Auschwitz (concentratiekamp)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Auschwitz-Birkenau Duits nazi concentratie- en vernietigingskamp 1940-1945 |
||
| Werelderfgoed cultuur | ||
| Auschwitz-Birkenau - 'De poort des doods' | ||
| Land | ||
| UNESCO-regio | Europa en Noord-Amerika | |
| Criteria | vi | |
| Inschrijvingshistorie | ||
| UNESCO-volgnr. | 31 | |
| Inschrijving | 1979 (3e sessie) | |
| UNESCO-werelderfgoedlijst | ||
Auschwitz was een vernietigings- en concentratiekamp dat door Nazi-Duitsland nabij de Poolse stad Auschwitz (Pools: Oświęcim, Jiddisch: Oshpitzin) werd opgezet.
De naam Auschwitz is symbolisch geworden voor de vernietigings- en concentratiekampen van de nazi's die op vele plaatsen in Europa verschenen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Miljoenen mensen, merendeels Joden maar ook personen uit andere minderheden en politieke gevangenen, zijn in dergelijke kampen massaal om het leven gekomen.
Naar Auschwitz werden ongeveer 1,3 miljoen mensen gedeporteerd.[1] Hiervan zijn er ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen, waarvan de meerderheid werd vergast.[2]
Doordat Auschwitz het grootste vernietigingskamp uit zijn tijd was, is het een symbool geworden voor de Holocaust (of Shoah), waarvan tussen de vijf en zes miljoen Joden het slachtoffer werden.
Het totale aantal doden was veel hoger dan zes miljoen, doordat er naast Joden nog talrijke andere slachtoffers waren zoals Slaven, krijgsgevangenen, verzetsstrijders, gehandicapten, homoseksuelen, zigeuners en andersdenkenden (zoals Jehova's getuigen).
Plannen
|
Kinderen bij de bevrijding van Auschwitz door het Rode Leger
|
Na de aanval op Polen in 1939 kregen de Duitsers in toenemende mate te maken met weerstand en verzet. Veel Poolse politieke tegenstanders werden opgepakt en, net als in Duitsland, was de bedoeling dat deze in zogenaamde concentratiekampen werden geplaatst.
In april 1940 had Reichsführer-SS Heinrich Himmler na diverse terreininspecties opdracht gegeven nabij Auschwitz (Oświęcim) tot de bouw van een concentratiekamp over te gaan. Reden om het concentratiekamp te bouwen was dat de cellen in Polen al overvol waren. Men had dus nieuwe plaatsen nodig om het groeiend aantal Poolse gevangenen uit de bij het Duitse Rijk ingelijfde Poolse provincies te kunnen opsluiten. Aanvankelijk zou het kamp plaats moeten bieden aan 10 000 personen.
Het terrein dat voor de vestiging was uitgekozen lag aan de oostelijke zijde van de Moravische Poort in een vlakte tussen de rivieren Sola en Wisła. Dit was een vochtig, drassig en ongezond gebied. De oude Poolse legerkazernes in het dorpje Zasole vormden de eerste behuizing van het kampcomplex. Bovendien was het verkeerstechnisch een prima plaats, want Auschwitz lag aan de spoorwegverbinding van Katowice met Krakau.
In de plannen was ook het voorstel van I.G. Farben voor de bouw van een zogenaamde Buna-fabriek (productie van synthetisch rubber) opgenomen. Het bedrijf zocht namelijk nog een plaats voor de Buna-fabriek en aangezien Auschwitz over voldoende ruimte beschikte en in de omgeving voldoende water, kalk, zout, kolen en andere grondstoffen aanwezig waren, leek het concentratiekamp een prima plaats. Bovendien kon men gebruik maken van werkkrachten uit het concentratiekamp. Op 1 maart 1941 had een delegatie van I.G. Farben en Himmler een bespreking en bezichtiging in Auschwitz en op 7 april datzelfde jaar nam in Katowice de bouw van de Buna-fabriek een aanvang. Deze fabriek vormde samen met andere fabrieken van I.G. Farben het latere Auschwitz III-Monowitz.
Auschwitz I - Stammlager
Auschwitz I, ook wel Stammlager genoemd, was één van de drie grote kampen van Auschwitz. Auschwitz I was het eerste kamp en werd in 1940 officieel beschikbaar gesteld voor gevangenen. Het vormde later het administratief centrum van het totale complex. In dit kamp werden ongeveer 70 000 mensen omgebracht, voornamelijk Poolse intellectuelen en Russische krijgsgevangenen.
Beginfase
Auschwitz I werd in tegenstelling tot de eerste plannen niet als doorvoerkamp ingericht, maar als concentratie- en werkkamp. Op 5 mei 1940 werd Rudolf Höss aangesteld als kampcommandant.[3] Het eerste gevangenentransport met dertig Duitse criminelen arriveerde op 20 mei 1940.[4] Zij moesten samen met driehonderd Joden uit de stad het kamp opknappen. Vijftien SS'ers werden meegestuurd als bewakers. De dertig criminelen kregen later extra privileges door hun functie als kampoudsten of kapo's.[4] Vrijwel de gehele oorlog waren de Kapo's Duitse beroepscriminelen, die opvielen door hun wreedheid.
De oude Poolse legerkazerne, deels omringd door een muur, bleek een prima plaats voor het concentratie- en werkkamp. Aanvankelijk werden achttien gebouwen als barakken gebruikt, waaronder een kampziekenhuis en een kampgevangenis, later bekend als Block 11. Er werden wachttorens gebouwd en prikkeldraad geplaatst. Buiten het kamp lagen twee gebouwen voor de kampstaf en een crematorium, dat in een van de buitenwereld afgeschermde oude munitiebunker was ingericht.
Op 14 juni 1940, toen het kamp was opgeknapt, kwam het eerste officële gevangenentransport aan in Auschwitz: ongeveer 720 Poolse politieke gevangenen uit Tarnów. Onder deze gevangenen bevond zich Wieslaw Kielar, die vijf jaar Auschwitz overleefde.[5] Het aantal gevangenen zou op 15 augustus door een transport politieke gevangenen uit Warschau oplopen tot 3200.[4] Ook in de maanden daarna kwamen nog enkele transporten aan en op 31 december 1940 bedroeg het aantal gevangenen 7829.[4] De eerste executies in het kamp volgden. Op 22 november 1940 werden veertig politieke gevangenen neergeschoten als represailles van een aanslag op een SS-officier in een nabij gelegen stad.[4] In het eerste jaar werd het kamp gestaag uitgebreid. Vrijwel alle gevangenen waren zes dagen in de week en elf uur per dag in de weer met de bouw van het kamp. In een omtrek van vijf kilometer werden alle bewoners verdreven. De bouwmaterialen uit de verlaten woningen werden gebruikt voor de opbouw van nieuwe barakken in het kamp.[4]
Uitbouw
In het tweede jaar bracht Himmler een inspectiebezoek aan het kamp. Hij gaf Höss de opdracht om Auschwitz I uit te breiden tot een capaciteit van 30 000. Tevens kreeg Höss de opdracht om bij Birkenau, drie kilometer verderop, een tweede kamp te bouwen, met een capaciteit van 100 000 gevangenen.[4] Auschwitz I was aanvankelijk bedoeld voor Poolse politieke tegenstanders, verzetsmensen en intellectuelen onder te brengen. Later werden ook Russische krijgsgevangenen en Duitse criminelen ondergebracht in het kamp. Nog later volgden ook Jehova's getuigen, "asociale elementen" zoals landlopers en prostituees, homoseksuelen en Joden. Ondanks de gestage uitbreiding naar een capaciteit van 30 000, bleef het aantal gevangenen in de eerste jaren van het bestaan van het kamp tussen de dertien- en zestienduizend mensen. In 1942 nam de aanvoer van gevangenen flink toe en bereikte dit aantal de twintigduizend.
Er werd zes dagen per week, elf uur per dag gewerkt (in de wapenfabrieken van Auschwitz III vaak zeven dagen). Zondagen waren voor wassen en douchen gereserveerd. Door de harde arbeidsomstandigheden, het weinige eten, de wreedheid van de SS en de slechte hygiëne, was het sterftecijfer onder de gevangenen zeer hoog.
Ontwikkeling van de gaskamers
Eind juli 1941 werden in het kader van Aktion 14f13 ongeveer 570 gevangenen uit Auschwitz naar Schloss Sonnenstein gebracht en aldaar met gebruik van koolmonoxide vergast.[2] Tot aan de zomer van 1941 werd deze methode alleen op gehandicapten toegepast. Ongeveer 70 000 gehandicapten waren al op deze manier gedood.[2] Himmler wilde deze methode ook gaan toepassen in concentratiekampen. Een speciale eenheid kwam Auschwitz om deze reden bezoeken. Al snel werd het systeem ingevoerd in Auschwitz en zieken werd verteld dat ze zich, na inschrijving, konden laten behandelen. Men werd echter niet behandeld, maar naar de gaskamers gebracht. De eerste vergassingen van gevangenen uit Auschwitz vonden niet in het kamp zelf plaats; men werd eerst vervoerd naar gaskamers in Duitsland. Ongeveer 575 personen schreven zich uiteindelijk in voor de 'behandeling'.[2]
Tot aan 1941 werden de meeste personen niet vergast, maar doodgeschoten. Himmler woonde enkele executies in het oosten bij en na een van deze executies vertelde SS-General Erich von dem Bach-Zelewski tegen Himmler dat de SS'ers die de executies uitvoerden het mentaal flink te verduren kregen. Dit zette Himmler aan het denken en hij realiseerde zich dat hij een betere, snellere en mentaal minder uitputtende methode moest vinden. SS-Leutnant dr. Albert Witmann, betrokken bij de ontwikkeling van de koolmonoxidevergassingen, werd naar het oosten gestuurd om een nieuwe methode uit te vinden. Hij kwam tot de conclusie dat het te duur en te veel werk was om flessen met koolmonoxide over grote afstand te vervoeren. Daarop besloot hij een vrachtwagen met explosieven mee te nemen. De Duitsers dreven gevangenen bij elkaar in een bunker en besloten deze op te blazen.[2] Na deze methode werden er nog diverse andere massamoordmethodes uitgeprobeerd, waaronder het gebruiken van uitlaatgassen.[2] Ze dreven mensen bij elkaar in een kamer die verbonden was met de uitlaten van twee voertuigen. Deze methode met koolmonoxide was een stuk goedkoper dan het vervoeren van flessen met de stof.
Ook in Auschwitz I ging intussen het onderzoek naar verbetering van de moordmethode door. Bij afwezigheid van kampcommandant Höss, kreeg waarnemer Karl Fritzsch een doorslaggevend idee. Waar de SS nog steeds arbeidsongeschikte gevangenen doodschoot, dacht Fritzsch dat het middel waar men de kleren mee desinfecteerde, Zyklon B, tevens als gas kon worden gebruikt.[2] Zodra Zyklon B aan lucht wordt blootgesteld, lossen de Zyklon B-kristallen op en ontstaat er een dodelijk gas.
Eind augustus of begin september koos Fritzsch Blok 11 uit om een proef te doen met Zyklon B.[2] Een kelder werd voorbereid voor het experiment en vanaf dat moment mocht niemand meer uit z'n cel. Russische krijgsgevangenen werden in Blok 11 bijeen gedreven en naar de kelder verplaatst. De eerste test met Zyklon B was een feit. De dag erna werd de effectiviteit gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. Men verhoogde daarop met succes de dosis. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen.[2]
Toen Höss terugkwam in het kamp, kreeg hij het verhaal over het experiment te horen. Höss was tevreden en gerustgesteld. Voordeel was dat het op grote schaal kon plaatsvinden, plus het feit dat de Duitsers nu bloedbaden bespaard zouden blijven.
Na de succesvolle vergassingen werd een oude munitiebunker omgebouwd tot een gaskamer met crematorium. De Duitse firma J. A. Topf und Söhne leverde de verbrandingsovens. In december 1941 vond de eerste grote vergassing hier plaats. Ongeveer negenhonderd Russische krijgsgevangenen werden met Zyklon B omgebracht, in februari 1942 gevolgd door ongeveer vierhonderd Joodse arbeidsongeschikten. De eerste en enige gaskamer van Auschwitz I bleef 'slechts' tot mei 1942 in gebruik.
