversumcultuur getuigenis afleggen. Met de Hilversumcultuur duidt op een prehistorische cultuur uit de vroege en midden-bronstijd (1800 - 1200 v.Chr.), naar aanleiding van het aardewerk dat in Hilversum en omgeving in vooral grafheuvels is gevonden. Kenmerkend voor de Hilversumcultuur zijn eenvoudige, tonvormige en dikwandige urnen. De versiering bestaat meestal uit vinger- en nagelindrukken op de rand, gecombineerd met afdrukken van touw. Het Geologisch Museum Hofland, gelegen naast het St.-Janskerkhof, toont hiervan een aantal voorwerpen.

Water verzamelde zich op de lager gelegen plaatsen, en dat werden drinkplaatsen voor het vee. De dorpen Hilversum, Laren, Blaricum en Bussum zijn rond die drinkplaatsen ontstaan. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij mogelijk, wat leidde tot wolverwerking.

Tot ongeveer 1300 stond het Gooi bekend onder de naam Nardincklant (Land van Naarden). Van 968 tot 1806 was het eigendom van de abdij van Elten, een adellijk jufferstift.

Vóór 1300 bleef het Gooi echter voor het grootste deel onbebouwd, met alleen kleine boerengemeenschappen, die de gronden, bossen (meenten en engen) gezamenlijk gebruikten. Na 1300 ontstonden de zogenaamde erfgooiers, een voor Nederland unieke vorm van marke-organisatie die het gebruiksrecht van de gronden als gemeenschappelijk beschouwde en regelde (opgeheven in 1972).

Vanaf ongeveer 1500 werd het Gooi door Amsterdam gebruikt voor zandwinning voor de stadsuitbreidingen, waarvoor een aantal vaarten werden gegraven ('s Graveland, Naarden, Bussum).
In de 17de eeuw bereikte dit een hoogtepunt. Het daaruit ontstane kanalenstelsel hielp de economische ontwikkelingen van het Gooi, onder meer door de komst van regelmatige trekschuitendiensten. Een belangrijke trekvaart was de nog bestaande 's Gravelandschevaart.

[bewerken] Geschiedenis van de afzonderlijke plaatsen

[bewerken] Naarden

Naarden kreeg in 1351 stadsrechten. De viering van 650 jaar Naarden in 2000 berusttte dus op een misverstand. De plaats ontwikkelde zich als garnizoensstad met onder meer textielindustrie, mede door de wolaanvoer van de Gooise heiden. Naarden was tot de 19de eeuw een belangrijke vestingstad; de perfect gerestaureerde (1964) vesting dient nu als Nederlands Vestingmuseum. Jaarlijks vindt hier het nationale fotofestival plaats. In de Grote of St.Vituskerk vindt traditioneel op Goede Vrijdag de Matthäuspassion van Bach plaats. Historisch gezien is Naarden de enige stad in het Gooi, maar thans is de vesting Naarden eerder een exclave van de stedelijke agglomeratie Bussum-Naarden.

[bewerken] Laren

Een belangrijk dorp op de zandgronden van het Gooi werd Laren. In Utrecht werd in 1085 het Kapittel van Sint Jan gesticht. Dat kapittel kreeg ook gronden in de omgeving, onder andere op het later in het Gooimeer (destijds Zuiderzee) verdronken land, nadien geruild met grond op De Vuursche). Het wordt echter bestreden dat het Utrechtse kapittel land gehad zou hebben bij het Sint Janskerkhof in Laren. Er is veel strijd geweest tussen de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht over de heerschappij. In 1285 kocht Floris V van hen het recht als landsheer op te treden. Toen waren er al kerken gesticht die de naam van de voor het Gooi typerende schutspatroon St. Vitus droegen (Naarden: 2, Bussum 1, Hilversum 2, Blaricum 1).

Laren werd het religieuze centrum de voor omliggende dorpen. De jongste (nu nog bestaande) katholieke kerk verkreeg de status van basiliek. Van daaruit wordt de jaarlijkse St.-Jansprocessie gehouden op de feestdag van St. Jan, 24 juni. Vanuit de omgeving lopen nog enkele oude 'doodwegen' over de heide naar het Larense Sint Janskerkhof.

[bewerken] Laren en Blaricum als kunstenaarsdorpen

Laren en Blaricum waren tot omstreeks 1850 kleine, arme boerendorpen. Vanaf de komst van de stoomtram in 1882, tot omstreeks 1950, vestigden zich hier vooral beeldend kunstenaars met beroemdheden als Anton Mauve (leermeester van Vincent van Gogh), Jan Sluijters en Ferdinand Hart Nibbrig. In 1911 vestigde de Amerikaanse schilder William Singer (1868-1943) zich in Laren. Hij en zijn vrouw waren kunstverzamelaars. Mevrouw was tevens muziekliefhebber en een niet onverdienstelijk pianiste. Na het overlijden van William Singer (in Noorwegen) en de terugkeer van zijn vrouw in Nederland, heeft zij het initatief genomen om de William H. Singer Foundation te stichten en daarmee het museum en het theater te stichten van Singer Laren.

