Amersfoortse Kei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Amersfoortse Kei

De Amersfoortse Kei is een grote steen in Amersfoort, waaraan de stad de bijnaam Keistad en haar inwoners de geuzennaam Keientrekkers danken.

Jonkheer Everard Meyster sloot een weddenschap met een aantal vrienden dat hij de Amersfoorters zo gek zou krijgen dat ze de zwerfkei vanaf de Waelberch op de Leusderheide naar de stad zouden trekken. Op 7 juni 1661 trokken 400 inwoners van Amersfoort de kei op een slee naar de Varkensmarkt. Zij werden daarbij door de "dolle jonker" getrakteerd op bier en krakelingen. Ter gelegenheid van de gebeurtenis liet hij een gedenkpenning slaan, en schreef hij het gedicht Keyklucht van Jock en Ernst, op de steen-uyle-vlucht deser werelt (Utrecht, 1661). Toen Everard Meyster in 1663 een huis in Utrecht liet bouwen, verwerkte hij er verschillende herinneringen aan zijn Amersfoortse actie in; hij noemde het huis De Krakeling.

Toen de Amersfoorters inzagen dat ze zo stom waren geweest zich in te spannen voor iets dat volkomen zinloos was, begroeven zij de kei in 1672 op de Varkensmarkt. Latere generaties schaamden zich niet voor het voorval. In 1903 werd de kei daar weer opgegraven en in 1953 op zijn huidige plek aan de Stadsring (hoek Arnhemsestraat) geplaatst.

In de jaren zeventig begonnen de jaarlijkse Keistadfeesten. Een aantal keren werden die besloten met het door de stad trekken van "keien" uit diverse Europese landen. Amersfoort heeft daar nog een aantal grote stenen aan overgehouden, die in het plantsoen aan de Stadsring liggen uitgestald.

De Amersfoortse kei weegt 7157 kg, heeft een hoogte van 2 meter en een omtrek van 5,25 meter.

De uitdrukking "keigek" verwijst vermoedelijk naar de Amersfoortse kei.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen