Holocaust

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Shoah)
Ga naar: navigatie, zoeken
Disambig-dark.svg Zie Holocaust (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Holocaust.
Deportatie van Joden
Berlijn 1933, de aanloop naar de Holocaust
Gevangenen werden in veel te krappe wagons vervoerd
Sommige gevangenen stierven al onderweg richting vernietigingskampen aan ondervoeding
Joodse kinderen worden verzameld voor deportatie
Joods massagraf in Białystok
Duitsers worden gedwongen de lijken in het concentratiekamp te zien, zodat ze het niet kunnen ontkennen.
Slachtoffers van de holocaust bij Buchenwald Ohrdruf
Holocaustslachtoffers in concentratiekamp Lager Nordhausen
Gevangen die het concentratiekamp overleefd hebben
Zwaar ondervoede Joodse gevangenen in Buchenwald bij de bevrijding op 16 april 1945
Ondervoede gevangenen in het Buchenwald-concentratiekamp
Dode lichamen in kamp Mauthausen-Gusen, Oostenrijk
Een truck volgeladen met lichamen in kamp Buchenwald
Ondervoede gevangene in kamp Mauthausen-Gusen, Oostenrijk
Een Duitse man houdt een zojuist opgegraven baby vast, nabij Suttrop
Holocaustmonument in Berlijn

De Shoah, Shoa of Sjoa is de systematische Jodenvervolging door de nazi's en hun bondgenoten voor en in de Tweede Wereldoorlog als onderdeel van de Holocaust. Tijdens Hitlers regering werden aldus ongeveer zes miljoen Europese Joden vermoord.

De moorden vonden grotendeels plaats in concentratiekampen en vooral in vernietigingskampen.

Inhoud

[bewerken] De aanloop naar de Holocaust

Antisemitisme en antiziganisme had altijd al onderdeel uitgemaakt van het NSDAP-partijprogramma. Hitler was antisemiet, maar ook verscheidene kopstukken waren dit. Julius Streicher spande met zijn radicale partijblad "Der Sturmer" de kroon: soms waren zijn ideeën zelfs de nazi's wat te gortig. De nazi's zagen de joden als "bacillen" die de Duitse natie "ziek maakten" en "ondermijnden". En, aldus Hitler, met ziektekiemen onderhandel je niet, die roei je uit. Al ver voordat Hitler aan de macht kwam, heeft hij onder meer in Mein Kampf beweerd dat de Eerste Wereldoorlog niet zou zijn verloren als de Duitsers "tien- of twaalfduizend van deze volksverraders onder het gifgas had gehouden".

Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, was er wel zeker latent antisemitisme, dat door de NSDAP en de SA werd uitgebuit. Toch was dit zeker niet hetzelfde antisemitisme als dat van de NSDAP. Het antisemitisme in Duitsland was eerder economisch van aard en ging beslist niet zo ver dat men de joden wilde uitroeien of verwijderen. Veel joden integreerden in de Duitse samenleving en werden dan ook niet meer als jood gezien. Het antisemitisme van de NSDAP was hoofdzakelijk beïnvloed door het antisemitisme in Oostenrijk en Sudetenland, dat veel radicaler was. Hitler had zelf jaren in Wenen gewoond, waar de Duitssprekenden zich bedreigd voelden door de groeiende aanwezigheid van de niet-Duitssprekenden en joden. Hier kwamen groeperingen op die betoogden dat er een "joods ras" bestond dat inferieur was aan het "Germaanse ras" en dat dit ras en diens zuiverheid "ondermijnde". Dit was het antisemitisme dat de NSDAP propageerde, en dat al in de 19e eeuw radicalere oplossingen voorstond.

[bewerken] De Neurenberger wetten

1rightarrow.png Zie Rassenwetten van Neurenberg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De weg naar de Holocaust/Shoa begon met door de regering en partij aangemoedigde pesterijen door radicale elementen. Deze pesterijen omvatten onder andere uitschelden, belachelijk maken, molesteringen en zo nu en dan ook moord. Wanneer het te gortig werd, werd van bovenaf "ingegrepen", waarna de regering de radicalen "tevreden stelde" met antisemitische maatregelen om "verder geweld te voorkomen". Dit culmineerde uiteindelijk in de "Neurenberger wetten" van 1935. Dit omvatte een pakket discriminerende maatregelen alsmede regelgeving die bepaalde wie er wel en wie niet een Duitser of jood was. Door die nieuwe wetgeving raakten joden hun burgerrechten kwijt en werden huwelijken tussen joden en niet-joden verboden. In de jaren '30 was de nazipartij zeer populair en werd het antisemitisme "op de koop toe genomen", ook door degenen die niet antisemiet waren. Men veronderstelde bovendien dat de ideologie mettertijd zou verzwakken nu de NSDAP regeerde, wat tijdens de Olympische Spelen van 1936 ook werkelijk leek te gebeuren. De NSDAP had echter de pesterijen doelbewust tegengehouden om de schone schijn tijdens de Spelen op te houden. Na 1936 gingen de maatregelen en pesterijen weer door.

In november 1938 vond na de moord op Vom Rath de Reichskristallnacht of kortweg Kristallnacht plaats. Duizenden SA-mannen in burger overvielen joodse huizen en winkels, stichtten brand in synagogen en sloegen joden in elkaar. Dit leidde tot het buiten de economie plaatsen van de joden en het opleggen van een boete van 1 miljard mark aan de joodse gemeenschap, aangezien volgens de regering de joden de aanstichters waren. Buitenlandse kritiek werd gepareerd met de mededeling dat dit een uiting was van het gezonde volksoordeel, het "Gesundes Volksempfinden".

[bewerken] De "oplossing"

In de jaren 1938-1941 werd gewerkt aan een "oplossing" waarbij Joden naar een bepaald gebied gezonden zouden worden. Een optie was Brits Palestina, een andere was Madagaskar. Met name na de overwinning op Frankrijk zouden veel nazi's het Madagaskar-plan aanhangen, maar dit was zolang de oorlog duurde nog niet haalbaar. De Britse marine beheerste de zee en de Duitsers durfden niet te veel druk op de Fransen uit te oefenen om ze hun kolonie te laten afstaan. Bezetting van het eiland door geallieerde troepen zorgden dat dit plan definitief van de agenda verdween. Een verdere stap in de richting van genocide was het idee Joden als gijzelaars te gebruiken om de Verenigde Staten buiten de oorlog te houden.

In bezet Polen begonnen ondertussen de Gauleiters van oostelijke Gouwen als Wartheland en Danzig-Westpruisen hun Gaue "Judenrein" te maken door Joden naar het Generalgouvernment (de door de Duitsers geïnitieerde Poolse rompstaat) te deporteren. De nieuwe Gaue werden gezien als mogelijkheid om een ideale nazi-samenleving te creëren. Daarbij hoorde uiteraard het "verwijderen" van "ongewenste elementen", waaronder Joden. Tussen de Gauleiters ontstond een zekere concurrentie: wie had de meest genazificeerde Gau? In de Poolse grote steden ontstonden hierdoor getto's: overvolle afgebakende woonwijken waar de Joden onder de meest onhygiënische omstandigheden moesten wonen.

De aanval op de Sovjet-Unie opende nieuwe "mogelijkheden" voor de nazifilosofen. Nu konden ze alle Joden uit Groot-Duitsland en zijn satellieten naar Siberië sturen, waar ze "zouden creperen". Immers, wanneer ze het "te gemakkelijk" hadden, zouden de joden in een nieuwe joodse staat wellicht een bedreiging vormen. Daarom konden ze volgens de nazi's maar beter creperen. In het oosten ontstonden de eerste kampen voor joden, maar na de nederlaag bij Moskou bleek dat de optie om de Joden naar Sovjetgebied te deporteren voorlopig niet haalbaar was. Uitroeiing of vernietiging werd meer en meer als de beste optie gezien, bovendien kostte het deporteren en opsluiten van de Joden geld en voedsel.

