1960-1969
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
Eeuwen: 19e eeuw – 20e eeuw – 21e eeuw Decennia: 1940-1949 - 1950-1959 - 1960-1969 - 1970-1979 - 1980-1989 Jaaroverzichten: <<< - 1960 - 1961 - 1962 - 1963 - 1964 - 1965 - 1966 - 1967 - 1968 - 1969 - >>> |
[bewerken] Gebeurtenissen en ontwikkelingen
De jaren 60 of zestiger jaren
- De wederopbouw wordt afgesloten, al blijft de woningnood nog schrijnend. In Nederland komt een einde aan de geleide loonpolitiek, en de ene loongolf volgt op de andere. Geleidelijk aan doen koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto hun intrede in de huishoudens.
(De term: zestiger jaren werd vroeger als een germanisme beschouwd, maar is de laatste jaren aanvaard.[1] De zestiger jaren staan ook wel bekend als de protestjaren of roaring sixties. De uit het Engels afkomstige term the sixties wordt, ondanks het veelvuldig gebruik, wel als anglicisme beschouwd.)
[bewerken] Televisie
De intrede van de televisie veroorzaakt een complete verandering in het interieur. De (eet)tafel met de lamp erboven verdwijnt als het centrale punt van de huiskamer. Nieuw centrum is het bankstel, waarvan alle componenten gericht staan op het middelpunt: het tv-toestel.
- In de tweede helft van het decennium komt er een tweede net. Met als gevolg dat het gezin moet kiezen: Nederland 1 of Nederland 2: de Rudi Carrell Show of een natuurfilm?
- Het satirische programma van de VARA, Zo is het toevallig ook nog eens een keer vergelijkt de beeldcultuur met een godsdienst. Dit leidt tot heftige reacties. Vooral Mies Bouwman, bekend van Open het Dorp, moet het ontgelden.
[bewerken] Wetenschap en techniek
- De meest in het oog springende ontwikkeling is ongetwijfeld de ruimterace tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie met als hoogtepunt de eerste maanlanding.
- De eerste kleurentelevisie en hifi-radio. De eerste IC's worden ontwikkeld wat de rekenmachine binnen bereik van (vooralsnog rijke) particulieren brengt.
- De eerste harttransplantaties worden in Kaapstad uitgevoerd door Christiaan Barnard.
- Introductie Anticonceptiepil
[bewerken] Dekolonisatie
In de jaren zestig werden in hoog tempo de meeste overblijvende kolonies, vooral in Afrika, onafhankelijk. Met de onafhankelijkheid kwamen echter ook nieuwe problemen: veel landen werden al snel politiek instabiel en bendeleiders, legerleiders en zelfbenoemde ¨volksvertegenwoordigers¨ streden om de macht. Het resultaat was meestal dat een dictatuur werd gevestigd in de voormalige kolonie waarbij de potentiële rijkdommen van het land in de zakken verdwenen van de dictator en zijn kliek. Het ironische van deze zakkenvullerij is dat de gestolen rijkdommen nu bijna geheel naar westerse banken, beleggingsfondsen en groeimarkten gesluisd werden. De inheemse bevolking was veelal slechter af onder hun inheemse dictators dan onder het voormalige koloniale bewind want vaak werden toen de winsten die in het land gemaakt werden weer geïnvesteerd in infrastructuur en objecten als ziekenhuizen en scholen in de kolonie zelf wat dan ook de inheemsen ten goede kwam. Veel landen raakten bovendien in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie of het Westen.
Ook waren de grenzen tussen de nieuwe landen nog de oude koloniale grenzen, die vaak weinig of niets te maken hadden met de verdeling van de diverse bevolkingsgroepen over het gebied, wat dan bijna onvermijdelijk tot spanningen tussen deze verschillende bevolkingsgroepen leidde. In bijvoorbeeld Congo (Leopoldville) probeerde de provincie Katanga zich onafhankelijk te maken, en kwam het tot een burgeroorlog. Wellicht nog bloediger was de Biafra-oorlog tussen Nigeria en de opstandige provincie Biafra (1967-1970).
Vietnam was na de onafhankelijkheid verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijke deel was communistisch, het zuidelijke deel was pro-Amerikaans. De verdeling was oorspronkelijk bedoeld tijdelijk te zijn, tot verkiezingen hadden plaatsgevonden, maar geen van beide helften leek van zins deze daadwerkelijk doorgang te doen vinden. Wel was er in het zuiden een communistische guerrillagroep, in het Westen bekend als de Vietcong.
De Amerikanen stuurden 'militaire adviseurs' naar Zuid-Vietnam, en raakten geleidelijk aan steeds meer betrokken in de oorlog. Uiteindelijk werd in 1964 de Amerikaanse aanwezigheid op grote schaal opgevoerd, met zowel grondtroepen als grootschalige bombardementen op Noord-Vietnam. Ondanks steeds hardere militaire acties, slaagden Amerikanen en Zuid-Vietnamezen er niet in om de tegenstander echt terug te drijven.
- Amerika
- In de Verenigde Staten ontstaat er ook weerstand tegen de oorlog. Sommigen, vooral jonge linkse mensen, achten de oorlog een foute inmenging in een binnenlands conflict. Hiertegenover stelt de gevestigde orde de dominotheorie: als Vietnam communistisch werd, zouden vervolgens een voor een ook de andere landen in de regio volgen. Daarnaast zijn er problemen wegens de vele doden die de oorlog eist, het schijnbare gebrek aan vooruitgang, en berichten van ernstige mensenrechtenschendingen (zoals het bloedbad van My Lai) door de Amerikanen en Zuid-Vietnamezen.
- President Lyndon Johnson haalt bij de eerste voorverkiezingen van 1968 zo weinig stemmen, dat hij zijn kandidatuur voor een tweede termijn intrekt. Na een rumoerige campagne, waarin Robert Kennedy wordt vermoord en studenten een varken kandidaat willen stellen op de Democratische Conventie, wordt de Republikein Richard Nixon gekozen. In plaats van de beloofde vrede brengt hij voorlopig echter een intensivering van de oorlog.
- Succes van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. President Lyndon Johnson ondertekent in 1964 de 'Civil Rights Act'. Maar er groeit naast de vreedzame Burgerrechtenbeweging ook een gewelddadige stroming van zwarte jongeren: de Black Panters, die zich laten leiden door de lleuzen van de vermoorde activist Malcolm X. zijn in de steden toenemende spanningen en botsingen tussen zwarten en de politie. En in de zuidelijke staten pleegt de Ku Klux Klan aanslagen op zwarte burgers die gebruik willen maken van hun verworven burgerrechten. Uiteindelijk wordt in 1968 de leider van de burgerrechtenbeweging, Martin Luther King, in Memphis vermoord.
[bewerken] Popmuziek
- In de eerste jaren zijn rustigere varianten van de rock-'n-roll toonaanggevend, met name Cliff Richard & The Shadows en Helen Shapiro uit Engeland en Connie Francis en Wanda Jackson uit de USA.
- De opkomst van de beatmuziek uit Engeland, met voorop The Beatles, The Yardbirds, de Rolling Stones, The Who en The Hollies.
- De protestzangers: Bob Dylan, Donovan, Joan Baez, Melanie en in Nederland Boudewijn de Groot.
- De bloei van de undergroundmuziek van The Doors, Steppenwolf, Led Zeppelin, The Velvet Underground, Pink Floyd, Frank Zappa en The Mothers of Invention
[bewerken] Beeldende Kunst
- Pop-Art met b.v. Andy Warhol, Roy Lichtenstein
- Op-Art, met b.v. Victor Vasarely
- Andere gebeurtenissen in de jaren zestig
- Jongerencultuur, studentenrevolte, bezetting Maagdenhuis, provo, flowerpower
- Londen werd The Swinging City, Carnaby Street werd een modecentrum, en Twiggy in een minirok van André Courrèges of Mary Quant een stijlicoon.
- Stakingen in Frankrijk, Mei 1968
- Snelle economische groei in het Westen; opkomst van Japan als economische grootmacht
- In 1968 breekt de Hongkonggriep uit die tot 1970 ongeveer 1 miljoen mensen het leven kost
- Tweede Vaticaans Concilie
- De Surinaamse politiek wordt gedomineerd door Jopie Pengel, die van 1963 tot 1969 premier is.