Laren en Blaricum zijn nu vooral woondorpen voor tv-sterren en de nouveau riche, die in de boom van de jaren 1990-2000 snel geld hebben verdiend. Blaricum is nu volgens het CBS de 'rijkste gemeente van Nederland'. Laren is de meest vergrijsde gemeente van Nederland.

[bewerken] Hilversum

In Hilversum ontwikkelde zich een wol- en textielindustrie vanaf de 16de eeuw, waardoor het dorp sneller groeide dan de andere dorpen en zelfs de stad Naarden voorbijstreefde. In die tijd begon ook de zandwinning voor de uitbreidingen van Amsterdam, en de vestiging van royale buitenhuizen van rijke Amsterdammers. Een voorbeeld hiervan is de Bussumse wijk 't Spiegel.

De komst van de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek,in 1918 gesticht, leidde ertoe dat het Gooi het Nederlandse centrum werd voor de omroep en de telecommunicatieindustrie (hoofdvestiging in Hilversum, maar ook in Huizen: Philips, later o.a. ook Lucent Technologies en Thales). Het restant van de telecommunciatieindustrie is door verschillende omstandigheden minder belangrijk geworden en grotendeels ondergegaan met de 'internethype' van 2002 en daarop volgende reorgisaties.
De omroep was aanvankelijk alleen gevestigd in Hilversum, maar gaandeweg ook in Bussum (eerste tv-uitzendingen, kantoor MTV), Naarden (o.m. Classic FM), Laren (Talpa), Blaricum, Loosdrecht (dat historisch nooit tot het Gooi gerekend werd, maar sinds de gemeentelijke herindeling op 1 januari 2002 bij Noord-Holland hoort, onder de gemeentenaam 'Wijdemeren').

Hilversum is nu de belangrijkste en grootste plaats in het Gooi, en nam die rol in de 18de eeuw van Naarden over. Het is ook het inkoopcentrum voor de Gooiers (Hilvertshof), eerst vanwege de snelle industriële ontwikkeling (textiel en tapijten), daarna wegens de vestiging van een kantongerecht, de radio- en zenderfabriek van Philips in 1918 (NSF), en de omroepen. De NSF-fabriek leidde tot de vestiging van de publieke omroep (AVRO, VARA, KRO, NCRV, NTS, NOB en andere, zoals de commerciële omroepen) die nu als enige grote bedrijfstak in Hilversum over is. Het overwegend katholieke Hilversum, met zijn rijksmonument de Sint-Vituskerk, bereikte in 1965 103.000 inwoners, maar verloor veel bedrijven en kromp aanzienlijk in bevolking: in 2006 nog maar 84.000 mensen (van wie ruim 4.000 in de tegen Bussum aan gelegen exclave Hilversumse Meent). De plaats werd in de jaren 1990-2000 de bakermat van de politieke Leefbaren-beweging.

[bewerken] Bussum

Bussum ontwikkelde zich van woondorp tot een kleine woonstad sinds het met de zustergemeente Naarden een treinstation deelt. Bussum stamt als boerendorpje ongeveer uit het jaar 1000, en ging pas groeien in de 19de eeuw, toen het vanwege de spoorlijn en de natuur voor forensen aantrekkelijk werd zich er te vestigen. Ook de schrijvers Frederik van Eeden (met zijn kolonie Walden) en Herman Gorter lieten hun oog erop vallen. Daarna werd het een echte forensengemeente zonder veel eigen bedrijvigheid en groeide het sterk.
In de jaren '50 vond vanuit de Bussum de eerste openbare televisieuitzending plaats, vanuit de inmiddels afgebroken Studio Irene.
Na de jaren '80 nam de groei flink af en Bussum is nu één van de meest vergrijsde gemeenten van Nederland.

De agglomeratie Bussum-Naarden-Hilversumse Meent (medio 2009 tezamen ruim 53.000 inwoners) is de tweede stedelijke kern van Het Gooi, na Hilversum, maar vóór Huizen, dat er qua inwonertal (42.000) nog wel wat achter blijft. Dat komt vooral ook door haar ligging aan de spoorlijn van Amsterdam naar Hilversum.
Na enkele decennia half braak gelegen te hebben is het vernieuwde 'stadshart' van Bussum, het Landstraat-project rond het gemeentehuis, nu zo goed als voltooid. Daarmee is Bussum definitief dorp àf, al zal de aanduiding 'dorp' in het lokale spraakgebruik nog wel even stand houden.

[bewerken] Huizen

Het nieuwe Gooimeerstrand bij Huizen in 2006

Huizen was vanouds een boeren- en vissersdorp, dat in de 19e eeuw uitgroeide naar het noorden Het dorp lag aanvankelijk aan de Zuiderzee, nu aan het Gooimeer. Tot de aanleg van de Afsluitdijk is de er visserij belangrijk geweest. Huizers waren vooral goed in het uitventen van vis. Daarnaast specialiseerden anderen zich in het verhandelen en uitventen van kaas. Vooral na de aanleg van de afsluitdijk werd het dorp een belangrijk centrum voor kaashandel (incl. opslag en distributie).