Verschillende manieren werden overwogen. Doodschieten "kostte teveel kogels", bovendien was het voor de beulen "geestelijk te belastend". Ook het gebruik van explosieven werd overwogen, maar dit leidde ertoe dat de lichaamsdelen her en der verspreid raakten, wat eveneens tot zenuwziekte bij het kamppersoneel leidde. Vergassing zag men als oplossing. Aanvankelijk geschiedde dit nog met koolmonoxide. Speciale "vergaswagens" werden ingezet. De Joden werd verteld dat ze "op transport" gingen per vrachtwagen, vervolgens werden de uitlaatgassen de laadruimte ingeleid. De wagen reed vervolgens door naar een massabegraafplaats. Eind 1941 werden de eerste proeven gedaan met Zyklon B: een paar honderd Russische krijgsgevangenen werden vergast. Zyklon B werd al gebruikt voor ontluizing (het middel was ontworpen als insectenbestrijdingsmiddel), maar de extreme giftigheid van het middel bracht een bewaker op het idee het te gebruiken voor het vergassen van gevangenen.

Het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom (de zogeheten Endlösung der Judenfrage, ofwel de Eindoplossing van het Jodenvraagstuk) werd naar alle waarschijnlijkheid genomen in de tweede helft van 1941. Tijdens de Wannseeconferentie in een villa aan de Wannsee nabij Berlijn in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van het besluit besproken. Adolf Eichmann, een van de bekendste betrokkenen bij de Holocaust, was een van de aanwezigen. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide, voor zover deze feitelijk al niet aan de gang was.

[bewerken] Vernietigingskampen

1rightarrow.png Zie Vernietigingskamp voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zeven vernietigingskampen waar slachtoffers en tegenstanders van het naziregime doelbewust werden omgebracht en/of onder zeer zware omstandigheden te werk gesteld werden, zijn:

Naast vernietigingskampen hadden de nazi's een groot aantal concentratiekampen, zoals Dachau (bij München) en Buchenwald (bij Weimar). Een vernietigingskamp is niet hetzelfde als een concentratiekamp. Zoals de naam impliceert is een concentratiekamp een werkkamp waar gevangenen geconcentreerd werden, de meeste doden vielen daar door het zware werk, ondervoeding, ziekten en mishandeling. Deze werkkampen kan men bijvoorbeeld vergelijken met de zogenoemde "Goelag"-kampen in Siberië onder de USSR. In de veertiger jaren werden veel concentratiekampen ook van gaskamers voorzien, waarna ook daar gevangenen vergast werden.

Een vernietigingskamp is een kamp waar de meeste gevangenen onmiddellijk na aankomst vergast werd, dit lot trof sowieso de zieken, ouderen en kinderen. De gevangenen die in leven gehouden werden kregen verscheidene taken met als doel het kamp draaiende te houden, die werkzaamheden varieerden van zware arbeid tot dienst in bijvoorbeeld de keukens. Uiteindelijk zouden ook deze gevangenen vergast worden. Deze kampen bevonden zich in het oosten van het Reich (in het huidige Polen met als belangrijkste Auschwitz) en werden bijgevolg ook door het Rode Leger bevrijd.

Naast de concentratie- en vernietigingskampen bestonden er ook nog de zogenoemde doorgangskampen. Dit zijn kampen die opgezet werden om de mensen als het ware in op te slaan. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. Westerbork is een voorbeeld van een doorgangskamp in Nederland. In België werd hiervoor de oude bestaande Dossinkazerne te Mechelen gebruikt. Deze kazerne is nu deels ingericht als "Joods Museum van Deportatie en Verzet". In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens WO II circa 65.000 joden vastgehouden, vooraleer zij naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd. Ook Theresienstadt was een doorgangskamp.

Het oude fort Breendonk bij Willebroek op 20 km ten zuiden van de stad Antwerpen valt eerder onder de categorie werkkamp. Er waren ook Vlaamse SS'ers als beulen aan het werk. Hier werden vooral politieke gevangenen als slaven aan het werk gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Breendonk is als museum ingericht en staat open voor bezoek.

[bewerken] Toedracht

Waarom de nazi's overgingen tot het op grote schaal vermoorden van Joden, homoseksuelen, zigeuners en 'economisch onwaardigen' als fysiek en mentaal gehandicapten is nog steeds onduidelijk. Het debat hierover werd onder meer gevoerd door Daniel Goldhagen met zijn boek Hitler's Gewillige Beulen. Duidelijk is wel dat Adolf Hitler's felle antisemitisme de 'motor' was die het nazisme schuldig maakte aan etnische zuivering of volkerenmoord.

Hermann Göring verklaarde tijdens het proces te Neurenberg (Nürnberg) (1945-'46) dat "de kampen" voor hen uiteindelijk de strop zouden betekenen.

Een genocide op zo grote schaal was slechts mogelijk doordat een aantal factoren gelijktijdig speelden in delen van Europa en met name Duitsland:

[bewerken] Houding t.o.v. de holocaust

[bewerken] Verzet

1rightarrow.png Zie ook Joods verzet tegen de nazi's

Verzet tegen de jodenvervolgingen leidde meestal tot aanzienlijke vertragingen of zelfs afstel. Soms was verzet een individuele actie of een actie van een kleinere groep, maar er zijn voorbeelden bekend van collectief verzet tegen de jodenvervolgingen, zoals de Februaristaking.

Enkele personen die zich actief tegen de Holocaust hebben verzet:

Op 19 april 1943, dezelfde dag waarop ook het getto van Warschau in opstand kwam, werd in België het 20ste of XX-ste treinkonvooi aangevallen door drie jonge verzetslieden. Dit jodentransport was vertrokken vanuit Mechelen richting Auschwitz. Gewapend met één revolver, een stormlamp en rood papier dwongen drie studenten (Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon) van het Atheneum te Ukkel, de trein te stoppen op de spoorlijn Mechelen–Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een jodentransport.

In Italië weigerden de meeste legerbevelhebbers en politiebeambten de Joden te vervolgen. Toen men in Denemarken de kleine Joodse gemeenschap trachtte te vervolgen, werd deze beschermd en uiteindelijk naar Zweden getransporteerd. Finland, bondgenoot van Duitsland uit opportunistische overwegingen, weigerde Joden te vervolgen of uit te leveren. Japan beschermde de weinige Joden die op Japans of bezet grondgebied waren. Toen de Duitsers de Bulgaarse Joden sterren wilden laten dragen, ging de gehele bevolking deze trots dragen. Ook latere pogingen van de Duitsers en Bulgaarse antisemieten werden geblokkeerd.

De Joden zelf zijn ook een aantal malen in opstand gekomen. In 1943 kwam het getto van Warschau in opstand. In Auschwitz bliezen in oktober 1944 Joodse gevangenen een crematorium op met binnengesmokkelde explosieven.

Over de motieven van degenen die actief of passief in verzet kwamen werd en wordt druk gespeculeerd. Oprechte sympathie met de joodse medemensen en verontwaardiging over hun behandeling zal in de meeste gevallen in meerdere of mindere mate een rol hebben gespeeld. Anderen probeerden hun eigen straatje schoon te houden en wilden niet na de oorlog als oorlogsmisdadiger worden berecht. Weer anderen maakten misbruik van de situatie en verrijkten zich aan de vluchtelingen. Hoe dan ook: de hulp van (al) deze personen aan de joden was uiterst belangrijk.

[bewerken] Medewerking

Waar de Duitsers actief of passief verzet ontmoetten, mislukte de Jodenvervolging of werd deze aanzienlijk vertraagd. Waar de bevolking echter actief meewerkte, werd een zeer groot percentage van de Joden uitgeroeid. De Nederlandse ambtenaren stelden de bevolkingsregisters aan de bezetter ter beschikking, terwijl slechts sporadisch verzet voorkwam. Voorafgaand aan de analyse van de bevolkingsregisters door de Nazi's is door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken een uitgebreid onderzoek gedaan naar de historische herkomst van Nederlandse geslachtstnamen. Familienamen van Joodse Nederlanders werden daarin in een aparte sectie opgenomen en verklaard. Van dit onderzoek is nog tijdens de bezetting een samenvatting van de hand van de onderzoekende rijksambtenaar in boekvorm gepubliceerd. Het boek zelf geeft geen duidelijk uitsluitsel over de aanleiding van het onderzoek. Rond de 75% van de Nederlandse Joden overleefde de oorlog niet, mede door het overdragen van de bevolkingsregisters. De precieze ambtenaren van de burgerlijke stand noteerden hen zelfs als "geëmigreerd". Een belangrijke factor die in dit verband meespeelde, kwam hierop neer dat Nederland tijdens de oorlogsjaren een "Zivielverwaltung" (d.i. een burgerlijk bestuur) had en geen "Militärverwaltung", zoals België tijdens het grootste deel van de bezetting.

Maarschalk Ion Antonescu van Roemenië was geen uitgesproken Jodenhater. Antisemitische maatregelen werden in Walachije zeer sporadisch ingevoerd. In het verarmde Moldavië werkte de bevolking echter enthousiast mee aan de Jodenvervolging. In de Baltische Staten nam de bevolking wraak voor de steun van veel Joden aan de Russische en dus communistische bezetters. In zowel Roemenië als de Baltische Staten was men zich bovendien bewust van de grote aantallen Joodse leden van de communistische partijen.

In Kroatië waren de Joden het slechtst af. Velen konden echter de eerste twee bezettingsmaanden ontsnappen, doordat de Kroaten zich eerst concentreerden op de uitroeiing en assimilatie van de Serviërs, waarvan er meer dan een half miljoen verdwenen. De joden die bleven moesten echter lijden onder Kroatisch geweld, waarna ze met Duitse efficiëntie naar de kampen werden gestuurd.

In Denemarken was het verzet tegen de deportatie van de Joden het sterkst. Nadat in september 1943 bekend werd dat de deportatie van de joodse bevolking in Denemarken werd voorbereid, kwam er spontaan een grootscheepse reddingsactie op gang waar alle lagen van de bevolking aan meewerkten. Er werd groot alarm geslagen via synagogen, artsen, pastoors en studenten die weer de Joden inlichten. De Joden werden verzameld en met alles wat maar wielen had naar de Deense kusten vervoerd. De Joden werden vervolgens door vissers met boten over de Sont naar het neutrale Zweden overgebracht, waarmee de Denen al hadden afgesproken dat zij de Deense Joden op zouden vangen. De Deens-Joodse gemeenschap bestond voor de oorlog uit 8.200 mensen, hiervan overleefde ruim 95% de nazi's. Na de oorlog keerden de Deense joden terug naar hun thuisland en vonden hun huizen en eigendommen precies zo terug zoals ze ze hadden achtergelaten. Dat was elders in Europa wel anders, daar waren de Joodse bezittingen geroofd of vernield. [1]

[bewerken] Revisionisten en Holocaustontkenners

1rightarrow.png Zie Holocaustontkenning voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sommige groepen, vaak als Holocaustontkenners (negationisten) aangeduid, ontkennen dat de Holocaust heeft plaatsgevonden.

Holocaustrevisionisten beweren dat het aantal Joodse slachtoffers dat traditioneel wordt genoemd incorrect is. Zij zeggen dat veel minder dan zes miljoen Joden werden gedood en dat de meeste slachtoffers zijn gevallen door verhongering en door uitgebroken ziektes, zoals tyfus en cholera. Holocaustrevisionisten beweren ook dat (zowel mobiele als stationaire) gaskamers enkel gebruikt werden voor desinfectiedoeleinden.

Het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust is verboden en strafbaar in o.a. Nederland, België, Frankrijk, Australië, Canada, Zwitserland en Israël; in Duitsland met vijf jaar gevangenisstraf. Vooral in de jaren tachtig zijn er zware straffen uitgesproken tegen mensen die openlijk hun twijfels uitten over de officiële Holocaustversie.

In Iran werd op 11 december en 12 december 2006 een conferentie gehouden over het ontkennen van de holocaust.

[bewerken] Hedendaagse Politiek

De verschrikking van de Holocaust wordt voortdurend levendig gehouden door vele gedenktekens, evenementen, boeken en artikels in de media. Op geopolitiek vlak speelt het een belangrijke onderhuidse rol in de relaties tussen de huidige joodse staat, haar voornamelijk Arabische buren en het grootste gedeelte van de westerse wereld. De joodse schrijver Norman Finkelstein heeft zonder de gruwel ervan te ontkennen een ander licht geworpen op de rol van de holocaust op de hedendaagse samenleving. In zijn boeken 'Beyond Chutzpah: On the Misuse of Anti-Semitism and the Abuse of History' en 'The Holocaust Industry: Reflections on the Exploitation of Jewish Suffering' wil hij het misbruik dat sommige groepen in de maatschappij maken van het holocaust fenomeen aan de kaak stellen.

[bewerken] Situatie in Nederland en België

[bewerken] Nederland

Ruim 100.000 Nederlandse Joden werden door de Duitse nazibezetting omgebracht. Zij staan allen met naam en geboortedatum opgetekend in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag, en in het boek "In Memoriam", uitgegeven door SDU te Den Haag. Vijfduizend Roma stierven aan de gevolgen van antiziganisme in Nederland. Zie verder het artikel Holocaust in Nederland.

[bewerken] België

Ongeveer 25.000 Belgische Joden werden het slachtoffer van de nazistische moordmachine. Zie verder het artikel Holocaust in België.

[bewerken] Statistieken en archieven

[bewerken] Archieven

Taartdiagram die met verhoudingen van Holocaustdoden.

De Duitsers hebben zelf archieven bijgehouden van de slachtoffers van de Holocaust. De Duitse archieven zijn bijzonder gedetailleerd omdat de nazi's alle informatie nauwkeurig bijhielden.

Onder andere het Nederlandse overzicht In memoriam met de namen van 100.000 vermoorde joden is hierop gebaseerd. Daarnaast zijn de namen van Joodse slachtoffers opgenomen in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland.

In de Duitse stad Bad Arolsen, Hessen, bevindt zich het enorm archief (ongeveer 47 miljoen stukken, ongeveer 6 huizen vol papier). Dit archief bevat informatie over 17,5 miljoen mensen en vullen ruim 27 kilometer archiefplanken. Het bestaat uit lijsten, inventarissen, persoonsbeschrijvingen, verslagen van medische experimenten, verordeningen enz. Met name de hele bureaucratie van terreur die de ordelijke nazi's bijhielden voor hun machinerie van dwangarbeid, deportatie en uitroeiing. Het volledige archief uit de concentratiekampen Buchenwald en Dachau is er te vinden. De ontstellende omvang van de oorlog en de ambtelijk gestuurde Duitse moordmachine wordt er duidelijk.

De "International Tracing Service", een afdeling van het Rode Kruis, beheert de archieven. Deze service werd na de oorlog opgericht om vermiste personen op te sporen. Ze werd vooral gebruikt door overlevenden die bewijsmateriaal nodig hadden om een uitkering te kunnen krijgen. Het archief werd verder gesloten gehouden uit privacy-overwegingen, ook voor onderzoekers omdat de documenten gevoelige informatie bevatten over personen, zoals iemands politieke overtuiging, over Joodse collaborateurs en hoe men daartoe aangezet werd, wie luizen had, welke medische experimenten er werden uitgevoerd, de aard van een mentale handicap, wie beschuldigd werd van homoseksualiteit, incest of pedofilie. Er was ook de Duitse vrees voor rechtsprocedures als die informatie vrij zou komen. De mogelijkheid tot juridische stappen is ondertussen verjaard. Fundamenteel nieuws dat de geschiedenis van de Holocaust zal bijsturen, wordt niet verwacht bij het raadplegen van het archief door historici. De onderzoekers hopen wel meer fijne details te vinden om de geschiedenis van de gruwel te reconstrueren.

Op 24 april 2007 ratificeerde het Belgisch Parlement het Protocol dat wetenschappers en onderzoekers tot tot de archieven van de deportatie tijdens Wereldoorlog II in Bad Arolsen (Duitsland) toegang geeft. Tot de openstelling van de archieven werd beslist na onderhandelingen tussen de lidstaten van de Internationale Commissie van de Internationale Opsporingsdienst. België maakt, samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Israël, de Verenigde Staten van Amerika, Griekenland en Polen deel uit van deze Internationale Commissie. [2]

Eind november 2007 werd het archief opengesteld voor onderzoekers en voor het algemene publiek.[3]

[bewerken] Cijfers

Miljoenen Joden zijn door de nazi's omgebracht. Naoorlogse schattingen belopen:

  • Polen: 2.350.000
  • Sovjet-Unie: 700.000
  • Hongarije: 440.000
  • Tsjecho-Slowakije: 233.000
  • Roemenië: 200.000
  • Duitsland: 160.000
  • Nederland: 101.800
  • Frankrijk: 60.000
  • Oostenrijk: 58.000
  • Griekenland: 57.000
  • Joegoslavië: 55.000 (waarvan 31.000 in Kroatië)
  • België: 25.411
  • Italië: 8500
  • Luxemburg: 3000
  • Noorwegen: 700

Het totaal aantal vermoorde Joden wordt geschat op getallen tussen de vijf en de zes miljoen.

[bewerken] De term Holocaust

Het woord Holocaust komt van het Griekse ὁλόκαυστον = holokauston ofwel 'geheel verbrand'. Dit was een aanduiding voor een brandoffer aan een godheid. De term Holocaust voor de Sjoa is in zwang gekomen vanuit de Verenigde Staten, waar eind jaren zeventig de gelijknamige televisieserie grote aandacht trok.

Aangezien deze term van oorsprong voor een vrijwillig brandoffer staat en er bij deze Holocaust niets aan welke God dan ook werd geofferd, heeft dit voor velen een nare bijklank; daarom geven veel mensen er de voorkeur aan te spreken over shoa (שואה = vernietiging).

[bewerken] Niet-Joodse slachtoffers

1rightarrow.png Zie Niet-Joodse slachtoffers van het naziregime voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naast Joden werden ook andere groepen al dan niet systematisch vermoord, zoals homoseksuelen, Esperantisten, zigeuners (Porrajmos), 'economisch onwaardigen', Russen, etnische Polen, gehandicapten, Jehova's getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, vakbondsleden, vrijmetselaars, communisten, Spaanse republikeinen, Serven, Quakers en mensen die zich verzetten tegen de nazi's.

[bewerken] Films

[bewerken] Publicaties over de Holocaust

  • Alle boeken van Elie Wiesel en Imre Kertesz hebben als belangrijkste onderwerp de Holocaust.
  • Hoe leg je het uit aan jongeren?, didactisch pakket voor het Vlaams onderwijs door Pol De Grave waarin de deportatie uitgelegd wordt in 24 stappen met foto's, tekst en opdrachten met de steun van de Auschwitz-stichting, de Vlaamse overheid, de vzw Jeugd en Vrede en de Nationale Loterij.

[bewerken] Bibliografie

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Referenties

  1. De redding van de Deense Joden door het volk van Denemarken
  2. Toegang tot archieven Bad Arolsen
  3. Nazi archief na 60 jaar openbaar

Persoonlijke instellingen