Het crematorium bleeft tot eind juli 1943 in gebruik. Na een verbouwing bleek de capaciteit nog steeds niet voldoende te zijn. Tegelijkertijd met de uitbreiding van Auschwitz I werd er ook een nieuw en groter crematorium gebouwd. Echter, de ovens bleken later niet naar het crematorium in Auschwitz I (Crematorium I) te gaan, omdat ze nodig bleken te zijn in het nieuwe kamp, Auschwitz II-Birkenau. Crematorium I werd daarop omgebouwd in een luchtafweerbunker voor de SS.
Men vermoed dat in de gaskamer van Auschwitz I in totaal 60 000 personen zijn omgekomen. Het aantal dat in dit kamp werd vergast is slechts een gering aantal daarvan.[6]
Eind 2008 werden in een Berlijns appartement 28 oorspronkelijke bouwplannen daterend van 1941 tot 1944 van dit kamp teruggevonden voorzien van handtekeningen van verantwoordelijken van de SS met de initialen van Heinrich Himmler. In dit archief is een plan teruggevonden van een gaskamer van 11,16 m bij 11,20 m. De tekening van de kelderverdieping toont de sokkels voor de door Topf & Söhne geleverde verbrandingsovens. Deze vondst bewijst het systematisch geplande karakter van de genocide.[7][8]
Na uitbreiding
Naarmate de tijd vorderde en de uitbreiding van Auschwitz I en het ontstaan van Auschwitz II-Birkenau en Auschwitz III-Monotwitz een feit was, werd het belang van Auschwitz I kleiner. Het administratief hoofdkwartier bevond zich echter wel in het Stammlager, maar de nadruk van de Nazi's lag steeds meer op Auschwitz II-Birkenau. Auschwitz I werd vooral gebruikt om gevangenen in onder te brengen die dienst deden in fabrieken in Auschwitz III-Monowitz of op andere plaatsen arbeid moesten verrichten.
Ook werd er vanaf juni 1943 op verzoek van Himmler in Blok 24a een Lagerbordell gevestigd. Voorheen had de SS een plan verworpen om een bordeel te plaatsten in Blok 11. Het bordeel werd in oktober 1943 geopend en moest als beloning dienen gevangenen met extra priveleges, zoals kapo's. De bewakers van de SS mochten geen gebruik maken van het bordeel, maar zij mochten gebruik maken van het bordeel in de de stad Auschwitz. Meer dan zestig Duitse, Poolse en Oekraïense vrouwen werden uit het vrouwenkamp van Auschwitz II-Birkenau gehaald voor de bordelen in Auschwitz I en Auschwitz III-Monowitz. Het bordeel bleef tot enkele dagen voor de evacuatie bestaan.[9]
Toegangspoort
Van alle concentratiekampen heeft Auschwitz I de bekendste toegangspoort. Boven de ingang hangt heden ten dage nog steeds de cynische spreuk Arbeit macht frei ("werk maakt vrij"), die aan de buitenkant de indruk van een werkkamp moest wekken. De gevangenen die dagelijks het kamp voor dwangarbeid verlieten, marcheerden op orkestmuziek door de poort. Terwijl het orkest aan hun linkerkant vrolijke muziek stond te spelen[10], werden aan de rechterkant de lichamen van vermoorde gevangen opgestapeld als afschrikwekkend voorbeeld. In tegenstelling tot de indruk die men krijgt uit de meeste films over Auschwitz, werden de meeste Joden echter in Auschwitz II-Birkenau gevangen gehouden, en gingen zij niet door deze poort.
Kampgevangenis
Hoewel het werken en leven in een concentratiekamp zelf al zwaar en vermoeiend was, deelden de SS'ers regelmatig extra straffen uit. Deze waren zeer divers en bij vrijwel alle kampbewoners bekend.
In de kampgevangenis (beter bekend als Blok 11) werden, zoals de naam al doet vermoeden, gevangenen vastgehouden. Het leeuwendeel van dit blok bestaat dan ook uit cellen. Om mensen extra streng te straffen, bevatte dit blok in de kelder ook stacellen van ongeveer een vierkante meter vloeroppervlak. Deze cellen, zonder lichtinval, waren tot aan het plafond dichtgemetseld, met alleen onderin een luik waardoor de gevangen naar binnen moesten kruipen. In een dergelijke cel werden gevangenen met vier personen opgesloten. Overdag moesten zij zo'n 11 uur werken om de rest van de tijd weer opgesloten te worden, soms tot wel 12 dagen achtereen. Veel gevangenen overleefden dit niet, zij stierven aan oververmoeidheid of verstikking. Ook waren er zogenaamde verhongercellen, waar men de gevangenen liet doodhongeren.
Als represailles voor de vlucht van een gevangene uit Auschwitz I werden op 23 april 1941 willekeurig tien gevangenen uit Blok 2 veroordeeld tot een hongerdood in Blok 11. Tussen het kampziekenhuis (blok 10) en de kampgevangenis (blok 11) was een gesloten binnenplaats ingericht voor martelingen en executies. Hier werden gevangen tegen de muur gezet. Vooraf moesten zij zich uitkleden in een omkleedruimte met wasbak in blok 11, waarna ze door een zijdeur de binnenplaats op werden gebracht. Als marteling werden de armen van de gevangenen op de rug gebonden. Vervolgens werden ze opgehangen aan hun handen. De palen waaraan dit gebeurde zijn nog steeds op deze binnenplaats te zien. Om te voorkomen dat de zieken konden zien wat zich op deze binnenplaats afspeelde zijn de ramen van blok 10 aan deze kant dichtgetimmerd.
Opnameprocedure
Als 'toegang' moesten de gevangenen in Blok 26 (vanaf 1944 in een nieuw gebouwencomplex) hun persoonlijke bezittingen inleveren. De gevangenen werden gedoucht, geschoren, gefotografeerd en geregisteerd. Vanaf 1942 werd bij de meeste gevangenen op de linker onderarm het gevangenennummer getatoeëerd. Ze kregen klompen en een gestreepte outfit, waarop men door een embleem kon zien tot welke groep gevangenen ze behoorden. In de laatste oorlogsjaren ontbrak het wel een aan specifieke kleren van het concentratiekamp, waardoor het kon voorkomen dat er ook mensen in burgerkleding rondliepen.
Muziek in het kamp
Net als in andere concentratie- en vernietigingskampen werd ook in Auschwitz muziek gespeeld door gevangenen. In december 1940 werd door de SS een orkest uit gevangenen samengesteld. Auschwitz was hiermee het eerste kamp dat over een orkest beschikte. Auschwitz I en Auschwitz II hadden samen al zes verschillende orkesten, waarvan één zelfs 100 tot 120 leden telde.[11]
De gevangenen die dagelijks het kamp voor dwangarbeid verlieten, marcheerden op orkestmuziek door de poort. Terwijl het orkest aan hun linkerkant vrolijke muziek stond te spelen, werden aan de rechterkant de lichamen van vermoorde gevangen opgestapeld als afschrikwekkend voorbeeld.[11] Er was ook sprake van zogenaamde begeleidingsmuziek; muziek tijdens de tocht naar de galg, bij het uitdelen van lijfstraffen of bij de weg naar de gaskamers.[11] Op zondagen werd vaak opgetreden op de appèlplaats of in de kampblokken. Er werd hier gespeeld voor zowel de kampleiding als voor de medegevangenen.
De leden van het orkest hadden het voordeel dat ze vrijwel altijd vrijgesteld waren van zwaar werk. Ze werden bovendien beter gehuisvest en kregen beter te eten dan de overige gevangenen. Men kon door muziek te maken een belangrijke stap zetten in het overlevingsproces.
Auschwitz II - Birkenau
Auschwitz II, ook wel Auschwitz-Birkenau genoemd, was één van de drie grote kampen van Auschwitz. Auschwitz II was het vernietigingskamp, en het is dit kamp waaraan de meeste mensen denken bij het horen van de naam 'Auschwitz'. Het werd in 1942 officieel beschikbaar gesteld.
Het kamp bevindt zich in Birkenau, de Duitse naam voor het Poolse dorpje Brzezinka (dit dorp werd gesloopt om Auschwitz-Birkenau te kunnen bouwen, al is het na de oorlog herbouwd naast het voormalige vernietigingskamp), ongeveer drie kilometer van Auschwitz I en besloeg een grote oppervlakte van 175 hectare. Behalve Joden, Sinti en Roma werden ook veel gewone burgers uit de toen bezette gebieden, waaronder zo'n 40 000 Vlaamse arbeiders en bedienden die als werkweigeraars waren opgepakt, in Auschwitz II gevangen gehouden.
De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung. De nazi's evacueerden de plaatselijke bevolking, waarna de huizen werden gesloopt om in de bouwmaterialen voor de eerste gebouwen te voorzien. Het kamp was ongeveer 2,5 bij 2 kilometer groot en bood ruimte aan 100 000 gevangenen. Er werden meerdere sectoren gemaakt, die weer werden verdeeld in velden. Deze velden waren, net als het gehele kamp, afgezet met prikkeldraad dat onder stroom stond. Veel gevangenen maakten van dit prikkeldraad gebruik om zelfmoord te plegen. In het kamp bestond de uitdrukking er ging zu den Drähten ("hij ging naar de draad"). Hoofddoel van Auschwitz II was de massavernietiging. Hiervoor waren vier gaskamers met bijbehorende crematoria aangelegd. De grootschalige vernietiging begon in het voorjaar van 1942.
Plan
De vernietigingscapaciteit van de eerste gaskamers en grotere verbrandingsovens volstond voor de nazi's niet. Auschwitz moest worden uitgebreid, zeker nadat het een belangrijke rol in de Endlösung kreeg toebedeeld. In oktober 1941 werd een radicaal initiatief gerealiseerd. Hoofd Bouwwerken Karl Bischoff en SS-architect Fritz Ertl werkten aan plannen voor een heel nieuw kamp. Het moest ten noordwesten van het bestaande kamp komen, op de plaats waar het dorp Birkenau lag. Het kamp moest de grootte krijgen van een kleine stad en ongeveer 100 000 mensen kunnen herbergen.[12]
Uit onderzoek in de jaren 90 van de oorspronkelijke bouwplannen blijkt dat het kamp vanaf het begin werd ontworpen om gevangen onder zeer slechte omstandigheden te huisvesten.[4][12] Er was geen stromend water en geen schone, goede vloer. De kans op epidemieën nam hierdoor flink toe. In concentratiekampen in Duitsland werd normaliter een gevangene per kooi geplaatst; in Auschwitz werd dit aantal verhoogd naar drie.[12] Dit betekende dat elke barak 558 personen kon huisvesten. Maar uit de slotberekingen bleek dat zelfs deze manier van samenpersen niet toereikend was. Met 174 slaapbarakken kwam het totaal aantal gevangen dat kon worden gehuisvest op 97 000. Bischoff was de mening toegedaan dat dit niet voldoende was en hij nam het besluit om vier in plaats van drie gevangen per kooi te plaatsen.[12] Hiermee kwam het aantal personen per barak op 744, hetgeen in totaal 129 456 plaatsen betekende.
Beginfase
Het nieuwe kamp bij Auschwitz was eerst niet bedoeld voor Joden, maar voor Russische krijgsgevangen. Van hen stierven er tijdens de hele oorlog drie miljoen in gevangenschap. In de herfst van 1941 arriveerden 10 000 Russische krijgsgevangen om te beginnen met de bouw van het nieuwe kamp, Auschwitz-Birkenau.[12]
Birkenau was in juli al ontruimd en deels afgebroken. De Russische krijgsgevangenen moesten de gehele winter doorwerken en velen stierven door honger, kou en mishandeling; slechts een paar honderd haalden de lente.[12] De SS-leiding maakte zich zorgen over de trage voortgang van de bouw.
Auschwitz was in de herfst van 1941 nog nauwelijks betrokken bij de jodenvervolging. Op andere plekken namen nazi's initiatieven om de Joden te doden. In oktober 1941 stond Hitler toe de Joden te deporteren. De Duitse Joden werden samengevoegd in zogenaamde getto's. Met de komst van de westerse Joden raakten de getto's overvol. De Nazi-leiders waren ondertussen bezig met het bouwen van kampen om de populatie in de getto's te reduceren. In Chełmno werd een vernietigingskamp in gebruik genomen om Joden uit het getto van Łódź te vermoorden. Bełżec werd gebouwd om de Joden uit het getto van Lublin te vermoorden. In januari werden de eerste Joden uit Łódź op transport gezet. Ze werden vergast in Chełmno. De vergassingen gingen echter langzaam en steeds maar met een kleine hoeveelheid: de Joden werden in een vrachtwagen bij elkaar gestopt en door middel van koolmonoxide vergast. De vergassingen verliepen niet effectief genoeg.
Tijdens de bouw van het nieuwe kamp in Auschwitz werd hier rekening mee gehouden. De Duitsers hadden sinds september 1941 al diverse keren in Auschwitz I geëxperimenteerd met Zyklon-B. Toen werd al duidelijk dat Auschwitz I geen geschikte plaats was om een massamoord uit te voeren. Zyklon-B was daarentegen in de juiste hoeveelheid wel effectief.
Gaskamers
De plannen voor het nieuwe kamp waren ondertussen veranderd. De Russische krijgsgevangenen zouden ergens anders dwangarbeid moeten verrichten en de nadruk werd vanaf dat moment op de Joden gelegd. De capaciteit van de gaskamer in Auschwitz I was onvoldoende. De Duitsers kwamen bij Birkenau tot een oplossing. Twee leegstaande boerderijen werden omgebouwd tot gaskamers.
- Bunker 1
Bunker 1, ook wel het "Rode Huis" genoemd, was gelegen ten noorden van Auschwitz II. Het gebouw had een grootte van 15×6 meter en had oorspronkelijk vier ruimtes, die werden omgebouwd tot twee gaskamers.[13] De oorspronkelijke ramen en deur werden dichtgemetseld. Elke ruimte kreeg één nieuwe deur. Het gas werd naar binnen gebracht via twee openingen van 30×40 centimeter, die via kleppen waren af te sluiten. De deuren werden luchtdicht gemaakt en konden met schroeven worden aangedraaid. Op de deuren werden tekens aangebracht die duidden op een desinfectieplaats. De muren waren binnen wit geschilderd en na elke vergassing werd de vloer bedekt met zaagsel. Dit gebeurde omdat er geen ventilatiesysteem aanwezig was en het ventilatieproces daarom veel tijd in beslag nam. Elke gaskamer kon per keer ongeveer vierhonderd personen verwerken.[13]
In het begin werden de vergassingen uitgevoerd in de nacht, maar later werden ook vergassingen overdag uitgevoerd, vanwege teveel en te onregelmatige transporten. De lichamen werden begraven in grote kuilen nabij de gaskamers. Bunker 1 werd naar alle waarschijnlijkheid in maart 1942, toen de massadeportaties vanuit Opper-Silezië begonnen, in gebruik genomen.[13]
- Bunker 2
Bunker 2, ook wel het "Witte Huis" genoemd, was gelegen ten westen van Auschwitz II. Het gebouw had een grootte van 17×8 meter en werd omgebouwd tot vier gaskamers met elk een andere grootte.[13] Het verschil met Bunker 1 was dat alle gaskamers twee deuren hadden, hetgeen het ventilatieproces na de vergassingen aanzienlijk versnelde. Verder zagen de ruimtes er hetzelfde uit als in Bunker 1: van elke ruimte waren alle ramen dichtgemetseld en dat er kon door twee openingen gas worden binnengebracht. Door de betere ventilatie en de grotere ruimtes kon men in Bunker 2 meer mensen per dag vermoorden dan in Bunker 1.
De lichamen werden, net als bij Bunker 1, in grote kuilen nabij de gaskamers begraven. Bunker 2 werd naar alle waarschijnlijkheid in juni 1942 in gebruik genomen.[13]
Uitbouw
In 1942, na voltooiing van de twee gaskamers, nam Auschwitz een steeds belangrijkere rol in om de Joden te vernietigen. Auschwitz bleef in dat jaar nog ver achter bij de andere vernietigingskampen, zoals Treblinka en Bełżec.
De eerste slachtoffers waren Slowaakse Joden uit de stad Bratislava. De Slowaken waren trouwe bondgenoten van de Duitsers. In 1942 besloot het stadsbestuur van Bratislava samen met de Duitse overheersers het 'jodenprobleem' in de stad op te lossen - op dat moment woonden in de stad zo'n 70 000 Joden. De Slowaken boden de Duitsers 20 000 Joodse arbeiders, op voorwaarde dat de Duitsers ook hun gezinnen op zouden nemen.[12] Duitsland had op dat moment onvoldoende vernietigingscapaciteit en weigerde de Joden die niet konden werken. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de 20 000 dwangarbeiders met hun gezinnen naar Polen zouden worden afgevoerd, in totaal waren dat er 60 000. Voor elke afgevoerde Jood moesten de Slowaken 500 Reichsmark betalen.[12] De Slowaken gingen er vanuit dat de Joden opnieuw gehuisvest zouden worden, maar dat was niet het geval. De 60 000 Slowaakse Joden werden afgevoerd naar Auschwitz waar ze vrijwel allemaal om het leven kwamen.[12]
In 1942 werden door heel Polen vernietigingskampen gebouwd. De Duitsers merkten dat een massamoord plannen veel eenvoudiger was dan hem uit te voeren. Het was een enorm project dat een goede leiding nodig had.
Begin 1942 werden de eerste West-Europese Joden gedeporteerd naar de vernietigingskampen.[14] De Duitsers deporteerden alle niet-Franse Joden uit Frankrijk naar het oosten. De Duitsers wilden aanvankelijk de kinderen sparen en zetten alleen de volwassenen op transport. De kinderen werden overgeplaatst naar Drancy, een voorstad van Parijs. Ze leden vaak aan dysenterie en zaten onder de parasieten. De kinderen werden gehuisvest in half afgebouwde kazernes. In augustus 1942 besloten de nazi's echter ook kinderen te gaan vermoorden.[14] Ze konden op termijn immers het Joodse ras weer nieuw leven inblazen. De 4 100 kinderen in Drancy werden allen op transport naar Auschwitz gezet en daar aangekomen werden ze allemaal vergast.[14]
In april 1942 had Himmler Auschwitz bezocht en hij was erg tevreden over het werk. Op dat moment zaten ongeveer 30 000 man gevangen in het kamp, voornamelijk Joden en Poolse politieke gevangenen. De Reichsführer-SS inspecteerde het Stammlager, de uitbreiding nabij Birkenau en de synthetische rubberfabriek bij Monowitz. Rudolf Höss werd door Himmler bevorderd tot Obersturmbahnführer.[14] Eind juni kreeg Höss echter van een SS-inspecteur te horen dat de beveiliging van het kamp zwaar ondermaats was. Deze moest onmiddellijk worden verbeterd, omdat er een grote operatie op komst was en nog onduidelijk was welke rol Auschwitz daarin ging spelen.
De uitroeiing van de West-Europese Joden nam steeds grotere vormen aan, maar in de zomer van 1942 lag het zwaartepunt vooral in het oosten. Himmler gaf op 19 juli het bevel om zoveel mogelijk Joden te hervestigen, oftewel te vernietigen.[14] Deze operatie ging door het leven als Aktion Reinhard. Het betrof hier ongeveer twee miljoen mensen, waarvan enkele honderdduizenden in het getto van Warschau. Himmler koos echter niet voor Auschwitz, maar gaf de voorkeur aan oorden die uitsluitend bedoeld waren voor de dood: Treblinka, Chełmno, Bełżec en Sobibór. In 1942 werden in deze oorden 1 274 166 om het leven gebracht.[14] De commandant van Treblinka, Irmfried Eberl, werd in augustus uit zijn functie ontheven omdat de massamoord niet efficiënt en heimelijk verliep.[14] Franz Stangl, voormalig commandant van Sobibór, was zijn vervanger in het tot dan toe grootste vernietigingskamp. In Auschwitz had Höss echter met hetzelde probleem te maken als in Treblinka. Waar liet hij de duizenden lijken? Ze werden aanvankelijk in grote kuilen bij elkaar gegooid, maar in de zomer begonnen de lijken te rotten en kwam er een ondragelijke stank vrij. Daarop werden gevangenen uitgekozen die deze lijken moesten opgraven en verbranden.[14]
Om Auschwitz efficiënter te maken, ging Höss in september 1942 naar Chełmno om daar de nieuwe crematie-installaties te bezichtigen. Höss was onder de indruk, maar meende dat het allemaal nog efficiënter kon.[14]
Crematoria
In oktober 1941 hadden Karl Bischoff, leider van de SS-Zentralbauleitung, en Kurt Prüfer van Topf & Söhne een onderhoud over de bouw en installatie van een nieuw, groter crematorium. Topf & Söhne had eerder al de ovens geleverd voor het het crematorium in Auschwitz I. Het nieuwe crematorium zou aanvankelijk ook in Auschwitz I komen, maar in de lente van 1942 werd besloten dat het in Auschwitz II zou komen.[13]
Vanaf de zomer van 1942 ging Auschwitz II een sleutelrol spelen in de vernietiging van de Europese joden. Aanvankelijk werd Crematorium II ontworpen met twee ondergrondse mortuaria. De SS besloot echter om de plannen te wijzigen. Het crematorium kreeg vijftien verbrandingsovens en had een aangrenzende gaskamer.[13] Aanvankelijk zou er vanuit het crematorium een glijbaan komen om de lijken op te dumpen, die dan terecht kwamen in het mortuarium. Nu de plannen waren gewijzigd en het mortuarium was veranderd in een gaskamer, werd er in plaats van een glijbaan een trap aangelegd. De deur, die eerst naar binnen openging, opende vanaf dat moment naar buiten.
Om voldoende capaciteit te krijgen, besloot de SS om in augustus 1942 een identiek crematorium te bouwen. Er werden tevens twee andere crematoria gepland, met de gaskamers boven de grond en minder verbrandingsovens. Ook een zesde crematorium, dat groter had moeten worden dan alle voorgaande, stond in de planning, maar werd nooit gerealiseerd.[13]
- Crematoria II en III
In augustus 1942 werd er begonnen met de bouw van Crematorium II. Ondanks dat de gevangenen iedere dag hard werkten, werd de bouw niet zoals gepland midden februari afgerond, maar een maand later. De gaskamer had een oppervlakte van 210 m² en een hoogte van 2,41 meter.[13] Het plafond bestond uit 22 centimeter dik gewapend beton, met daarbovenop een laag van 45 centimeter aarde. Eind 1943 werd de gaskamer in tweeën gesplitst. Kleinere transporten werden dan in kleinere ruimtes vergast, hetgeen een flinke besparing opleverde. In de gaskamers waren tevens douchekoppen aanwezig, om de slachtoffers tot op het laatste moment de indruk te geven dat ze werden gedoucht en gedesinfecteerd.
De gaskamers konden mechanisch worden geventileerd. Men hoefde dus niet zo lang te wachten tot de ruimte weer beschikbaar was. De gasdichte deur was nog geen twee meter hoog en slechts één meter breed. Als de slachtoffers hun lot wisten, begonnen ze vaak tegen de deur te duwen. De Duitsers konden de deuren van buitenaf echter met schroeven stevig vastdraaien als dat nodig was.
Het plafond werd ondersteund door zeven pilaren. De openingen waardoor het gas naar binnen kwam, werden geplaatst in de buurt van de pilaren 1, 3, 5 en 7. Er was een systeem ontwikkeld dat de verspreiding van het gas versnelde en er daardoor ook voor zorgde dat de slachtoffers eerder dood waren. De gaskamers konden maximaal 2 500 personen tegelijk verwerken.[13]
- Crematoria IV en V
De crematoria IV en V waren zowel qua bouw als qua functie veel eenvoudiger, mede omdat ze vanaf het begin puur als vernietigingsplaats waren ontworpen. Crematorium IV werd gebouwd aan de linkerzijde van het hoofdweg tussen de bouwplaatsen BII en BIII, nabij Kanada III (de plaats waar gestolen goederen werden uitgezocht). Crematorium V werd gebouwd in het aangrenzende berkenbos. De bouw van beide crematoria begon in november 1945. Crematorium IV was op 22 maart 1943 klaar voor gebruik en werd onmiddellijk in bedrijf genomen.[13] Crematorium V werd in april datzelfde jaar in gebruik genomen.[15]
Aan de linkerzijde van de hoofdingang was een grote omkleedruimte. Aan de rechterkant was de eerste van de vier gaskamers gevestigd. De totale grootte van deze gaskamers was 236 m².[13] Twee gaskamers hadden een grootte van bijna 100 m², hetgeen betekende dat de andere twee aanzienlijk kleiner waren. De twee grote gaskamers hadden verschillende deuren, waardoor het ventilatieproces werd versneld en de Sonderkommandos sneller te werk konden gaan. De gaskamers hadden geen ramen, alleen openingen waardoor het gas naar binnen werd gebracht. Deze openingen waren 30×40 centimeter groot en bevonden zich hoog in de muur. De persoon die het gas naar binnen bracht, moest op een ladder staan om zijn taak te volbrengen. Deze manier van vergassing zorgde voor een langzamere en pijnlijkere dood van de slachtoffers.[13] Net als bij Bunker I en II waren de openingen met een gasdichte klep afsluitbaar. Er waren enkele ovens in de gaskamers geinstalleerd, zodat de Duitsers zeker wisten dat de temperatuur de 27 graden zou bereiken. Dit was de optimale temperatuur voor het gebruik van Zyklon-B.[13]
Auschwitz II in 1943 en 1944
Met de bouw van de crematoria en gaskamers groeide Auschwitz in 1943 uit tot het centrum van de Holocaust. Naast de grote vernietigingscapaciteit ontstond er in Auschwitz ook een steeds groter 'woongedeelte'. De vrouwen uit het Stammlager waren in augustus 1942 al overgebracht naar het nieuwe Frauenlager in Auschwitz II. Dit Frauenlager omvatte ongeveer 40 000 vrouwen.
