Kamp Amersfoort
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort; PDA) was in de Tweede Wereldoorlog één van de concentratiekampen in Nederland.
Inhoud |
[bewerken] Voor de oorlog
Het kamp werd in 1939 in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse gemobiliseerde militairen, die werden ingezet bij de aanleg en verbetering van de Grebbelinie, en de verdedigingswerken rond Amersfoort. Het kamp lag aan de zuidkant van Amersfoort, op de grens met Leusden.
[bewerken] Durchgangslager
Vanaf 1941 deed het voor de Duitse bezetters dienst als Durchgangslager, als transit-kamp voor uitzending naar Duitsland, maar het voldeed zeker ook aan de criteria voor werkkamp of strafkamp. Op 18 augustus 1941 kwamen de eerste gevangenen, een groep van bijna 200 communisten, uit kamp Schoorl. Het waren overigens niet alleen politieke tegenstanders van het naziregime die gedurende de oorlogsjaren in het PDL terechtkwamen. De grootste groep bestond uit opgepakte onderduikers, meestal jongens en mannen die aan de Arbeitseinsatz hadden willen ontkomen en nu in Amersfoort werden 'voorbereid' op tewerkstelling in Duitsland. Ook mensen die zich aan economische vergrijpen hadden schuldig gemaakt, zoals zwarthandelaren en sluikslachters, kwamen in het kamp terecht.
Het kamp stond onder commando van SS-Obersturmführer Walter Heinrich. Andere bewakers uit het kamp waren onder meer Hans Cornelis Stöver, Karl Peter Berg, Joseph Kotälla, Willy Engbrocks, Willem van der Neut, Berend Johan Westerveld, Max Ritter en Wilhelm Hoybrock.
Amersfoort was een berucht kamp. Kampbeulen als Kotälla maakten er de dienst uit. In het kamp verbleven in de jaren 1941-1945 ruim 35.000 gevangenen. Daarvan werden ca. 14.000 doorgestuurd naar (meestal Duitse) werkkampen, en werden ca. 5.000 overgebracht naar andere kampen. Ruim 15.000 gevangenen zijn vrijgelaten, gevlucht, geëxecuteerd of van ontberingen omgekomen. Onder de gevangenen waren o.a. Floris Bakels, Titus Brandsma, Wim Eggink, Dirk Willem Folmer, Jan Herder, Piet Jongeling, Gerrit Kleinveld (die in 1943 wist te ontsnappen), Max Kohnstamm, Henri Pieck, Poncke Princen, Johan Scheps, Jan Schouten, Theun de Vries en Mom Wellenstein.
In 1943 werd de bevolking van het kamp nagenoeg geheel overgebracht naar Kamp Vught. Dit om een verbouwing en vergroting van kamp Amersfoort mogelijk te maken.
[bewerken] Represailles 8 maart 1945
Op 8 maart 1945 vond de grootste massafusillade uit de oorlogsjaren in Nederland plaats, als represaillemaatregelen na een mislukte (en onbedoelde) aanslag op Rauter. Landelijk werden honderden gevangen doodgeschoten. In Kamp Amersfoort werden 49 Todeskandidaten aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd. Deze executie is na afloop van de oorlog door Kotälla beschreven.[1]
[bewerken] Na de oorlog
Op 19 april 1945 werd het kamp door SS-Brigadeführer en Generalmajor der Polizei Schöngarth (als waarnemer van Rauter) overgedragen aan Loes van Overeem van het Rode Kruis. Er waren toen nog een kleine 500 gevangenen in het kamp. Op 5 mei 1945 werden de overlevenden voorzien van een Rode Kruis-paspoort, en mochten zij het kamp verlaten. Daarna werden NSB-ers, collaborateurs en enkele SS'ers geïnterneerd in het Bewarings- en verblijfskamp Laan 1914, zoals het toen werd omgedoopt.
Op 12 augustus 1946 werd het kamp overgedragen aan het Departement van Oorlog, om weer als legerkamp in gebruik te worden genomen.
[bewerken] Fotogalerij
[bewerken] Externe link
Bronnen, noten en/of referenties: