Wal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een wal is de overgang tussen water en het vaste land. Een wal is opgeworpen zodat het water beperkt wordt in haar bewegingsvrijheid en is daarmee een vorm van waterkering. Wanneer een sloot of kanaal in een landschap wordt uitgegraven, dan worden de twee kanten van de sloot of kanaal wal genoemd.

Een wal bestaat meestal uit aarde, zand, steenslag, of klei, maar vaak moet zij verstevigd worden met behulp van beschoeing of begroeiing om erosie door het bewegende en stromende water tegen te gaan.

Wallen zijn hoog genoeg om hun primaire functie, het tegenhouden van water, te vervullen, maar worden op afgesproken plaatsen ook verhoogd en voorzien van gemetselde muren, of stalen of betonnen platen om te fungeren als kade voor het aanleggen van schepen.

[bewerken] Andere functies

  • Wallen, vaak omwalling of stadswal genoemd, vormen een onderdeel van de verdedigingswerken van een vesting.
  • Een andere betekenis van wal is die waarbij een heuvelrug van aarde wordt opgeworpen langs bijvoorbeeld een snelweg voor het tegenhouden van lawaai. Het wordt dan een geluidswal genoemd.
  • Wallen, vaak ringvormig of in het vierkant, werden ook gebruikt door de Kelten en andere oude volkeren om hun heiligdommen, om deze enigszins af te schermen van de gewone wereld daarbuiten.

[bewerken] Uitdrukking

Door wal geïnspireerde uitdrukkingen:

  • Van twee walletjes eten.
  • Van de wal in de sloot.
  • Aan lager wal geraken.
  • De beste stuurlui staan aan wal.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen