Everard Meyster
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Everard Meyster (Utrecht, 1617 - Utrecht, 23 december 1679) was een Nederlands dichter en aristocraat.
Jonkheer Everard Meyster leeft voort als de man die in 1661 de Amersfoortse Kei bij de Waelberch (Leusderheide) naar de Amersfoortse binnenstad liet slepen.[1] Daarover schreef hij de Keyklucht van Jock en Ernst, op de steen-uyle-vlucht deser werelt (Utrecht, 1661).
Een ander geschrift van de "dolle jonker" was Deductie ofte bewysselijke bedenking belangende d'Eemsche zee-vaerd (1670), een plan om Utrecht tot een zeehaven te maken.
Voorts schreef hij enkele kluchten.
Everard Meyster was de eigenaar van het landgoed Nimmerdor ten zuiden van Amersfoort, dat hij bezong in het gedicht Nimmer-dor berymt uit 1667. Daarnaast liet hij in de stad Utrecht in 1663 het merkwaardige huis De Krakeling bouwen aan de straat Achter Sint-Pieter. Bij Amersfoort liet hij het landgoed Dool om berg (1665) aanleggen, dat zijn naam dankte aan het doolhof in de tuin en de kunstmatige heuvels. Hij wijdde er zijn gedicht Des weerelds Dool-om-berg ont-doold op Dool-in-berg aan. Bij Utrecht kwam het landgoed Oog in Al tot stand (1666), van waaruit hij de geplande uitbreiding van Utrecht in de gaten kon houden.
Na de bezetting van Utrecht door de Fransen (1672) kwam Meyster als rooms-katholiek in het bestuur van de stad en behartigde toegewijd de belangen van de Utrechtse burgers. Hij werd in de Domkerk begraven.
[bewerken] Externe link
Bronnen, noten en/of referenties:
- Hans Renes (2005) Historische atlas van de stad Utrecht, blz 36 ev, Amsterdam: Uitgeverij Boom, ISBN 908506189x
- ↑ J.R.W. Sinninghe, 1938 (herdruk 1978), Utrechtsch sagenboek, Thieme & Cie, Zutphen, blz. 251 ev, ISBN 9003912602