In de loop van 1943 werd Bauabschnitt II (BII) afgerond en daarmee waren de eerste twee van de geplande vier delen (Bauabschnitte) voltooid. Met de voltooiing van BII had Auschwitz een nominale capaciteit van 80 000 bewoners, maar dit aantal liep in 1943 op tot 140 000. In datzelfde jaar werd dan ook begonnen met de bouw van BIII, waarmee in 1944 werd gestopt door de naderende frontlinie. Aan het vierde deel werd nooit begonnen.
Auschwitz II was vooral bedoeld ter vernietiging van Joden. In 1942 vonden er verhoudingsgewijs weinig vergassingen plaats. Van de 200 000 gedeporteerde Joden werden er 140 000 direct na aankomst vergast.[16] Met de nieuwe crematoria, waarvan de eerste in de lente van 1943 klaar waren, was het kamp klaar voor de grote toeloop van de Joden. De totale capaciteit van de gaskamers annex crematoria lag op ongeveer 4 756 lijken per dag.[17]
In de loop van 1943 nam het aantal transporten toe en bij vrijwel elk transport werden selecties toegepast. Ongeveer tien tot dertig procent kon door dwangarbeid de gaskamers ontlopen.[18] De transporten waren afkomstig uit alle door de nazi's bezette landen. In 1943 brachten de nazi's ongeveer 300 000 mensen om het leven in Auschwit II.[1] De meesten werden direct na aankomst vergast, maar er vielen ook veel doden door de slechte omstandigheden waarin de gevangenen moesten leven.
In 1944 werd de vernietigingsproces nog breder uitgevoerd. Hoewel het gebied dat de nazi's bestreken steeds kleiner werd, bleven de nazi's de Untermenschen naar Auschwitz deporteren. Het dodenaantal in 1944 bedroeg bijna 660 000, waarvan 438 000 tijdens Aktion Höss.[18]
Massamoord op de Hongaarse Joden
Hongarije was tot 1944 een trouwe bondgenoot van de Duitsers. Toen de Duitsers aan het oostfront flink terrein begon te verliezen, zocht Horthy, staatshoofd van Hongarije, contact met de geallieerden. Hitler werd hiervan op de hoogte gesteld en was daar niet van gediend. Hij liet de Wehrmacht op 19 maart 1944 het land binnenvallen en zetten er zijn eigen regering op; Horthy bleef wel staatshoofd.[19] In Hongarije waren de Joden wel vervolgd, maar nooit uitgeleverd aan de Duitsers. Met de nieuwe regering kwam hier verandering in. Zij dreven de Joden samen in getto's en doorvoerkampen. Met de aanwezigheid van 760 000 Joden in het land was er nog een boel werk te verzetten voor de Duitsers.[20]
Deze grootschalige operatie vergde wel een goede leiding en daarom werd Rudolf Höss op 8 mei 1944 weer aangesteld als kampcommandant.[19] De operatie werd eveneens naar hem genoemd, Aktion Höss. Höss begon direct met een voorbereiding van het kamp. De crematoria werden opgeknapt en verbeterd, zodat ze de grote vraag aankonden. Achter de crematoria werden diepe putten gegraven en het Sonderkommando werd flink uitgebreid.
Auschwitz was het aangewezen kamp voor deze operatie. Op 29 en 30 april vertrokken de eerste twee transporten richting Auschwitz. Ongeveer 3 800 mensen werden in deze twee treinen vervoerd. Vanaf 15 mei begonnen de grootschalige deportaties. Twee weken lang waren er geen Joden vanuit Hongarije aangekomen, maar vanaf dat moment vertrokken elke dag ongeveer 12 000 Hongaarse Joden naar Auschwitz. Ze werden bij aankomst direct naar de gaskamers gestuurd. Tot 9 juli 1944 werden er 437 402 in 151 treinen naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord.[21][22]
De Joden moesten een treinreis van vier dagen afleggen, alvorens ze in Auschwitz aankwamen. De veewagons waren overvol en velen kwamen al om het leven door gebrek aan eten, drinken of voldoende zuurstof. Het aantal gedeporteerden bleek zo hoog te liggen dat de crematoria het grote aantal lijken niet konden verwerken. De lijken werden in de eerder gegraven putten achter de crematoria opgestapeld en verbrand.
Horthy, onder druk staand van neutrale landen en de geallieerden, liet de deportaties van de Joden verbieden. Men had gedreigd Horthy persoonlijk verantwoordelijk te houden voor alle deportaties uit Hongarije. De deportaties werden stilgelegd, mede omdat de Duitsers hun energie nu volledig op de oorlogsvoering moesten richten.
Op 14 juli probeerde Adolf Eichmann een transport met 1 500 Joden naar Auschwitz te krijgen, maar Horthy gaf het bevel te stoppen voordat de trein de grens passeerde. Op 19 juli deed Eichmann opnieuw een poging en ditmaal slaagde hij in zijn opzet.[22] De 1 500 Joden werden naar Auschwitz gebracht en vergast.
Op 13 augustus arriveerde een klein transport van 131 Joden Auschwitz en op 18 augustus arriveerde eveneens een klein transport Auschwitz.[22] Dit laatste transport omvatte 152 Joden en was tevens het allerlaatste transport vanuit Hongarije. Hiermee kwam een einde aan Aktion Höss. Meer dan de helft van alle Hongaarse Joden was gedeporteerd en het grootste deel daarvan vermoord in Auschwitz.
Massamoord op de zigeuners
Op 16 december 1942 gaf Heinrich Himmler het bevel om alle Roma en Sinti (zigeuners) naar een concentratiekamp te deporteren. Op 29 januari 1943 maakte het Reichssicherheitshauptamt bekend dat Auschwitz de eindbestemming moest zijn voor deze bevolkingsgroep. Na het geven van dit bevel werd er een zogenaamd Zigeunerlager gebouwd dat zich bevond in Auschwitz II, sector BIIe.[23]
De deportaties van de Sinti en Roma begon in februari 1943 en ging door tot juli 1944. De zigeuners kwamen aanvankelijk uit Duitsland, Oostenrijk, Polen en delen van Tsjechië (voornamelijk Moravië). Kleinere groepen waren afkomstig uit Nederland, België, Frankrijk, Joegoslavië, Litouwen, Hongarije en de Sovjet-Unie.
Er werden in totaal ongeveer 23 000 zigeuners naar Auschwitz gedeporteerd. Ongeveer 21 000 waren geregistreerd in het kamp, terwijl 1 700 Poolse zigeuners direct na aankomst werden vergast.[23] Van de 23 000 gedeporteerde Sinti en Roma stierven er in totaal 20 000.[23]
Aangezien ze werden behandeld als a-sociale gevangenen, moesten ze een zwarte driehoek dragen als merkteken. Een serie kampnummers werd aan ze gegeven. Deze begonnen met een Z, waarna een cijfercombinatie volgde. Het kampnummer werd op de linker onderarm getatoeëerd.[23]
De zigeuners werden niet onderworpen aan de selectieprocessen en de gezinnen bleven intact. Iedereen, op de 1 700 Poolse zigeuners na, werd direct na aankomst in barakken gehuisvest. Aangezien sector BIIe nog altijd in aanbouw was, werden sommige mannen gedwongen om te helpen met de bouw van deze sector. Anderen kregen diverse klusjes in het kamp toebedeeld. Een aanzienlijk deel van de gevangenen had echter geen regelmatige werktijden en waren vaak vrijgesteld van arbeid.[23]
Onvoldoende voedsel en een overbevolking van de Zigeunerlager zorgden voor een dramatische hygiëne in het kamp. Dit leidde regelmatig tot epedimiën, voornamelijk tyfus en diarree. Dit leidde tot een hoog sterftecijfer onder de zigeuners.
De groep van 1 700 Poolse zigeuners arriveerde op 23 maart 1943 vanuit Białystok. Bij de groep werden symptomen van tyfus geconstateerd en omdat men bang was voor een uitbraak in het kamp besloot men deze groep te vergassen.[23] Een groep Sinti en Roma die op 12 mei 1943 eveneens uit Białystok, werd wel na aankomst gehuisvest in de barakken. Toen de dreiging van een tyfus-uitbraak steeds groter werden ongeveer duizend zigeuners, afkomstig uit Oostenrijk of van het eerder genoemde transport uit Białystok, op 25 mei vergast.[23]
Tijdens het bestaan van de Zigeunerlager werden sommige gevangenen overgeplaatst naar andere kampen in het Derde Rijk om daar dwangarbeid te verrichten. Sommige zigeuners werden vrijgelaten op de voorwaarde dat ze werden gesteriliseerd. Er was nog een andere reden waardoor men aan Auschwitz kon ontsnappen. Sommige zigeuners werden vrijgelaten omdat ze in het Duitse leger hadden gediend of een militaire onderscheiding hadden gekregen. Dit moest dan wel samengaan met een zogenaamd gemengd huwelijk. De meest voorkomende reden tot vrijlating was echter de tussenkomst van niet-zigeuners.[23]
De Zigeunerlager in Auschwitz II bestond tot 2 augustus 1944. Op die dag werden de ongeveer drieduizend nog levende zigeuners in vrachtauto's gestopt en naar de gaskamers gereden en aldaar vergast.[23] De gevangenen kwamen nog wel in opstand, maar de SS hield met harde hand controle over de groep.
Met de vergassing van de laatste groep zigeuners kwam een einde aan het bestaan van de Sinti en Roma in Auschwitz. Van de 23 000 gedeporteerden stierven er ruim 20 000. De overlevenden waren meestal overgeplaatst naar andere kampen of vrijgelaten.[23]
Selecties
De meeste slachtoffers kwamen in Auschwitz-Birkenau aan met de trein en hadden vaak een dagenlange treinreis in veewagons achter de rug. Eenmaal in het kamp aangekomen, moesten de Joden de treinen verlaten en alles wat ze bij zich hadden achterlaten. Hierna volgde direct een selectie die werd uitgevoerd door SS'ers samen met de kampartsen. De "sterken", werden van de "zwakken" (kinderen, bejaarden, zwangere vrouwen, gehandicapten) gescheiden. De zwakken werden naar de gaskamers gestuurd, terwijl de sterken naar het nabijgelegen concentratiekamp gestuurd werden om er te werken. Er werd geslecteerd op basis van fysieke criteria, vakmanschap en het aantal werkkrachten dat men in Auschwitz kon gebruiken.[24] Indien de Duitsers geen werkkrachten nodig hadden, kwam het voor dat van sommige transporten alle mensen werden vergast. De gevangenen die de selectie overleefden, brachten enige tijd door in een quarantaineafdeling, en werkten daarna in het kamp zelf, of de aan het kamp grenzende industrieterreinen. In Auschwitz zelf werd de term "selectie" nooit door de Duitsers gebruikt.
Auschwitz III - Monowitz
Op zeven kilometer van Auschwitz stond een grote fabriek ('Buna-Werke') van het Duitse chemieconcern IG Farben die was gebouwd door dwangarbeiders uit Auschwitz. Hier zou synthetisch rubber worden geproduceerd, maar gedurende de oorlog kwam het hier niet van, want de aanvangsdatum voor de eerste productiefase moest keer op keer moest worden uitgesteld doordat de geallieerden onderdelen van de fabriek bombardeerden. Tegenwoordig is de fabriek wel in gebruik. Bij deze fabriek verrees het werkkamp Monowitz, ook wel Auschwitz III genoemd. In totaal waren er in de nabijheid van dit hoofdkamp veertig kampen waar gevangenen dwangarbeid moesten verrichten in de wapenindustrie, landbouw en de bouw. Sinds de administratieve herindeling van Auschwitz in november 1942 viel het bestuur van alle subkampen onder Monowitz.[25]
Geallieerde kennis van het kamp
Dankzij de Poolse verzetsman Witold Pilecki wisten de geallieerden al in 1941 wat er gaande was in Auschwitz, door informatie die via het Poolse verzet het kamp uit werd gesmokkeld. Nadat Pilecki in 1943 ontsnapte stuurde hij een gedetailleerd rapport naar de geallieerden over de massamoord die zich aan het voltrekken was in Auschwitz. Het rapport werd in geallieerde kringen met ongeloof ontvangen. Daarnaast bezaten de geallieerden sinds 31 mei 1944 gedetailleerde luchtopnames van alle kampen. In de lente van 1944 wilden de Duitsers onderhandelen met de geallieerden, ze boden aan 1 miljoen Joden te ruilen voor 10 000 vrachtwagens. Een Hongaarse Jood moest de onderhandelingen leiden, waarmee hij verantwoordelijk werd gemaakt voor het leven van 1 miljoen mensen. De geallieerden gingen echter niet op het aanbod van de nazi's in omdat ze zich niet wilden laten chanteren.
Uit verslagen gemaakt rond die tijd blijkt dat de geallieerden ook niet over de middelen beschikten om 1 miljoen Joden op te vangen en van voedsel en medische verzorging te voorzien. Na het mislukken van de onderhandelingen werden de Hongaarse Joden afgevoerd naar Auschwitz. Twee ontsnapte gevangenen (Rudolph Vrba en Alfred Wetzler) hadden beschrijvingen en kampkaarten gemaakt die de geallieerden in de zomer van 1944 bereikten, waarmee wederom niets werd gedaan. Los hiervan voerden op 13 september 1944 Amerikaanse bommenwerpers een aanval uit op de fabrieken rondom de kampen en richtten aanzienlijke schade aan. De kampen bleven tot aan het einde van de oorlog intact. Een mogelijke reden achter het uitblijven van militaire actie tegen de kampen was mogelijk de zeer grote kans op burgerslachtoffers, de enige militaire mogelijkheid was namelijk een bombardement vanuit de lucht.
Vluchtpogingen en verzet
Verzet en opstand
Ondanks het gevaar dat het met zich meebracht, waren er verzetsgroepen in de kampen van Auschwitz. Het verzet had te kampen met extra grote moeilijkheden. Zo was er steeds verraad van niet-Joodse mede-gevangenen. Velen van hen hoopten op deze manier de dood te ontspringen en wilden niets riskeren. Vaak traden deze verraders op als handlangers van de SS en namen ze de voor het verzet belangrijke functies waar.[26] Nieuwe leden werden meestal niet toegelaten tot het verzet. Hoe kleiner de groep, des te minder kans op verraad. Bovendien waren de meeste nieuwelingen te 'traag' vanwege de nieuwe situatie waarin ze terecht gekomen waren. De Russische krijsgevangenen waren gedecimeerd tot een kleine groep, waarvan dus ook al weinig steun uit kon gaan. De groep politieke gevangenen in het kamp had te kampen met politieke tegenstellingen en nationaliteit, hetgeen achterdocht ten opzichte van elkaar in de hand werkte.[26] Naast deze factoren was het voor het verzet lastig om te communiceren naar de andere kampen, doordat deze enkele kilometers van elkaar af lagen. Hierdoor was in wezen elk kamp op zichzelf aangewezen.
In Auschwitz II kwam het wel tot een georganiseerde opstand. De opstand zou worden begonnen door het Sonderkommando. De leden van het Sonderkommando vormden de werkkrachten in de verschillende crematoria. Ze waren gescheiden van andere gevangenen en daardoor slechts met de allergrootste risico's te benaderen. Hun taak was het verbranden van de lijken. Delen van het Sonderkommando werden regelmatig vervangen; de afgelosten werden buiten het concentratiekamp doodgeschoten.
De taak die het verzet zich moest stellen voor verschillende kampen was bovendien niet gelijk. Voor Auschwitz II, waar de vergassingen plaatsvonden, was het doel gericht op het ontregelen van het uitroeiingsapparaat door zoveel mogelijk onderdelen te vernietigingen.[26] Het verzet in Auschwitz I en Auschwitz III was er vooral op gericht om bij nadering van het front te voorkomen dat de SS'ers de gevangenen zouden liquideren.[26]
Het verzet in Auschwitz II had dus tot doel om het uitroeiingsapparaat te vernietigen. Het verzet in dit vernietigingskamp kon maar door één bepaalde groep met succes worden uitgevoerd, het Sonderkommando. In Auschwitz II ging men ervan uit dat de ontregeling van de uitroeiing op twee manieren kon worden bereikt:
- Het waarschuwen van de nog niet getransporteerde Joden en het inlichten van de paus en geallieerden over wat er plaatsvond in Auschwitz.[27]
- Het vernietigen van vitale functies van Auschwitz II. Dit kon door drie manieren:[27]
- Een massale aanval van strijdtroepen van de Poolse ondergrondse op Auschwitz II met als uiteindelijk doel de crematoria en gaskamers te vernietigen.
- Een vernietigend bombardement van de Geallieerden, waarbij alle gevangenen in Auschwitz II om het leven zouden komen.
- De crematoria en gaskamers met eigen middelen vernietigen.
Er was contact gelegd met de ondergrondse in Polen, maar deze was niet bereid tot een aanval over te gaan, zolang de geallieerde legers niet in de buurt waren. Bovendien zou een aanval leiden tot de vernietiging van dat deel van de ondergrondse. Deze mogelijkheid werd dan ook snel aan de kant geschoven, waardoor de aandacht werd gevestigd op een geallieerd bombardement. Deze optie leek de enige reële te zijn. Het verzet was ervan overtuigd dat de geallieerden direct zouden reageren als ze wisten wat zich afspeelde in Auschwitz.[27] Echter, tegelijkertijd realiseerde het verzet zich dat het voor de buitenwereld onvoorstelbaar was op welke schaal mensen werden vermoord. Er waren al vanuit Auschwitz berichten naar Krakau gesmokkeld. Vanuit de Poolse stad werden de berichten doorgezonden naar Londen, waarmee de geallieerden dus op de hoogte werden gesteld van de misdaden.[27] In diverse geallieerde radiouitzendingen, gericht op Duitsland en Polen, dus ook Auschwitz, werden namen, geboortedata en woonplaatsen van diverse SS'ers in kampen genoemd.[27] De geallieerde actie liet de SS'ers koud en ze gingen ook gewoon door met hun opdrachten. De verzetsorganisatie vond dit onvoldoende en daarom moesten de getuigen (ontsnapte gevangenen) met onweerlegbare bewijsstukken in de hand verslag uitbrengen aan de Paus. Via de Paus zou een verzoek aan de geallieerden worden gedaan om Auschwitz II met de grond gelijk te maken. Dat hierbij ook de gevangenen in het kamp omkwamen, nam het verzet voor lief. Belangrijker was het voorkomen van de honderdduizenden Joden die naar het vernietigingskamp werden gedeporteerd de dood vonden.[27]
In Hongarije waren ondertussen veel Joden ondergedoken en op de vlucht geslagen nadat bekend was geworden dat de Duitsers grootschalige deportaties voorbereidden. Toch wisten de Duitsers veel Joden op te pakken en af te voeren naar Auschwitz. Toen de Hongaarse transporten aankwamen in Auschwitz, was het de verzetsorganisatie in het kamp duidelijk geworden dat een totale vernietiging van het kamp uitbleef. Hierdoor bleef alleen de optie om het kamp zélf te vernietigen over. De bedoeling was om de gaskamers en crematoria op te blazen met explosieven. Alleen de leden van het Sonderkommando waren in staat om dit uit te voeren. Een op zichzelf staande actie zou weinig uithalen, daarom werd gepleit voor een totale opstand tegen de SS. Probleem was dat de kampbevolking niet van te voren kon worden ingelicht en dus door middel van een shock tot actie moest worden gedwongen.[27] Plan was om 's nachts de barakken met gevangenen in brand te steken, waardoor iedereen gedwongen was om in beweging te komen. Doordat het donker was kreeg de SS geen goed overzicht van de situatie. Ondertussen moesten de onder stroom staande hekken worden doorgeknipt en de wachttorens worden omgeduwd, waardoor de zoeklichten uitvielen en wapens in handen van de gevangenen zou komen. Echter, eerst zou men aan explosieven moeten komen. In de munitiefabriek in Auschwitz III werkte een commando van het vrouwenkamp uit Auschwitz II. Het verzet wist enkele medewerksters uit het commando zover te krijgen dat ze regelmatig kleine hoeveelheden springstof meesmokkelden naar het vrouwenkamp. Van daaruit werden ze door mannelijke gevangenen die technische werkzaamheden in het vrouwenkamp moesten verrichten, naar de diverse crematoria gebracht.[27]
Laatste belangrijk punt was de medewerking van het Sonderkommando. Het Sonderkommando bleek na lang praten bereid tot een opstand. Nu moest alleen nog het tijdstip worden bepaald. Plotseling kwam er slecht nieuws. Op 5 oktober werd bekend dat er in Auschwitz I ook kleine gaskamers voor gebruik gereed waren. De bedoeling was niet te achterhalen, maar het Sonderkommando had een vermoeden dat de SS een liquidatie voorbereidde voor een deel van het commando. Het aantal leden van het Sonderkommando was opgelopen tot ongeveer 9 000 personen en de SS vond dit aantal veel te hoog. Op dat moment was het verzet in Auschwitz II nog niet klaar voor de opstand. Op 7 oktober kreeg het Sonderkommando van crematorium 4 te horen dat ze zich ogenblikkelijk voor transport moesten klaarmaken.[28] Eén dag eerder had men afgesproken dat als zich deze situatie zou voordoen, het verzet tot actie zou overgaan, ongeacht het tijdstip.[27]
Toen de Blockführer die morgen het bevel tot aantreden gaf, werd hij direct neergeschoten. Het SS-Begleitkommando dat zich buiten crematorium 4 bevond, werd onthaald op schoten vanuit het crematorium. De opstandelingen zaten als ratten in de val, want de SS'ers buiten waren stukken beter bewapend. Snel brachten ze de springstof aan, ontstaken deze en staken brand in het crematorium. Het crematorium, mét de opstandelingen erin, werd onherstelbaar beschadigd. Tegelijkertijd kwamen de Sonderkommandos van crematorium 1 en 2 in opstand. Ze plaatsten explosieven, knipten de draden van de onder stroom staande hekken door en namen de benen. De explosieven in de twee crematoria ontploften echter niet, waardoor deze crematoria onbeschadigd bleven. Het Sonderkommando in crematorium 3 zag geen heil in verzet op klaarlichte dag en hield zich rustig.[27]
De opstand vond op een zeer ongelegen moment plaats, omdat de arbeidscommando's allen waren uitgerukt en niets meekregen van de situatie in het kamp. Bovendien hadden de gevangenen die zich in het kamp bevonden geen schijn van kans om te ontsnappen op klaarlichte dag. De SS had de situatie snel onder controle en de gevangenen die trachtten te ontsnappen werden allen geëxecuteerd.
Het doel van de opstand was maar voor een klein deel bereikt. Er werd slechts één crematorium vernietigd. Het was de SS al snel duidelijk dat het vrouwencommando in de opstand betrokken moest zijn. De munitiedraagsters werden opgespoord en gemarteld. Alles wat de SS te weten kwam, was dat de munitie was afgeleverd aan personen die reeds dood waren. De vrouwen gaven niets toe en werden allen geëxecuteerd, maar redden daarmee veel leden van het verzet. De doden waren vrijwel alleen maar Joden.[27]
Individuele ontsnappingen
Ongeveer zevenhonderd gevangenen probeerden tijdens hun gevangenschap in Auschwitz te ontsnappen. Ongeveer driehonderd hiervan hadden succes. Voor mislukte ontsnappingspogingen stond vaak uithongering als straf. Na een succesvolle ontsnappingspoging werd eventuele familie van die persoon opgepakt en naar Auschwitz gezonden. Bovendien werden tien willekeurige personen uitgehongerd tot ze dood neervielen.[29]
Op 7 april ontsnapten de Tsjechische Joden Rudolf Vrba en Alfred Wetzler uit Auschwitz II.[27] Ze raakten tot in Slowakije, waar ze in contact kwamen met de Joodse gemeenschap. Beide mannen deden afzonderlijk hun verhaal en werden aan een streng kruisverhoor onderworpen. Aanvankelijk geloofde men de twee personen niet, maar hun opgaven bleken precies te kloppen met de gegevens omtrent de transporten waarover men in Tsjecho-Slowakije beschikte. Toen dit bekend was, werd er zo snel mogelijk een bericht verzonden naar Hongarije, om daar de ongeveer één miljoen Joden te waarschuwen. Enige dagen later vond een onderhoud plaats tussen de twee ontsnapte gevangenen en de pauselijke nuntius in Tsjecho-Slowakije. Deze was diep geschokt en zou er persoonlijk voor zorgen dat via het Vaticaan de westerse regering op de hoogte werd gesteld. De geallieerden waren al langer op de hoogte van de activiteiten in Auschwitz, maar hebben geen rechtstreekse pogingen ondernomen om de massamoord te stoppen. De verslagen van de twee ontsnapte gevangenen bracht daar geen enkele verandering in.
In juni 1944 probeerde Mala Zimetbaum samen met Edek Galinski te ontsnappen. Ze wilde tevens deportatielijsten het kamp uit smokkelen, waarvan ze een kopie had omdat ze op het kantoor van de Lagerleitung werkte als vertaalster. Op 6 juli werden beiden gearresteerd nabij de Slowaakse grens. Ze werden allebei ter dood veroordeeld; Galinski pleegde nog zelfmoord voor de executie, en Zimetbaum stierf na een mislukte zelfmoordpoging alsnog door marteling van SS'ers.
Medische experimenten
Net als in andere kampen werden ook in Auschwitz experimenten op gevangenen uitgevoerd. De artsen in Auschwitz werden berucht vanwege hun medische experimenten.
Josef Mengele was de beruchtste SS-arts. Hij voerde experimenten uit met tweelingen, omdat hij inzicht wilde krijgen in de rol van de genetische aanleg in de ontwikkeling en het gedrag van de mensen. De gekozen tweelingen werden altijd tot in details met elkaar vergeleken. Zo werd er dagelijks bloed afgenomen voor onderzoek. Nadat het bloed was onderzocht en bewerkt, werd dit vanuit het laboratorium in Berlijn teruggestuurd naar Auschwitz, waar het bloed van de ene bij de andere tweeling werd ingespoten.[30] Dit leidde vaak tot koorts en andere ziekteverschijnselen. Tevens werden de tweelingen gebruikt om te onderzoeken of de kleur van de ogen kon worden veranderd. Mengele injecteerde een kleurstof rechtstreeks in de ogen, waarna vaak blindheid optrad.[31][32] Bij jonge tweelingen werden vaak zonder verdoving ledematen en/of organen verwijderd.[30] Andere, vaak iets oudere, tweelingen kregen een injectie met diverse bacteriën van allerlei ziekten erin. Mengele kon hierna vaststellen hoe lang het zou duren voordat ze overleden.[30] Dat de tweelingen de experimenten niet overleefden was geen ramp, aangezien er voldoende nieuwe tweelingen in het kamp waren. Bovendien kon hij autopsie uitvoeren op tegelijkertijd overleden tweelingen. Daarnaast testte Mengele via elektrocutie hoe hoog de stroomsterkte maximaal mocht zijn zonder dat een mens eraan sterft. Zijn bevindingen vormen nog steeds de basis voor de fabricage van aardlekschakelaars[33].
Naast de experimenten van Josef Mengele werd er ook door andere arsten geëxperimenteerd. SS-arts Wirths deed bijvoorbeeld onderzoek naar het functioneren van de baarmoederhals. De gynaecologen Carl Clauberg en Horst Schumann deden onderzoek naar de sterilisatie van vrouwen, omdat het werd gezien als een mogelijke oplossing voor het "Jodenprobleem".[34] Er werd onder andere getest met diverse chemicaliën die werden geïnjecteerd. Ook werden de vrouwen blootgesteld aan een grote hoeveelheid röntgenstraling. De vrouwen zouden hierdoor onvruchtbaar worden, terwijl ze geen werkkracht verloren. Patiënten in het kampziekenhuis die niet snel genoeg gezond werden verklaard, werden vermoord door de nazi's met een fenolinjectie direct in het hart.
SS-garnizoen
In de loop der jaren werd het SS-garnizoen in Auschwitz gestaag uitgebreid. In 1941 waren er zevenhonderd SS'ers in het kamp, in juni 1942 was dat aantal opgelopen tot tweeduizend.[35] In april 1944 beschikte de SS over ruim drieduizend SS'ers en in augustus van dat jaar was het aantal opgelopen tot 3 300 mannen en vrouwen.[35] De piek werd midden januari 1945 bereikt. Terwijl de evacuatie van het kamp in volle gang was, waren er 4 480 mannelijke en 71 vrouwelijke SS'ers in het kamp.[35] Gedurende het bestaan van het kamp deden er in totaal 7 000 tot 7 200 verschillende SS'ers dienst.
Opleiding
Gegevens over 1 209 SS'ers wijst uit dat deze mensen nauwelijks een opleiding hadden genoten.[35] Zeventig procent van hen had slechts basisonderwijs genoten, 21,5 procent middelbaar onderwijs en slechts 5,5 procent had hoger onderwijs gevolgd. Van deze laatste groep was het merendeel arts of architect.
Nationaliteiten
De meerderheid van het SS-garnizoen bestond uit Duitsers met een Duitse nationaliteit (Reichsdeutscher). Er was eveneens een grote groep Duitsers zonder Duitse nationaliteit (Volksdeutscher). Deze waren meestal afkomstig uit de landen als Tsjechië, Roemenië, Slowakije en Hongarije. Deze groep werd met de jaren relatief gezien steeds groter, maar nam in 1944 af toen oude Wehrmacht- en Luftwaffesoldaten werden gestationeerd in Auschwitz.[35]
Vrouwen
Sinds 1942 werden ook vrouwen gestationeerd in Auschwitz. Het pas opgerichte vrouwenkamp lag hieraan ten grondslag, maar ook een tekort aan personeel was een belangrijke reden. De vrouwen behoorden officieel niet tot de SS, die een volledig mannelijke organisatie was. De vrouwen moesten een contract tekenen, waardoor ze werden gerekend tot de leden van de SS-Gefolge.[35] Ze stonden echter net als de mannelijke SS'ers onder leiding van de kampcommandant. Ze deden vooral dienst als opzichters (Aufseherinnen) in het vrouwenkamp. Later werden de vrouwen ook ingezet tussen de mannen.[35]
Naast het fungeren als opzichter, waren er ook vrouwen die dienst deden bij de communicatie-afdeling van het kamp.[35] Zij werden gezien als SS-Helferinnen. Deze groep was relatief gezien vrij klein. Daarnaast werkten er nog vrouwen bij het Duitse Rode Kruis dat dienst deed in Auschwitz.[35]
Commandanten
Net als de andere kampen beschikte ook Auschwitz over een kampcommandant. De eerste commandant was SS-Obersturmbannführer Rudolf Höss (mei 1940 - november 1943).[36] Hij werd opgevolgd door SS-Obersturmbannführer Arthur Liebehenschel (november 1943 - mei 1944), die op zijn beurt weer werd opgevolgd door SS-Sturmbannführer Richard Baer (mei 1944 - januari 1945).[36] Höss kreeg tijdens Aktion Höss (mei 1944 - juli 1944) tijdelijk een groot deel van het kamp opnieuw onder zijn hoede.
Na de eerste reorganisatie kregen Auschwitz II en Auschwitz III een eigen kampcommandant.[36] Auschwitz II werd vanaf november 1943 geleid door SS-Sturmbannführer Friedrich Hartjenstein, die in november 1944 werd opgevolgd door SS-Hauptsturmführer Josef Kramer.[36] Auschwitz III kwam vanaf 1943 onder leiding te staan van SS-Hauptsturmführer Heinrich Schwarz,[36] die deze functie behield tot het einde van het kamp.
De kampcommandant had de complete leiding over het kamp en het daarbij behorende SS garnizoen. Hij moest op zijn beurt verantwoording aflegger van de Inspectiedienst van de Concentratiekampen.[36] Nadat deze instantie op 3 maart 1942 onderdeel werd van de Wirtschaftsverwaltungshauptamat (SS-WVHA), kwam Auschwitz onder het bevel van Amtsgruppe D van het SS-WVHA.[36]
Organisatiestructuur
De organisatie van Auschwitz bestond uit zeven afdelingen (kampcommandant, politieke afdeling, kampadministratie, dwangarbeid, economische administratie, medische afdeling en de SS-eenheid welzijn en opleiding).[37] Daarnaast waren er nog enkele administratieve eenheden die verantwoordelijk waren voor zaken zoals de bouw, hygiëne, voedsel en uitrusting.[37] Al deze afdelingen hadden eigen verantwoordelijkheden, maar de politieke afdeling was bij uitstek de belangrijkste.
Kampdirecteuren
De kampcommandant was de hoogste bevelhebber van het kamp. De SS-Schutzhaftlagerführer (kampdirecteur) was de tweede man in de hiërarchie.[38] Hij was verantwoordelijk voor de aansturing van de Rapportführer (verantwoordelijk voor de geschreven rapporten), de Blockführer (verantwoordelijk voor de zaken per gevangenenblok) en de Kommandoführer (verantwoordelijk voor de dwangarbeid).[38]
Met de uitbreiding van Auschwitz werd ook het aantal posten van directeur uitgebreid. Alle sectoren in Auschwitz II werden bestuurd door een directeur.[38] In Auschwitz III en al haar subkampen werden ook directeuren neergezet die verantwoordelijk waren voor de dagelijkse gang van zaken in het kamp.[38]
Politieke afdeling
De politieke afdeling (Afdeling II) was de leidende afdeling in het vernietigingsproces.[37] De ambtenaren in de polieke afdeling waren afkomstig van de Gestapo en de Kriminalpolizei. De politieke afdeling moest haar bevindingen rapporteren aan zowel de kampcommandant als het Reichssicherheitshauptamt. De politieke afdeling werd aanvankelijk geleid door SS-Untersturmführer Maximilian Grabner en later door SS-Untersturmführer Hans Schurz.[37]
De politieke afdeling had veel inspraak op het vrijlaten van gevangenen, het bijhouden van persoonlijke dossiers en het beheer van de crematoria.[37] Bovendien was ze verantwoordelijk voor de omgang van de SS'ers met de gevangenen en het verzet in het kamp.[37] Daarnaast was de afdeling belast met de aansturing van het vernietigingsproces.[37] Al deze aspecten zorgden ervoor dat de politieke afdeling de belangrijkste afdeling in Auschwitz was.
Omgang met gevangenen
Op 1 oktober 1933 gaf Theodor Eicke instructies over de omgang van de SS'ers met de gevangenen. Eicke liet weten dat de gevangenen als vijanden van het Derde Rijk moesten worden gezien en daarom ruw aangepakt moesten.[38] De SS'ers mochten niet op een menselijke manier met de gevangenen omgaan, want dit werd gezien als een zacht karakter of zelfs een gebrek daaraan.[38]
Deze omgang van gevangenen gold in ieder concentratiekamp, dus ook Auschwitz. Vele jaren van indoctrinatie zorgden er uiteindelijk voor dat de SS'ers in staat waren om op onmenselijke en respectloze manier om te gaan met de gevangenen.[38]
Nadering frontlinie
Toen het Rode Leger in juli 1944 de lijn Wisła-Wisłoka bereikte, op minder dan tweehonderd kilometer van Auschwitz, overwoog de Duitse leiding twee opties. De eerste optie was om het kamp op te heffen bij aanhoudende successen van het Rode Leger.[39] De tweede optie was het kamp zo lang mogelijk open houden in de hoop dat het tij zou keren.[39] De Duitsers namen tegen het einde van 1944 maatregelen voor een eventuele sluiting van het kamp. De essentiële functies bleven wel intact.
De nazi's wisten dat het moment dat de geallieerde legers voor de poorten van de kampen zouden staan nabij was. In het voorjaar van 1944 had Himmler het bevel gegeven tot de A-Fall, hetgeen inhield dat zodra de geallieerde legers het kamp in zicht hadden, de beslissingsbevoegdheid overging op de kampleiding, die alles in het werk moest stellen om zoveel mogelijk bewijs te vernietigen.
De nazi's stopten in november 1944 met de vernietiging van de Joden.[40] De meeste Joden die in het Sonderkommando (gevangenen die in de crematoria en gaskamers werkten) zaten werden door de SS geëxecuteerd omdat ze als getuigen werden gezien.[40] Veel van hen waren al op 7 oktober vermoord, nadat een opstand door het Sonderkommando was mislukt. Toch bleven enkele leden van het Sonderkommando leven tot de uiteindelijke sluiting van het kamp.[40]
Crematorium IV werd nadat het tijdens de opstand beschadigd was buiten gebruik gesteld. In november en december plaatsten de Duitsers explosieven bij de andere crematoria om deze indien nodig op te kunnen blazen.[40] De gaskamers werden onklaar gemaakt en ook de crematoria II en III werden technisch buiten werking gesteld. Crematorium V en de bijbehorende gaskamer bleven tot de sluiting van het kamp in werking.[40]
Eind 1944 werden werden ook de putten met lijken en as geruimd. Tevens werden niet-noodzakelijke documenten en lijsten over de gevangenen en massamoord vernietigd. In diezelfde periode werden zoveel mogelijk materialen, variërend van hout en bakstenen tot gestolen sieraden van de gevangenen uit het kamp verwijderd.[40]
Evacuatie
De nazi's wilden om hun hachje te redden al het mogelijke bewijs van de massamoord vernietigen. Onderdeel hiervan was de evacuatie van de gevangenen in de vernietigingskampen.
De evacuatie van Auschwitz kwam in het tweede deel van 1944 op gang. Via zogenaamde dodenmarsen werden gevangenen lopend getransporteerd naar concentratiekampen dieper in het Derde Rijk. De nazi's waren bang dat ze na de bevrijding als getuigen zouden kunnen fungeren. Zaten in augustus 1944 nog ruim 130 000 mensen in Auschwitz gevangenen, aan het einde van datzelfde jaar was meer dan de helft vertrokken. Leden van het Sonderkommando werden in het kamp zelf doodgeschoten, omdat zij de voornaaste getuigen waren van de vergassingen.
Tijdens de dodenmarsen kwamen grote aantallen mensen om het leven. De bekendste dodenmars vond plaats in januari 1945, toen de Sovjettroepen de grens met Polen waren overgestoken. Negen dagen voordat de Sovjets in Auschwitz aankwamen, begeleide de SS 60 000 gevangenen uit het kamp. Ze moesten naar Loslau, bijna zestig kilometer verderop, lopen. Tijdens de mars naar Loslau kwamen meer dan 15 000 mensen om het leven; velen door de kou (het vroor twintig graden Celsius), anderen werden doodgeschoten door de SS.[41] Aangekomen in Loslau werden ze in goederenwagons gezet en overgebracht naar kampen dieper in het Derde Rijk.
De zwakkeren waren achtergebleven in het kamp. Een kleine negenduizend zieken bleven met enkele SS-eenheden in het kamp. Deze eenheden vermoordden nog enkele honderden van hen, terwijl een paar honderd anderen om het leven kwam door kou en voedselgebrek.
Bevrijding
Terwijl de SS een groot deel van de gevangenen vanuit Auschwitz naar andere kampen leidde, was men druk bezig om de laatste stappen te zetten om de bewijsmaterialen van de misdaden te vernietigen. Op 20 januari 1945 werden de crematoria II en III opgeblazen.[42] Deze twee crematoria waren al in een eerder stadium onklaar gemaakt. Op 23 januari werd Kanada II, het opslagcomplex voor van de gevangenen gestolen goederen vernietigd.[42] Crematorium V werd op 26 januari opgeblazen.[42]
De bijna negenduizend gevangenen die nog in Auschwitz aanwezig waren, bevonden zich in uitermate slechte omstandigheden. De meesten waren ziek of uitgeput en hadden bovendien een tekort aan voedsel en nauwelijks beschutting tegen de kou. De SS had de intentie om alle nog overgebleven gevangenen te elimineren, maar had daarvoor te weinig tijd. Ongeveer zevenhonderd gevangenen werden vermoord door de SS, alvorens de Sovjettroepen arriveerden.[43]
Het overgrote deel van de SS'ers verliet het kamp op 20 en 21 januari.[43] Er bleven enkele kleine eenheden achter in het kamp om de gevangenen in bedwang te houden en te elimineren. Troepen van de Wehrmacht passeerden het kamp en plunderden de opslagplaatsen die nog niet leeg waren. Diverse gevangenen maakten van de verwarde situatie gebruik en ontsnapten uit het kamp.[43]
Rode Leger arriveert in Auschwitz
Op 27 januari 1945 trokken de eerste troepen van het Rode Leger het kamp binnen.[44] Ze vonden ongeveer 7 500 uitgeputte en doodzieken gevangenen.[44] De soldaten werden als bevrijders onthaald door de overgebleven gevangenen. Naast de vele duizenden uitgeputte en zieke achterblijvers vonden ze in de opslagplaatsen meer dan één miljoen tenues en kostuums, 7 000 kilogram vrouwenhaar en duizenden schoenen.[45]
Bij de bevrijding van de stad en de diverse kampen van Auschwitz kwamen 230 Russische soldaten om het leven.[44]
Verzorging gevangenen
Medische eenheden van het Rode Leger gaven de ex-gevangenen in Auschwitz eerste hulp. Twee snel opgezette veldhospitalen werden gebruikt om zorg te bieden voor de gevangenen.[46]
Veel Poolse gevangenen uit de stad en de omgeving van Auschwitz, maar ook uit andere delen van het land, kwamen eveneens hulp bieden.[46] De meesten van hen behoorden tot het Poolse Rode Kruis. Begin februari werd het Poolse Rode Kruis Kampziekenhuis opgericht en meer dan 4 500 ex-gevangenen uit meer dan twintig landen werden geholpen in dit ziekenhuis of in de veldhospitalen van het Rode Leger.[46] De meeste van hen waren bedlegerig. Tussen de gevangenen zaten meer dan vierhonderd kinderen.[46]
Honderden van de vuile, bedlegerige patiënten werden van hun bed gehaald en naar schone ruimtes gebracht. De ex-gevangenen kregen een aangepaste hoeveelheid eten, die langzaam werd opgevoerd tot een normale hoeveelheid. Enkele weken na de bevrijding waren er nog altijd patiënten die het brood onder hun matras verstopten, in de veronderstelling dat het elke dag afgelopen kon zijn met de maaltijden.[46]
Bevrijdde gevangenen die in relatief goede conditie waren, verlieten direct na de bevrijding het kamp. De meeste patiënten in de ziekenhuis verlieten deze plaats na drie à vier maanden.[46]
Het grootste deel van de bevrijdde kinderen verliet Auschwitz in groepen in februari en maart 1945.[47] De meesten gingen naar kindertehuizen of andere instanties. Slechts enkelen werden met hun ouders herenigd.
Slachtoffers
Toen het Rode leger eind 1944 oprukte, werd de omvangrijke administratie door de Duitsers in Auschwitz verbrand. Het staat echter vast dat nergens in de Tweede Wereldoorlog zoveel mensen werden vermoord als in Auschwitz. De schattingen lopen echter uiteen van 800 000[48] tot vijf miljoen.[49] Rudolf Höss liet in de rechtbank weten dat Adolf Eichmann hem had verteld dat er 2,5 miljoen mensen waren vergast en er een half miljoen mensen op natuurlijke wijze om het leven was gekomen.[50] Later liet hij weten dat dit aantal overdreven was en dat ook Auschwitz een limiet had.[51]
Veel onderzoekers (maar niet alle) onderschrijven de schattingen van de Poolse historicus Franciszek Piper. Volgens zijn schattingen werden ongeveer 1,3 miljoen mensen naar Auschwitz gedeporteerd[52][1], onder wie circa 1,1 miljoen Joden, 140 000 Polen, 23 000 zigeuners, 15 000 Russische krijgsgevangenen en ruim 25 000 slachtoffers van andere etniciteiten.[52]
Van de 1,3 miljoen gedeporteerden overleefden ongeveer 1,1 miljoen Auschwitz niet.[2][53][54][55] Onder de slachtoffers bevonden zich ongeveer één miljoen Joden, 70 000 Polen, 21 000 zigeuners, vrijwel alle Russische krijgsgevangenen en ruim 10 000 slachtoffers van andere etniciteiten.[54]
Het aantal overlevenden van Auschwitz wordt geschat op 200 000.[56] Hierbij zijn gevangenen die vanuit Auschwitz naar andere kampen gedeporteerd werden wel meegerekend, ook als die in of op weg naar die kampen om het leven kwamen.
De namen van slachtoffers zijn vaak bekend, doordat die door de Duitsers werden bijgehouden. In Nederland zijn deze gepubliceerd in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting (algemeen) en in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland.
Bekende gevangenen en slachtoffers
- Jean Améry, Oostenrijkse schrijver, overlevende van Auschwitz, Buchenwald en Bergen-Belsen.
- Regine Beer, Antwerpse onderwijzeres die via boeken en spreekbeurten het fascisme blijft bekampen.
- Anne Frank was tussen september en oktober 1944 gevangene in Auschwitz-Birkenau, werd daarna naar Bergen-Belsen gebracht, waar ze aan vlektyfus stierf.
- Paul Halter, een van de eerste gewapende partizanen, voorzitter van de Stichting Auschwitz
- Max Hamburger, psychiater die later in binnen- en buitenland vertelde over zijn ervaringen.
- Moissy Kogan, beeldhouwer die in het kamp werd neergeschoten
- Maximiliaan Kolbe, een Poolse franciscaan, was in Auschwitz I gevangen. In 1941 ging hij vrijwillig de dood in, om een vader te sparen.
- Maurits Koopman, een Nederlandse schrijver, schreef over zijn ervaringen in: 'Gezagvoerder, Levend tussen Auschwitz en de zee', Hij overleefde Auschwitz II Birkenau.
- Hans Krása, Tsjechisch-Duitse componist.
- Rutka Laskier (±1929-1943), Joods meisje dat een dagboek bijhield.
- Primo Levi, Italiaanse schrijver en scheikundige, overleefde Auschwitz III Monowitz en schreef later over zijn ervaringen in o.a. Is dit een mens en Het periodiek systeem.
- Max Moszkowicz sr., een Nederlandse advocaat. Hij overleefde het kamp.
- Shlomo Venezia, Grieks-Italiaanse Jood uit Thessaloniki, werd na zijn deportatie verplicht om als Sonderkommando te werken in Auschwitz. Hij overleefde het en schreef daarover een boek.
- Abraham Icek Tuschinski, een vermaard Joods-Pools-Nederlandse bioscoopexploitant, oprichter van verschillende bioscopen waaronder het Tuschinski Theater in Amsterdam.
- Witold Pilecki, Pools verzetsman, liet zich vrijwillig gevangennemen om het verzet in Auschwitz I te organiseren en inlichtingen te verzamelen, ontsnapt in 1943, na de oorlog door de Poolse communisten geëxecuteerd.
- Fia Polak overleefde Auschwitz-Birkeneau en schreef haar verhaal.
- Charlotte Salomon, Duitse schilderes, op de dag van haar aankomst 10 oktober 1943 vermoord.
- Viktor Ullmann, componist, werd van Theresienstadt naar Auschwitz gebracht en vergast.
- Elie Wiesel overleefde Auschwitz III Monowitz en schreef over zijn ervaringen.
- Gerhard Durlacher, Nederlandse schrijver.
- Otto Frank, vader van Anne Frank, overleefde Auschwitz I.
Berechting
Kampcommandanten
In Auschwitz werkten door de jaren heen ongeveer 8 000 nazi's, 7 000 van hen maakten het einde van de oorlog mee. Een paar honderd voormalige Auschwitz-werkers zijn vervolgd, maar ze zijn lang niet allemaal daadwerkelijk veroordeeld.
Zoals alle concentratiekampen werden de kampen in Auschwitz ook door de SS geleid. De commandanten waren:
- Rudolf Höss (mei 1940 – november 1943)[57]
- Arthur Liebehenschel (november 1943 – mei 1944)[57]
- Richard Baer (mei 1944 – januari 1945)[57]
Het Hoogste Gerechtshof in Warschau veroordeelde Höss op 2 april 1947 tot de dood.[58] Hij werd datzelfde jaar naast het crematorium van Auschwitz I opgehangen. Liebehenschel werd tijdens het eerste Auschwitz-proces veroordeeld tot de dood.[58] Baer dook na de oorlog onder in Hamburg en werd pas in 1960 opgespoord en gearresteerd. Hij overleed drie jaar na zijn arrestatie.
Bergen-Belsen-proces
Al vrij snel na de oorlog werden diverse processen opgestart tegen medewerkers van concentratiekampen. Tijdens het Bergen-Belsen-proces werden de eerste personen die actief waren geweest in Auschwitz berecht.[59] Het proces wordt daarom ook wel als het eerste Auschwitz-proces beschouwd. Daardoor werden er twee verschillende aanklachten gedaan tijdens dit proces. Elf personen werden aangeklaagd voor het begaan van misdaden tegen de menselijkheid in concentratiekamp Auschwitz.[60] Daarnaast werd diezelfde groep voor hetzelfde vergrijp in Bergen-Belsen aangeklaagd.[60] Een aantal anderen werd alleen aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid in Bergen-Belsen.
Eerste Auschwitz-proces
Het eerste Auschwitz-proces vond plaats van 24 november tot 22 december 1947 in Krakau. Vóór aanvang van dit was kampcommandant Rudolf Höss al veroordeeld tot de doodstraf en op 16 april 1947 opgehangen in Auschwitz.
De bekendste veroordeelden waren Arthur Liebehenschel, voormalig commandant, Maria Mandel, hoofd van de vrouwenkampen en SS-doktor Johann Kremer. Achtendertig andere SS-officieren, waaronder vier vrouwen, die als bewaker of dokter dienden in het kamp werden ook veroordeeld.
Liebehenschel, Mandel and Kremer werden ter dood veroordeeld. Dit gold tevens voor Hans Aumeier, August Bogusch, Theresa Brandl, Arthur Breitwiser, Fritz Buntrock, Wilhelm Gehring, Paul Gotze, Max Grabner, Heinrich Josten, Hermann Kirschner, Josef Kollmer, Franz Kraus, Herbert Ludwig, Karl Mockel, Kurt Mueller, Erich Muehsfeldt, Ludwig Plagge, Hans Schumacher en Paul Szczurek.[61]
Luise Danz, Hans Koch, Anton Lechner, Adolf Medefind, Detlef Nebbe en Karl Seufert werden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Oswald Kaduk werd veroordeeld tot 25 jaar gevangenschap en Alexander Bulow, Hans Hofmann, Hildegard Lächert, Eduard Lorenz, Alice Orlowski, Franz Romeikat en Johannes Weber werden veroordeeld tot 15 jaar. Richard Schroeder kreeg 10 jaar gevangenschap, Erich Dinges vijf jaar en Karl Jeschke werd veroordeeld tot drie jaar. Hans Münch was de enige die werd vrijgesproken tijdens dit proces.[61]
Alle executies werden uitgevoerd op 18 januari 1948 in de gevangenis van Krakau.[61]
Tweede Auschwitz-proces
Het tweede Auschwitz-proces vond plaats van 20 december 1963 tot 19 augustus 1965 en hierbij werden twintig oorlogsmisdadigers die actief waren in Auschwitz berecht. Hierbij werden geen doodstraffen uitgesproken. Zes aangeklaagde nazi's kregen een levenslange gevangenisstraf. Er werden echter ook vijf mensen vrijgesproken.[62]
Emil Bednarek, Oswald Kaduk, Franz-Johann Hofmann, Josef Klehr, Wilhelm Boger, Stefan Baretzki kregen een levenslange gevangenisstraf. Robert Mulka werd veroordeeld tot veertien jaar, Hans Stark kreeg tien jaar gevangenisstraf en Viktor Capesius tot negen jaar. Andere veroordeelden waren Karl-Friedrich Höcker (7 jaar), Willi Frank (7 jaar), Bruno Schlage (6 jaar), Klaus Dylevski (5 jaar), Herbert Scherpe (4½ jaar), Perry Broad (4 jaar), Emil Hantl (3½ jaar) en Franz Lucas (3 jaar en 3 maanden).[62]
Wilhelm Breitwieser, Gerhard Neubert, Hans Nierzwicki, Willi Schatz, Johann Schobert werden allen vrijgesproken.[62]
Vervolgprocessen
In december 1965 werden Joseph Erber en Wilhelm Burger berecht. Erber werd op 16 september 1966 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Daarna werden tussen 1973 en 1981 nog een aantal oorlogsmisdadigers individueel berecht, onder wie: Willi Rudolf Sawatzki, Frey Czerwinski en Karl Schmidt.
Geen veroordeling
Veel SS'ers ontkwamen aan hun straf doordat ze op de vlucht sloegen naar bijvoorbeeld Argentinië of doordat er te weinig bewijsmateriaal was. In totaal werd niet meer dan 15% van alle SS'ers in het kamp veroordeeld.[63] Dit percentage is in verhouding met andere concentratie- en vernietigingskampen relatief hoog.[63]
Er waren enkele landen die de uitlevering van oorlogsmisdadigers zelfs hinderden. Zo werd Horst Schumann, voormalig SS-arts in Auschwitz, door Ghana beschermd.[63] Hetzelfde geldt voor enkele landen in Zuid-Amerika. Zo werd SS-arts Josef Mengele, die de "medische" experimenten op gevangenen uitvoerde en selecteerde welke gevangen konden werken en welke rechtstreeks door moesten naar de gaskamers, nooit opgepakt.[63][64].
Na de oorlog
Nadat alle gevangenen uit het kamp waren geëvacueerd, werd het Stammlager tot 1947 door de NKVD en de MBP gebruikt als tijdelijke gevangenis.[65] De Buna Werke van Monowitz werden door de Poolse regering overgenomen, waarmee de basis voor de chemische industrie in de regio werd gelegd. Auschwitz II bleef die hele periode ongebruikt. De boeren uit de omgeving maakten daar gebruik van door regelmatig houten barakken te slopen, omdat ze het hout goed konden gebruiken voor diverse doeleinden.[66]
De concentratiekampen raakten ondertussen in verval. Later besloot de Poolse regering Auschwitz I weer op te bouwen als museum. Ook Auschwitz II met de opgeblazen gaskamers kan men tegenwoordig bezichtigen. Beide kampen behoren tot de Werelderfgoedlijst. In Auschwitz I bevindt zich een Nederlands paviljoen onder verantwoordelijkheid van het Nederlands Auschwitz Comité. Het paviljoen dateert uit 1980 en werd door Carry van Lakerveld, Victor Levie en architectenbureau ROO vernieuwd en aangepast aan de huidige tijd en bestaat uit vier onderdelen: een impressie van het jodendom in het Nederland van voor de oorlog, de vervolging en deportatie, Nederlanders in Auschwitz aan de hand van ervaringen van enkele Joodse en niet-Joodse gevangenen en een afdeling 'Leven met de Shoah'. De nieuwe tentoonstelling werd op 26 april 2005 geopend.
De dag van de bevrijding van Auschwitz, 27 januari, is sinds 1996 in Duitsland een officiële gedenkdag voor de slachtoffers van het nationaal-socialisme. Op 27 januari 2005 werd de bevrijding uitgebreid herdacht in Auschwitz-Birkenau, in aanwezigheid van tal van oud-gevangenen, buitenlandse staatshoofden (onder andere koningin Beatrix) en regeringsleiders (onder andere Balkenende en Poetin). Er werd onder meer gesproken door Simone Veil namens de oud-gevangenen.
Medio 2008 raakte bekend dat Auschwitz dringend aan restauratie toe is. Daartoe zoekt men via internationale fora naar geldmiddelen voor de som van 62 miljoen euro.[67] De Poolse overheid schenkt jaarlijks ruim drie miljoen euro steun vermeerderd met drie miljoen euro middelen uit opbrengsten van boeken en rondleidingen ter plaatse.[67]
Ontkenning
"Auschwitz" staat vaak symbool voor de hele Holocaust, dus wordt ook de holocaustontkenning soms aan Auschwitz opgehangen, wat niet terecht is, want er zijn meer concentratiekampen en vernietigingskampen gebruikt tijdens de Holocaust.
Specifiek met betrekking tot Auschwitz is over de ontkenning het volgende te melden:
- De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad claimt dat de Holocaust een mythe is en wilde dit laten onderzoeken.[68] In februari 2006 weigerde de Poolse regering echter visa te verstrekken aan Iraanse onderzoekers die naar Auschwitz wilden afreizen.
- In de documentaire "The Truth Behind the Gates of Auschwitz - David Cole interviews Dr. Franciszek Piper" laat David Cole, zelf Joods, zich rondleiden in Auschwitz. De kritische vragen die hij de gids, de conservator en de kijker stelt werden hem niet in dank afgenomen. Later verduidelijkte Cole dat zijn documentaire niet gezien moest worden als anti-semitisch of negationistisch.
Citaten
- Wat zijn het voor tijden, waarin een gesprek over bomen bijna een misdrijf is omdat het zwijgen over zoveel misdaden inhoudt!
Bertolt Brecht, 1938: "An die Nachgeborenen" - Na Auschwitz een gedicht schrijven is barbaars.
Theodor W. Adorno, 1949: "Kulturkritik und Gesellschaft" - De dood is een meester uit Duitsland.
Paul Celan, 1947: "Todesfuge" - Over de zeeën varen schepen, en Auschwitz is een museum.
Maurits Koopman, 1977: "Gezagvoerder, Levend tussen Auschwitz en de Zee"
Media
Films
- De laatste etappe (1947)
- Nuit et brouillard (1956)
- Aus einem deutschen Leben (1977)
- Shoah (1985)
- Schindler's List (1993)
- The Grey Zone (2001)
- Birkenau und Rosenfeld (2002)
Documentaires
- Heritages (1996)
- Auschwitz: The Nazis & The 'Final Solution (2005)
- Overleven in Auschwitz (2005)
- Escape From Auschwitz (2009)
Literatuurlijst
- Laurence Rees, Auschwitz, Ambo, 2008
- Sybille Steinbacher, Auschwitz een geschiedenis, Uitgeverij het Spectrum, 2005
- S. Venezia, Sonderkommando Auschwitz, Ambo, 2008
- Vrba, Ik ontsnapte uit Auschwitz, Kok Omniboek, 2007
- T. Buergenthal, Een gelukskind van Auschwitz tot het Hoofgerechtshof, Mynx, 2007
- Hans Hammelburg-de Beer, Ontmoetingen in de hel Auschwitz-Gross Rosen, Verbum, 2005
- H. Herzberg, Door het oog van de naald, Verbum, 2006
- P. Sonnino, Zo was het, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2007
- Z. Gradowski, In het hart van de hel: Sonderkommando in de gaskamers en crematoria van Auschwitz, Verbum, 2008
- F. Göndör, Ik overleefde Auschwitz, Eenvoudig Communiceren B.V, 2007
- F. Fenelon, The Musicians of Auschwitz, London, 1977
- K. Smolen, Auschwitz-Birkenau Informatiegids, Oświęcim, 2003
Zie ook
- Auschwitz-proces
- Nederlands Auschwitz Comité
- Internationaal Auschwitz Comité
- Auschwitzherdenking
- Auschwitz Album
- Höcker Album
- Concentratiekampsyndroom
- Aktion Höss
- Holocaust
- Holocaustontkenning
Externe links
- Auschwitz Museum Homepage
- Virtuele Tour Auschwitz
- Auschwitz Album Online Tentoonstelling met foto's van de SS en luchtopnamen door de geallieerden in 1944.
- Nederlands Auschwitz Comité
- Interactieve map van Auschwitz II
- David Cole - The Truth Behind The Gates Of Auschwitz deel 1 van 2 op video.google.com
- David Cole - The Truth Behind The Gates Of Auschwitz deel 1 van 2 op video.google.com
Bronnen, noten en referenties
Bronnen
Noten^ Dit aantal is een afgeleide: in totaal werden er 1 100 000 mensen vermoord in Auschwitz. In 1942 werden er 140 000 personen om het leven gebracht en in 1944 was dit aantal bijna 660 000.[69] Van de resterende 300 000 slachtoffers stierf het merendeel in 1943. Referenties
|
| Voor meer mediabestanden zie de categorie Auschwitz concentration camp van Wikimedia Commons. |
| Werelderfgoed in Polen | ||
|---|---|---|
|
Auschwitz-Birkenau: Duits nazi concentratie-en vernietigingskamp · Woud van Białowieża · Kasteel van de Duitse ridderorde in Malbork · Hala Ludowa in Wroclaw · Vredeskerken in Jawor en Swidnica · Historisch centrum van Krakau · Kalwaria Zebrzydowska: maniëristisch architectuur-en parklandschapcomplex en bedevaartspark · Muskauer Park / Park Muzakowski · Middeleeuwse stad Toruń · Historisch centrum van Warschau · Wieliczka-zoutmijn · Houten kerken van zuidelijk Klein-Polen · Oude stad Zamosc |
||