Na de oorlog is het traditioneel protestante Huizen, mede door een grote Philipsfabriek (nu gesloten) de snelstgroeiende gemeente van Het Gooi geworden, met eveneens de snelstgroeiende bedrijfsvestiging. De bevolking groeit nog, in tegenstelling tot die van Bussum en vooral Hilversum. Stedebouwkundig verandert Huizen razendsnel. De ontwikkeling naar een centrum voor woon-waterrecreatie aan de oostzijde van het Gooimeer is in volle gang, zoals dat al eerder aan de westzijde bij het project Naarderbos het geval was.

[bewerken] Wijdemeren

Westelijk van dit gebied ligt de Vechtstreek met plaatsen als Weesp en Muiden. De fusiegemeente Wijdemeren, met plaatsen als 's-Graveland en Kortenhoef, die grotendeels uit veenweidegebied bestaat, wordt tengenwoordig ook tot het Gooi gerekend, met name sinds de gemeentelijke herindeling.

[bewerken] Vervoer

De opkomst van het Gooi als vestigingsplaats voor "gegoede burgerij" hangt nauw samen met de goede bereikbaarheid van de streek vanuit Amsterdam en Utrecht. In eerste instantie per trekvaart, maar vanaf het midden van de 19e eeuw door spoorlijnen naar Amsterdam, Utrecht en het Amersfoort en verder. Vanaf de jaren '50 van de 20e eeuw zijn de snelwegen A1 en A27 aangelegd. Deze snelwegen doorsnijden belangrijke natuurgebieden, wat een belemmering vormt voor bijvoorbeeld de Ecologische hoofdstructuur. In Hilversum ligt het grootste ecoduct ter wereld over de N524 en spoorlijn Amsterdam-Hilversum.

[bewerken] Natuur

Van oorsprong was het Gooi bedekt met bos en op de opengelegde gronden met heide; daarvan is nog veel over (Spanderswoud, Hilversumse Heide, Hoorneboegse heide, Bussumer heide). Dit zijn nu allemaal beheerde natuurgebieden, meest onder de stichting het Goois Natuurreservaat (ook de landelijke Stichting Natuurmonumenten heeft hier zijn hoofdkantoor in 's-Graveland). De Gooise natuur heeft een belangrijke recreatieve aantrekkingskracht, ook voor het nabije Amsterdam, en heeft bijvoorbeeld geleid tot de vestiging van ongeveer 20 maneges. Het Gooi heeft ook Nederlands oudste natuurmonument, het Naardermeer, met onder andere zijn unieke kolonie zwarte aalscholvers (phalacrocorax nigra). De Loosdrechtse Plassen, volgens sommigen geen deel van het Gooi, vormen een opmerkeljk contrast met de heide en het bos. De recreatiedruk is hier echter heel groot, zodat er voor veel natuurlijke ontwikkeling geen plaats meer lijkt.

[bewerken] Huidige ontwikkeling

Het gebied van de gemeenten Hilversum-Bussum-Huizen is nu zeer dichtbevolkt: sinds de aanleg van de spoorlijn tussen Amsterdam en Amersfoort in 1874 hebben eerst Hilversum en Bussum, na de aanleg van de tram in 1882 ook Laren en Blaricum en tenslotte Huizen zich versneld ontwikkeld.
De bevolking van het Gooi vergrijst nu relatief snel en er zijn relatief veel bejaardenhuizen. Er werd een dialect gesproken, het Goois, dat echter door de komst van de spoorlijnen en de omroep vrijwel verdwenen is

[bewerken] Taaleigen

In het Gooi zijn langzaam uitstervende Nedersaksische streekvarianten in plaatsen als Bussum en Laren en Blaricum aanwezig, terwijl Huizen een van de vroege Friese immigranten afstammend Zuiderzee-dialect kent, dat gerekend wordt tot de Friese taalgroep.
Veel Nederlanders ergeren zich aan de Gooise r, die bijvoorbeeld te horen is in de liedjes van Kinderen voor kinderen ("Een kind onduhr de evenaahr wohrt latehr vaak een bedelaahr"). De "Gooise r" is niet terug te voeren op oorspronkelijk Gooise dialecten, maar is afkomstig van welvarende bewoners die zich in het recentere verleden in het Gooi hebben gevestigd.

[bewerken] Het Gooi in het spraakgebruik

In het algemeen spraakgebruik wordt het Gooi vereenzelvigd met de omroepwereld en met de welstand van zijn bewoners. Vanwege de veronderstelde losbandigheid van de omroepwereld wordt wel badinerend gesproken over de Gooise matras. In de televisieserie Gooische Vrouwen leiden vier dames een decadent bestaan.
Als een auto wordt neergezet op een niet daarvoor bestemde plek wordt wel gesproken van Goois parkeren.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
in andere talen